Ingezonden brief

In de Egyptian Gazette stond gisteren een ingezonden brief van ene Salah Qabadaya:

Red Port said

De gewone mensen in Port Said lijden verschrikkelijk. Goederen zijn schaars terwijl de populatie steeds harder groeit. Deze problemen kwamen weer eens aan de oppervlakte in een film over Port Said, waarin op indrukwekkende wijze het leven in de stad werd getoond. De gouverneur besloot de film wegens veiligheids overwegingen uit de bioscopen te bannen.

De meeste Port saidianen behoren tot de oppositie. […] Ze kennen het lijden en de prijs van opoffering. Zelfs voor de bouw van het Suez Kanaal en de vernietiging van de stad in de jaren zestig, was de stad de landingsplek van invallers en het bruggehoofd van koloniale grootmachten.

De Port saidianen zijn altijd trots geweest op hun Egyptische identiteit, velen dragen hier de naam Araby (Arabier), er is een Arabische wijk en de voetbalclub heet El-Masry (De Egyptenaren.) De inwoners noemen zichzelf Abu Araby (vader van de Arabieren) wat ook de naam van de film is.

Ik nam de gelegenheid om gouverneur Dr. Mustafa Kamel te vragen waarom hij de film ondanks protesten van vele acteurs en intelectuelen, verboden had. Hij zei me dat zijn handen gebonden waren. De lokale autoriteiten kregen dreigementen tijdens een speciale vergadering over de film. Hij heeft wellicht gelijk, maar dat brengt ons ook naar het echte probleem. De inwoners van Port said zijn er zo slecht aan toe dat deze dreiging blijft bestaan zolang er niks verbetert. Het verwaarlozen van deze trotse stad kan niet langer getolereerd worden.

Ik had helemaal niets vernomen van een controversiele film en ook van onrust was mij niets bekend. Dat de inwoners het niet breed hebben, heb ik al eerder gemeld. Wel ken ik een aantal mensen met de naam Araby, maar de weinige bioscopen hier draaien Egyptische komedies en actiefilms. Nergens had ik woedende menigten gezien.

Naast mijn eigen broodbakmachine maak ik vaak gebruik van de (betere) kunsten van de bakkers in Port Said. Er zijn veel regeringsbakkerijen waar je twintig Libanese pitabroden voor een pond (15 cent) kunt kopen. Die ruiken zuur en worden ter plaatse gebakken. De rijen mensen spreken voor zich. Ik stond laatst in zo’n rij in de Arabische wijk om eens een broodje te proberen, maar na vijf minuten werd ik er door een voorbijwandelende kraanmeester uit de rij getrokken. (collega’s kun je overal in de stad tegenkomen).

“Wat doe jij hier, bah, dit is de Arabische wijk, are you crazy?” Sprak hij verontwaardigd. “Dat is alleen voor sloebers en die staatsbakkers zijn ook niet te vertrouwen; ze lengen het meel met zand aan. Kom, we gaan naar bakkerij St. George, daar werkt de neef van mijn buurman. Dat zijn vaklui.”

De Port Saidianen zijn inderdaad trots op hun stad, en willen niets weten van slechte omstandigheden. “Die briefschrijver komt vast uit deze wijk,” zei mijn collega, “en die zijn nooit tevreden en weet je waarom? Omdat ze gewoon geen goeie bakkers hebben…”

Categories: Gadgets

Post navigation

7 thoughts on “Ingezonden brief

  1. Johanna

    Geen supermarkt concurentie maar bakkers concurentie. 😛

  2. gerritje

    Als ik Bart was nam ik van de week maar zelf mijn gevulde broodtrommeltje mee op vakantie in Egypte. Het brood dat jij koopt daar op de markt, aangelengt met zand heb ik in 40–45 nog geeneens gegeten. Supperkrent.!! jou Pa….. 😀 😀 😉 😦 😛

  3. aap

    hahaha denk dat ik maar instant maaltijden meeneem, broodje zand ken ik me nog herinneren van strand vroeger. 😀

  4. Johanna

    We hebben nog van die defensie 24 uurs ontbijt- en lunch pakketten. Is dat misschien een idee? 😛

  5. albert-jan

    Zand schuurt de maag. Wees blij dat je wat te eten hebt!! Net of die kantine op de maasvlakte zo goed was.
    gegroet aj 8)

  6. de nederlandse taal van die brievenschrijver is overigens aardig in orde!

  7. dick v.d.ham

    je kan nu wel over brood klagen maar het brood van de meeste supermakten is hier ook na een dag niet meer te pruimen.
    Heeft Bob Scholten daar dan helemaal geen filiaal?????

Blog at WordPress.com.

%d bloggers like this: