Korte geschiedenis van Port said

En nu eens iets over de stad. Helaas heb ik nog geen digitale camera, dus misschien moet ik de stad maar eens wat beter beschrijven. Port Said ligt aan de Middellandse Zee, aan de ingang van het Suez kanaal en dat is ook de reden van haar bestaan. Toen Fredinand de Lesseps begon met graven, stichtte hij Port Said, vernoemd naar de toenmalige pasja Said, die hem toestemming gaf.

Suez Kanaal omstreeks 1890 te Port Said

Na de opening van het kanaal halverwege de 19e eeuw begon de stad te floreren. Honderden schepen passeerden het kanaal en sloegen nieuwe voorraden in aan de kades van de snel groeiende stad. Na de overheersing van de Fransen kwamen de Engelsen en Port Said werd de mooiste stad van Egypte genoemd. Populairder dan de duizenden jaren oudere steden als Alexandrie en Cairo.

In de jaren vijftig, na de nationalisering van het kanaal, vertrokken de Engelsen en trokken de communisten de stad in om haar van elke westerse grandeur te ontdoen. Volgens een oude (Egyptische) collega was Port said tot die tijd een flitsende stad vol kroegen, barren en ja, zelfs nachtclubs voor de zeelui… sinds die tijd is het bergafwaarts gegaan en kreeg de stad ook nog twee keer toe de Israelis door de straten, die de laatste glans van de stad haalden.

Zoals eerder vermeld stelde Sadat in 1975 de free-zone in zodat de mensen zonder belasting konden handelen en even veerde economie op. Maar nu aan het voorlaatste jaar van de opheffing van de free-zone, is Port Said al niet meer de goedkoopste stad van Egypte. De toeristen uit Cairo en de Delta komen alleen nog maar in de zomervakantie – als betere badplaatsen volgeboekt zijn – voor wat welkome verkoeling te vinden.

Typische straat in Port Said, de 19e eeuwse balkonnen zie je hier nog in verschillende straten

Vandaag de dag is het verval zichtbaar. Tussen half afgebouwde hoogbouw staan nog de 19e eeuwse vervallen flats met houten balkons, waar geen mens zich meer op waagt. Lege etalages gapen verlaten tussen de rijen kledingwinkels zonder klanten. Goedkopere stalletjes zijn op de straten gekomen en alleen de verwaarloosde theehuizen dragen nog herinneringen aan het ooit florerende nachtleven van Port Said. Brede kruispunten vol politieagenten leiden ongeintereseerd een toeterende drukte van auto’s, paardenkarren en scooters over de ringwegen van het centrum.

Gisteren dronk ik voor een habbekrats een beker sugarcan bij een standje waar je allerlei geperste vruchtensappen kunt kopen. Sugarcan wordt ter plaatse gemaakt door meterslange stengels taai suikerruit te vermorzelen in een vierkante machine. De man noemde zich Sami en stond mij in een versleten broek en hemd zonder knopen aan te staren. ‘Do you have a job yes or no?’ vroeg hij een paar keer snel achter elkaar. Of ik een baan voor hem had?

Bedenk bij dit plaatje een straat vol gekleurde auto’s, en er is nog niks veranderd…

Wij zijn bijna de enige buitenlanders in de stad en iedereen weet dat de container terminal er aan komt en daarmee veel werk. Ik kon geen praatjes verkopen. ‘No food’, zei hij gebarend naar zijn mond, en wees daarna beschaamd naar zijn kleding. ‘No money,’ geen geld… Ik betaalde de 50 piaster (nog geen 10 eurocent) en zei eerlijk dat ik hem niet kon helpen aan een baan.

Sami heeft nog wel wat werk en ik beloofde hem vaste klant te worden van zijn sugarcan brouwsels (het is dan ook erg lekker). Maar velen zijn er slechter aan toe. Elke dag als ik op het balkon van het kantoor even de straten in kijk, zie ik talloze kinderen en volwassenen de vuilnisbakken leegroven van plastic, karton, oud papier, bekertjes en weggehooid etenswaar. De grote bak wordt niet eens meer geleegd door de gemeente. Het afval is afkomstig van de kantoren van de Sobh-tower, de kantoor-toren vol banken en bedrijven die huren van meneer Sobh, die naar verluidt meer dan 200 miljoen dollar in zijn kluis heeft zitten.

Zo af en toe meert er een wat gammel passagiersschip uit Oost Europa of Turkije aan. Tientallen toeristen struinen dan door de straten van de stad op zoek naar iets wat op een terrasje of attractie lijkt. Mannen als Said en McGreggor zijn dan niet op hun vaste stek te vinden, maar volgen de toeristen om hun handelswaar te slijten. Bij gebrek aan vermaak trekken ze nog een aardig publiek ook…

Wat je allemaal niet kan vinden op internet… hier dus Ferdinand de Lesseps in betere tijden, omstreeks 1890…

Veel verder dan de lege sokkel van Ferdinand de Lesseps is er dus niet te zien. Ik weet inmiddels dat hij van zijn voetstuk getrokken werd vanwege de duizenden doden die vielen bij de aanleg van het kanaal. De snikhete woestijn werd in tweeen gegraven – waarbij en passant Azie van Afrika gescheiden werd – en de erbarmelijke omstandigheden deed vele arbeiders bezwijken. Maar ik heb geruchten gehoord dat het beeld nog moet bestaan en ergens in een dockyard aan de overzijde van het kanaal moet liggen.

Als ik hopelijk volgende week een digitale camera kan aanschaffen, zal ik alle verhalen waar mogelijk eens opfleuren met wat recenter plaatjes, dat leest dan wat makkelijker dan al deze lappen tekst. Zie je nou Sami, dat zijn de zaken waar ik me druk over maak… de internet verbinding werkt niet snel genoeg en valt er steeds uit … en ik heb nog geen digitaal toestel… en Ferdinand geen voetstuk… en meneer Sobh nog geen standbeeld…

Categories: Gadgets

Post navigation

Comments are closed.

Blog at WordPress.com.

%d bloggers like this: