De skyline van Manila wordt snel kleiner. Ik ben aan boord van een ferry die als een opgevoerde tractor de baai doorploegt. Bestemming: Corrigedor Island, het voormalig fort eiland van de Spanjaarden en sinds 1898 de Amerikanen. De beroemde generaal Douglas MacArthur gebruikte het eiland als geallieerd hoofdkwartier in de Tweede Wereldoorlog. De Amerikanen vertraagden de Japanse opmars maandenlang tot ze op 6 mei 1942 de Slag om Corregidor verloren. Nu is het eiland een openlucht museum over de Pacific War. Het heeft een hotel, maar verder woont er niemand. Het is heilige grond voor de Filippijnen en de Amerikanen na hun overwinning op de Japanners. Aan de Spanjaarden, die er meer dan drie eeuwen de wacht hielden, denkt niemand meer.
Bij aankomst stap ik met J. en de andere passagiers in een wachtende bus. Een vrolijke gids begint uitbundig wetenswaardigheden op te sommen. Ik blijf meteen bij zijn eerste feitje hangen als hij naar het naburige eiland Lubang wijst. “Daar werd in 1974 een Japanse soldaat gevonden die nog in de waan verkeerde dat het oorlog was.”
Dertig jaar in de jungle…
Het veroorzaakt een knetterende verbinding tussen een paar geisoleerde hersencellen. Een verre herinnering borrelt op. Als kind zag ik dit op TV. Een oude Japanse soldaat die al jaren een niet bestaande oorlog voert. En hier was het dus gebeurd.
Het verhaal begint in 1970, twee jaar eerder, met de jonge Japanse avonturier, ontdekkingsreiziger en hippie Norio Suzuki. Hij studeert economie maar besluit al gauw iets anders te doen met zijn leven. Hij maakt een wereldreis en als hij terugkeert naar Japan, vindt hij geen rust. Hij wil iets bijzonders doen. Maar wat?
In 1972 leest hij een merkwaardig nieuwsbericht. Twee Japanse keizerlijke soldaten zijn neergeschoten op een Filipijns eiland, nadat ze voedsel stalen en een boerderij in brand staken. Eén is op slag dood, maar de andere, Hiroo Onoda, slaagt er in te ontkomen. De twee hadden in de oorlog deel uitgemaakt van een inlichtingen cel van vier militairen. Een had zich overgegeven in 1949, en in 1954 werd een ander door de lokale politie doodgeschoten.
Suzuki legt de krant terzijde en verkondigt trots aan familie en vrienden dat hij Onoda terug gaat halen naar japan. En dat is niet alles. Daarna zal hij de waarschijnlijk uitgestorven reuzenpanda vinden, om daarna het bestaan van de Verschrikkelijke Sneeuwman te bewijzen.
Wow…
In 1974 vertrekt hij op zijn 3-traps expeditie. Wat niemand gelukt is, lukt Suzuki in nog geen week tijd. Hij vindt de schuilplaats van de verstokte soldaat, maar ook de loop van zijn geweer. Recht onder zijn neus.
Suzuki laat zich niet zomaar wegjagen. Hij spreekt hem aan in het Japans: “Onoda-san, de keizer en het volk van Japan maken zich zorgen om je.” Later herinnert Onoda zich het voorval nog levendig. “Deze hippiejongen Suzuki kwam naar het eiland om naar de gevoelens van een keizerlijk soldaat te luisteren. Hij vroeg me waarom ik niet terug naar Japan wilde komen. Wel, ik geloofde hem niet. Ik wist zeker dat de oorlog nog gaande was want ik zag regelmatig Amerikaanse bommenwerpers overvliegen.” Maar die bleken actief in andere oorlogen, namelijk de Koreaanse oorlog in de jaren vijftig, en de oorlog in Vietnam in de jaren zestig en zeventig.
Onoda weigert zich over te geven. “Ik ben een soldaat en blijf trouw aan mijn plichten.” Onoda stamde uit een Samoerai familie met een sterk eergevoel. Voor vertrek naar het slagveld ontving hij van zijn moeder een dolk om zelfmoord te plegen als hij gevangen werd genomen. Zo ging dat dus in die tijd… Hij bleef waar hij was, maar liet Suzuki toch gaan. Die beloofde terug te komen met bewijs dat de oorlog afgelopen was.
Suzuki waarschuwt de Japanse ambassadeur, die in Tokyo snel een drietal oude strijdmakkers van Onoda laat optrommelen. Bij de rand van de jungle, waar Suzuki de oude soldaat eerder had ontmoet, zingen de veteranen uit volle borst een aantal strijdliederen. Daarna draaien ze een bandopname af met een smeekbede van Onoda’s inmiddels 86-jarige moeder. „Jongen, kom alsjeblieft thuis nu ik nog leef.”
Maar Onoda blijft in het oerwoud. Hij roept dat alleen zijn officier Taniguchi hem daartoe opdracht kan geven. Deze inmiddels hoogbejaarde majoor wordt opgespoord en gevonden in een stoffige boekhandel. De ex-majoor had inderdaad de toen 21-jarige Onoda, na zijn opleiding op het befaamde Nakano spionageinstituut, met zijn drie inmiddels overleden kameraden naar Lubang gestuurd voor inlichtingen operaties. Taniguchi had ze bevolen hun missie voort te zetten en zich nooit over te geven. Zelfs niet als de Japanse troepen werden verslagen.
Ook Taniguchi verschijnt met een loudhailer op het strand. Achter hem staat een delegatie waaronder de ambassadeur en een Filipijnse generaal. De oude majoor beveelt Onoda zich te melden bij zijn commandant. Onverwijld! Hiroo hoort het aan vanuit zijn schuilplaats, een tentje van bijeengeraapte rommel. Hij inspecteert zijn Arisaka 99 geweer, trekt zijn laarzen aan en steekt zijn katana aan zijn zijde. In een gescheurd en tot de draad versleten militair tenue marcheert Onoda het strand op en meldt zich af bij zijn meerdere. De majoor maakt aan alle twijfel een einde en neemt zijn geweer in beslag.
De Japanse ambassadeur deelt hem mee dat de oorlog ‘al enige tijd’ ten einde is. In Manilla overhandigt Onoda op plechtige wijze zijn katana zwaard aan President Marcos, die hem toefluistert dat hij hem gratie verleend. De bewoners van Lubang zijn niet gelukkig met deze gang van zaken. De vier Japanse soldaten hebben over de jaren meer dan 30 eilandgenoten gedood. In vredestijd nota bene. Marcos wuift dat weg – de Japans-Filipijnse samenwerking heeft prioriteit – en verleent pardon. De president gaat op de foto met een broederlijke arm over de schouders van Onoda. In Japan stijgt de populariteit van beide heren ongekend.
In Tokyo wordt hij als een oorlogsheld binnengehaald door duizenden landgenoten. Maar het komt niet meer goed tussen Japan en Onoda. Zijn land is veranderd. Hij voelt zich als een beest in de dierentuin. Overal wordt hij aangestaard, aangesproken en soms zelfs uitgelachen. Van een tropisch oerwoud was hij terecht gekomen in een jungle van koud asfalt. Binnen een jaar vertrekt hij naar Brazilië, ondanks dat hij tientallen huwelijksaanzoeken ontvangt.
“Japanners vonden me egoïstisch. Meer dan dertig jaar had ik mijn land gediend, maar sinds 1945 nooit enig salaris of een nabetaling van m’n regering gekregen. Ik had geen geld, geen werk, geen inkomen.” Binnen vijf jaar stampt Onoda een boerderij met vierhonderd koeien uit de Braziliaanse klei. Het klimaat is vergelijkbaar met dat van de Filippijnen. Hier voelt hij zich thuis. Onoda sterft in 2014, op 92-jarige leeftijd, tijdens een bezoek aan Japan. Dat wel.
Maar hoe liep het af met Suzuki?
Nadat hij Onoda had gevonden, ging hij op zijn volgende missie. In een verlaten berggebied in China vindt hij inderdaad de nagenoeg uitgestorven reuzepanda. Maar dat hadden de Chinezen zelf ook al gedaan. Toch streept hij die tevreden van zijn bucketlist. Hij beschouwt het als een opwarmer voor het echte werk: het vinden van de Verschrikkelijke Sneeuwman.
In juli 1975 beweert hij de legendarische yeti van een afstand gezien te hebben tijdens een expeditie in het Dhaulagiri- gebergte. Dan blijft het lange tijd stil. In 1987 komt hij weer in het nieuws. Zijn lichaam is gevonden op een berghelling in de Himalaya. Hij is bedolven onder een lawine tijdens een van zijn vele zoektochten…
De bus arriveert op de verlaten Amerikaanse legerbasis in het centrum van het eiland, waar een handvol vreemde verhalen mij opwachten.









Let me know that…