Gadgets

Hebbedingen!

Pas op voor de kamelen

Afgelopen weekend landde ik met 5 truckchauffeurs en een RTG machinist in Muskat, de hoofdstad van het Sultanaat van Oman. Dat was op zich al een heel avontuur, want deze mannen waren nog nooit het land uit geweest, en vliegen was ook een nieuwe ervaring. Met strakke bleke gezichten zaten ze in hun stoel, alsof ze bij de tandarts zaten. De handbage bestond uit tassen vol met Egyptische kaas en andere houdbare producten. Het gerucht dat de Omaanse keuken nogal gekruid is, was al overgewaaid en dus riekte het nogal in het vliegtuig…

Oman is een van de golfstaten en ligt het meest zuidelijk, grenst aan Jemen en Saudi Arabie en kijkt uit op de Indische oceaan. Oman klinkt klein, maar de volgende dag vlogen we nog eens 1000 kilometer zuidwaarts met bestemming Salalah. Hier werden we ontvangen door mijn collega die hier al een maand zat met een grotere groep Egyptenaren waaronder superintendents, vessel supervisors lashing controllers. Voor we het wisten zaten we aan de thee…

De regio van Salalah wordt elke zomer door een merkwaardig meteorologisch verschijnsel bezocht. Rondom de stad, in een straal van zo’n 80 kilometer naar alle zijden, ligt een smalle bergketen waar de moesson als het ware in wordt opgevangen. Waar normaal de zon schijnt – het heet niet voor niets de Arabische woestijn – hangt nu drie maanden lang een wolkennevel die het gebied compleet van de zon afsluit.

Elke dag is het mistig en in de avond en nacht motregent het onafgebroken. De temperatuur blijft gelukkig op een aangename 26 graden hangen. De verstrekte reflecterende regenponchos – voor Egyptenaren een hilarisch kledingstuk – werden enthiousiast tevoorschijn gehaalt en uitgeprobeerd; ze staken hun hoofd door de mouw, struikelden over hun enorme koffers die ze meezeulden, of trokken hem achterstevoren aan. Ik liep gewoon door de motregen, want na een maand in de woestijn is dit een welkome afwisseling. Ik ontsnap zelfs aan de heetste maand van Egypte.

In Egypte heb ik nog geen kameel gezien, maar hier lopen ze bij bosjes rond .De weg loopt hier langs de kust en de kamelen wandelen zo nu en dan naar de andere zijde om naar de golven te staren. Wie op een slecht moment zo’n kameel raakt, overleeft het niet, want het beest met zijn hoge poten slaat direct door de vooruit heen. Het schijnt dat je hier veiliger rijdt in een Smart dan een Jeep, omdat het beest dan over het dak rolt. Nou goed, oppassen dus, want wie een kameel aanrijd heeft een groot probleem, want ze hebben voorrang…

Sinds kort is er een nieuwe regel, vertelde de chauffeur, die zoals de meeste Omani’s een hagelwitte soepjurk met tulband draagt: wie een kameel in de nacht aanrijdt, kan dit op de eigenaar verhalen. Gebeurd het overdag, dan kan de eigenaar van de kameel verhaal halen. Je raadt het al. Overdag verdringen de kameeleigenaren zich voor een claim (ook als het een wild exemplaar betreft) en voor een nachtelijk slachtoffer meldt zich niemand.

Nu ik uiteindelijk weer een connectie op het net heb, zal ik spoedig meer vermelden over dit merkwaardige land, waar ik nog 3 weken vertoef…

Categories: Gadgets

The road to Alexandrie (2)

(vandaag een drieluik… deel 1)

Dit weekeinde moest ik er maar eens weg uit Port Said, want tot nu toe was er telkens iets tussengekomen. In de vroege ochtend reed ik met indrukwekkende snelheid richting Alexandrie, over de coastal road. Bij Damietta, de eerste stad na Port Said, reed ik al verkeerd. Wegwijzers zijn namelijk uiterst zeldzaam in Egypte, en als je ze al ziet zijn ze in het Arabisch gesteld. Na een half uurtje was ik op de goede weg, maar de woestijnweg van Damieta naar Rosetta (waar die beroemde steen gevonden werd) zat vol met gaten in het asfalt; het leek wel een mijnenveld.

Reparaties worden maar zelden uitgevoerd na de aanleg van een nieuwe weg, maar dit stuk was wel erg bar en ik maakte er kennis mee nadat ik een wiel bijkans verloor in een ernstig diepe kuil. Alle losse voorwerpen in mijn auto (waaronder een kompas, aangeschaft voor noodgevallen) door de cabine vlogen. Weet je, ik zat net een kopje koffie in te schenken uit mijn onverwoestbare thermoskan en kon maar net de wagen op het asfalt houden. De ruitenwissers hielpen niet, gezien deze aan de buitenzijde van mijn automobiel zitten. Na een korte stop reed ik verder alsof ik een eerste rijles nam: handen op ‘tien voor twee’ aan het stuur en met mijn neus tegen de ruit om een beter zicht op de weg te hebben. De gang was er aardig uit…

De hele weg naar Alexandrie stond trouwens in het geheel niet afgedrukt op de Egyptische wegenkaart die ik bij het VVV in Vlaardingen had gekocht. Ik heb hem er tijdens de stop even zelf ingetekend. De noordkust van Egypte is net zo plat als Holland, alleen zijn er hier geen dijken en dus zie je regelmatig de zee. Aan de andere zijde een grillige woestijn met hier en daar een struik, een plaggenhut of aan de kant van de weg wat gebarende vissers met mandjes vis die ze willen slijten aan voorbijgangers. Ik liet niet meer dan een wolk zand achter op het tweede deel van Damietta op weg naar Lake Bursurrur.

Tegen alle adviezen in was ik toch vertrokken. Alle hotels waren volgeboekt door een miljoen Cairezen die ‘Alex’ – zo noemen Egyptenaren de tweede stad van hun land – in de zomervakantie bezoeken. Het leek me sterk. Van die 1 miljoen toeristen zal er vast wel eentje afzeggen. Aan de Corniche, die zich uiteindelijk als een arm in de zee strekt en waar ooit de Pharos, een van de zeven wereldwonderen, stond, belde ik de nummers van de hotels uit een vier jaar oude reisgids af. Vol, vol, vol, niet bestaand nummer en toen ‘hotel Crillon’ aan de lijn.

‘Gnuhnk, uch kuch?’ althans, zoiets zei de meneer aan de andere kant van de lijn. Het was ook geen Arabisch. ‘Hotel Crillon?,’ vroeg ik hoopvol. ‘Uch, hmmm, yes, why?’ Ik legde uit dat ik een kamer voor 1 nacht zocht. ‘Ik hotel ja, jij welkom.’ Hoorde ik aan de andere kant van de lijn. Het voorspelde niet veel goeds, maar het was de enige optie om niet na een bezoek van een halve middag gelijk weer drie uur terug te rijden.

Hotel Crillon lag in een rommelige zijstraat van de Corniche in het oude centrum van Alexandrie. In het hele blok was de stroom uitgevallen en dus moest ik zes trappen lopen om de lobby te bereiken. Elke verdieping was in duisternis gehuld en er hing een muffe lucht van tot pulp gekookte bonen, een vast onderdeel van het Egyptisch ontbijt. De entree bleek te stammen uit de jaren vijftig en het ooit zo luxe Franse hotel was totaal uitgeleefd en geen schim meer van wat het ooit geweest was.

Vanachter een pikdonkere balie sprak dezelfde verwarde stem mij aan en ik zag alleen een hand die mij een sleutel gaf. ‘Numbre 13…’ Ik kreeg er kippenvel van. De vloerbedekking van de kamer werd door een tandeloze bejaarde in Mao jasje hartsochtelijk uitgeveegd. Het had geen enkele zin dus stuurde ik hem weg met een fooi. Enige verrassing was de dubbele deur die ik openwierp en het minibalkon – dat ik nooit van mijn leven zou durven betreden – bleek dichter bij de Corniche dan ik dacht. De duisternis werd verdreven door de zon en een frisse zucht Middellandse zee waaide de kamer schoon. Tijd om de stad te verkennen.

Categories: Gadgets

Alexander de Grote

(deel 2)

Binnenkort op het witte doek te doek zien. Colin Farrell neemt de rol van de naamgever van deze stad op zich. Alexander de Grote veroverde op zijn 32e een van de grootste wereldrijken ooit en stierf snel daarna een mysterieuze en eenzame dood in Babylon, waar overigens ook een wereldwonder stond: de hangende tuinen. Het bijzondere is dat deze film geproduceerd wordt door Oliver Stone, die met zijn voorgaande films Killing Fields, Platoon, JFK, Nixon, the Doors, etc. hopen stof deed opwaaien. De verwachting is, net als Troy, Gladiator en Koning Arthur, een spektakel film van de bovenste plank met onder meer Val Kilmer, Anthony Hopkins en Angelina Jovie. Tot zover deze mededeling… en nu terug naar mijn verhaal.

Alxandrie werd gesticht door Alexander de Grote in de 3e eeuw voor Christus. De grote veroveraar zou de stad echter zelf nooit zien, maar er slechts als mummie ingereden worden. Ergens in de nabijheid van Hotel Crillon zou dus de verloren tombe van Alexander te vinden moeten zijn. Het is zeker dat de tombe ooit bestond. Een bezoekend Romeins keizer in de eerste eeuw kroonde de mummie uit eerbetoon alsnog met een gouden kroon.

Tot nu toe is er geen spoor van Alex teruggevonden, hoewel zo nu en dan berichten in het lokale nieuws komen dat er een graftombe gevonden is die wel eens de juiste zou kunnen zijn. Het is waarschijnlijker dat een van de duizenden flatgebouwen aan de Corniche de keizerlijke mummie met gouden kroon en al geplet heeft. Speculerende aannemers vrezen archeologen die met lepels en kwasten hun stukje bouwgrond in een toverslag tot waardeloze lap verklaren. Aannemers gaan liever te werk met shovel en heimachines om elke klassieke vondst in net zo’n toverslag in gruis en puin te veranderen voordat ze ontdekt wordt door de oudheidkundige dienst.

Na de tombe werd de legendarische vuurtoren gebouwd op de plek waar nu een fort staat. In de 14e eeuw stortte de Pharos in na een aardbeving en delen ervan zijn verwerkt in het fort van een latere Pascha. Het derde bekende, hoewel ook al verdwenen monument, was de bibliotheek van Alexandrie. Iedereen die de stad inkwam met een boek was er zeker van dat het gekopieerd werd en kreeg niet het origineel, maar het verse kopie terug. De laatste dynastie der Pharao’s leende boeken uit alle hoeken van het Grieks-Romeinse rijk om vervolgens de levering nooit meer terug te geven. Zo ontstond de grootste bieb van de oudheid met alle verzamelde kennis, om vervolgens door ofwel Ceasar, de Christenen of de Moslems in de fik gestoken te worden.

Twee jaar geleden opende president Mubarak in bijzijn van een aantal staatshoofden de imposante nieuwe bibliotheek die ten doel heeft de Arabieren hun verloren kennis terug te geven onder het motto: ‘Ere aan het verleden, viering van het heden en de ontdekking van de toekomst.’ Dit prestige project kent zijn weerga niet en het gebouw is een fraai staaltje architectuur waarbij kosten noch moeite gespaard zijn. De leeszaal, en ik heb het zelf geconstateerd, zou de grootste ter wereld zijn. Ik geloof het graag. Het aantal boeken valt dan ook nog een beetje tegen, maar de regering koopt grif in en zo zag ik in het bijbehorende museum van zeldzame manuscripten bijvoorbeeld een Nederlandse vertaling van de Koran uit 1657.

Ik overwoog een lidmaatschap, maar ontdekte dat deze bibliotheek geen boeken uitleent… ‘Why borrow books? Je kunt ze hier lezen’. Zei de dame aan de infobalie verontwaardigd. ‘We hebben nota bene de grootste leeszaal ter wereld!’. En de leeszaal zat dan ook vol… Egyptenaren, en eigenlijk alle Arabieren, lezen vrijwel geen boeken, op een na dan, en die proberen ze bij voorkeur woordelijk uit het hoofd te leren. Het leverde een monotoon geroezemoes op in de grote leeszaal.

Categories: Gadgets

The rise and fall…

(deel 3)

Toen Napoleon in 1798 met zijn leger van 50.000 soldaten Egypte binnenviel, was Alexandrie het eerste doelwit en na een dag versloeg hij duizenden Mameluken, terwijl het Franse leger slechts 15 doden betreurde. De stad was toen al zodanig in verval dat er bijna niks meer van de oude glorie terug te vinden was. De twee beroemde obelisken, die er ooit door een Romeinse keizer waren geplaatst, werden in de 19e eeuw door Mohammed Ali (niet de bokser, maar de grondlegger van de laatste koninklijke familie van Egypte) geschonken aan New York (nu te zien in Central Park) en Parijs (Place de la Concorde).

De enig overgebleven pilaar is een 30 meter hoge Dorische zuil, die ergens op een heuvel in een van de sloppenwijken staat. Het was het bezoek nauwelijks waard. Het meest amusante was een drietal kop aan voet liggende politie-agenten, die precies in de schaduw lagen met als enige activiteit het meebewegen van de zon, tot grote hilariteit van een groep fotograferende en gniffelende Japanners.

Eind 19e eeuw vestigden zich hier duizenden Europeanen van Franse, italiaanse, Griekse en Britse afkomst. De stad bloeide op en werd wereldberoemd om haar handel en rijkdom. Mooie pleinen, imposante koloniale gebouwen, brede lanen en boulevards. Het verdween allemaal met de revolutie van 1952. Alle Europeanen werden weggejaagd en sinds die tijd explodeerde de populatie en ontstond de 25 kilometer lange Corniche, overbevolkt met de muur van flats en een strand dat schuilgaat onder honderdduizenden parasollen met een veelvoud van er onder uitstekende armen en benen.

De oude stad is in ernstig verval en hoop op betere tijden lijkt er niet. Hier en daar zijn nog overgebleven koffiehuizen met Griekse of Franse namen waar de tijd heeft stilgestaan. Een handvol bars uit de zeemanstijd inclusief nautische artefacten aan de muren, maar ook de zeelui zijn verdwenen. De ruime koloniale gebouwen zijn overbevolkt door de straatarme bevolking, wat ouder was, is al ingestort. Af en toe zie je een prestige project, zoals de nieuwe bieb, een superhotel met privestrand en het laatste plan ligt al op de tekentafel: het eerste onderwatermuseum ter wereld. Dan kun je in een soort glazen gangenstelsel door het oude paleis van Cleopatra lopen, dat sinds kort door onderwaterarcheologen op de bodem van de haven wordt blootgelegd. Wat vlaggen op de modderschuit zullen we maar zeggen.

Al met al is en blijft het een wonderlijke stad van indrukwekkende omvang en bruisend tot in de verste uithoek. Elke straat is voorzien van meerdere theehuizen vol sisha rokende Alexandrijnen en de Cornich overstroomt dagelijks door paraderende Cairezen die puntzakjes boterbonen en op houtskool gebakken maiskolven kopen bij de talloze straatventers.

En dan nu de plot. In een van ouderwetse geel-zwarte taxi’s die door de straten toeren, reed ik door een wirwar van straatjes naar het eethuis van Mohammed Hossni, een door een collega aangeraden restaurant dat bekend stond als het beste eethuis van Alexandrie. Nou, ik weet niet wat goed is, maar dit was wel een zeer armlastige wijk waar ik liever niet uitstapte. De taxichauffeurs spreken geen van allen iets anders dan Arabisch en ook deze niet. Wel rijden ze op spektakulaire wijze langs trams, brommers en ontwijken openliggende putdeksels of nemen zo hier en daar even een stuk stoep of kledingstal mee.

Bij Hossni aangekomen stapte ik uit en na vertrek van de taxi keek ik eerst of ik al mijn waardevolle bezittingen wel goed in mijn rugzak had verstopt. Mijn camera… ik had mijn camera in de taxi laten liggen! Even later zat ik aan de thee met uitbater Hossni zelf. (Holland? Ik heb in Den Haag gewoond! Of ik het nummer van de taxi had? Nee? Finito! Die zie je nooit meer…). Hoewel ik geen trek meer had, gaf Hossni me uit medelijden een broodje shoarma mee, voor het geval ik plots toch trek zou krijgen. Ik liet mijn nummer achter voor het geval de taxichauffeur een vrome danwel berouwvolle gelovige zou zijn… Helaas, ik ben niet meer gebeld.

En zo kwam ik vanmiddag weer terug in Port Said. En voordat ik dit hele stuk ging zitten tikken gebeurde het ongelooflijke van dit laatste verhaal. Er werd aangebeld, ik doe open en wat denk je? Staat die sukkel van de receptie voor de deur en overhandigd mij een enveloppe uit Spanje! De USB kabel! Ik had er tien keer om gevraagd maar nu had hij hem gevonden onder de balie. Is mijn camera gejat, krijg ik die kabel ineens. Nou doei hoor, voorlopig zullen jullie het zonder foto’s moeten doen!

Vermist…

Categories: Gadgets

De terminal in aanbouw (2) in plaatjes

Foto vanuit het toekomstig kantoor dat de terminal overziet. Op de achtergrond de kade met daarop de RTG’s (Rubber Tyred Gantry, kranen op wielen zogezegd…)

Ook de toekomstige klant houd de veerpont (rechtsonder) nog wel eens tegen. Deze is meer dan 300 meter lang en dus een stuk groter dan het vliegdekschip hier ergens onderaan geplaatst.

Inspectie van het kantoor met de bazen die alvast hun toekomstige kantoortjes uitpassen (en eventueel aanpassen).

En hier dan de twee welbekende Noell kranen aan de kade. De stroomkabel moet nog ingeplugd worden en eind deze maand komt nummer drie. Op de voorgrond moet nog wat betegeld worden en 1 oktober starten is dus geen enkel probleem (!?)

Een RTG in volle actie, uitgerust met twinlift spreader (Bromma) kan deze kraan 45 ton tillen.

Het tanken van de 33 terminal Tractors.

En nu een echt interessant uitzicht, de dagelijks zonsondergang zoals die te zien is vanaf mijn balkon, de BBQ heeft hier al gebrand en Bob Marley is momenteel mijn favoriete achtergrond muziek, tot de imam het genoeg vind en zijn eigen lied schalt, maar dan is de zon toch al onder…

Categories: Gadgets

Een geleende USB kabel

Kijk, zelf heb ik nog geen eigen USB-kabel, maar ineens zag ik iemand op de terminal lopen met nagenoeg dezelfde camera als ik, dus was er even de gelegenheid om wat foto’s op de eerste de beste PC te zetten. Ik heb nu weinig zin om alle logs aan te passen, dus komen hier wat foto’s met de beloofde uitleg.


en dit is nu een terminal tractor met een gooseneck…


en een dieplader die alleen maar meegesleept kan worden met bovenstaande combinatie

Hmmm, de foto’s lijken wat groot uit te vallen, maar ja, dat zoek ik later wel uit hoe dat komt, dan maar gelijk de Asian Sun plaatsen waar al deze apparaten uitgekomen zijn…

Hieronder een reachstacker in actie, al zijn het nog lege containers waarmee geoefend wordt, het apparaat kan 45 ton hijsen…

Er passeert nog wel wat door het Suez Canal, hier een illegale foto van een vliegdekschip dat eergisteren begeleid door fregatten passeerde. Onderzeeers gaan vooraf en komen soms boven even buiten het kanaal. De ferry ligt helemaal stil en alle bruggen worden afgesloten tijdens de passage. Helikopters begeleiden elk militair konvooi of marineschip. Overigens hebben alle landen ter wereld recht om hun marineschepen te laten passeren, voer voor geheime diensten aan de oever van het kanaal, en ook voor een verdwaalde zeekadet natuurlijk…

Categories: Gadgets

Pakjesavond

Afgelopen week werden dan uiteindelijk mijn spullen aangeleverd. In totaal zijn de twee flinke kisten vanaf 6 mei onderweg geweest en arriveerden op 12 juni in Port Said om vervolgens voor een maand in hechtenis genomen te worden door een douane depot in Cairo. Het grote wachten was op mijn verblijfsvergunning, werkvergunning en visa en dat is in deze bureaucratie geen eenvoudige taak. Gelukking hoefde ik geen inburgeringscursus te volgen.

Het eindigde in een soort van pakjesavond, want ik was al zo ongeveer vergeten wat er allemaal in de kisten zat. Ik woon in een appartement op de 4e verdieping en dus moesten de verhuizers 8 trappen per keer lopen en dat in een dikke 38 graden boven nul in de brandende zon met een onwaarschijnlijke luchtvochtigheid. Toen de dozen met boeken aan de beurt waren kropen de drie verhuizers zo’n beetje naar binnen, een soort van vochtige streep van zweet en tranen achter zich latend op de trappen.

De koelkast met flessen water (ik consumeer zo’n beetje twee dozen per week, afgezien van af en toe een biertje…) werden vacuum getrokken door de heren en dus was een fooitje wel op zijn plaats. Alles werd keurig in elkaar gezet (boekenkast, tuinset, tafel, etc.) en eindelijk kreeg mijn huis weer een beetje fleur van alle kado’s die ik de laatste weken voor vertrek kreeg.

De tekening van de terminal Rotterdam en de groepsfoto van de bargeploegmannen kwamen weer uit de dozen evenals de passepartout van 20 jaar fotoherinneringen aan de zeekadetten, familiefoto’s en de EO pet, drie blikken erwtensoep inclusief de oranje unox wintermuts van 3 jaar nieuwjaarsduiken (mijn duik vind dit jaar plaats op 1 januari in water van 20 graden en een zonnetje, ik zal de foto’s plaatsen hier!), een fles Vlaardingse Schelvispekel en een kruik Hoekse kruidenbitter (die mijn vader tegen alle verhuizersadviezen en douanedreigementen gewoon tussen de handdoeken gepropt had, en dus bedankt pa! En bedankt gulle gevers Bas en naar ik vermoed ouwe Dirk Ham en aanhang uit de Hoek).

Verder een pot calve pindakaas, een set De Ruiter hagelsslagen van diverse kleuren, en de ietwat te laat gekomen Oranje sloffen in de vorm van klompen, oranje mok en oranje puzzel die wellicht in 2006 nog van pas zullen komen, een dartbord met pijlen (bedankt spil 2, ik zoek nog een geschikte plek in dit huis) En wat al niet meer. In ieder geval at ik die avond instant boerenkool met rookworst al liep het zweet over mijn rug, het was smaakvol.

De fiets is gemonteerd en inmiddels trap ik met flinke vaart tussen de auto’s die bij lange na deze snelheid niet halen over de straten van Port Said (ik heb dan ook 24 versnellingen), en met de wereldontvanger kan ik ondanks een hoop geruis de tour de france volgen. Een nieuw geluid in dit rumoerige vakantiedorp is de gitaar die ik voor het eerst sinds jaren weer eens uitprobeer en wel op het balkon. Al met al ben ik nu voorzien van heel wat meer gemakken en nu nog alles op de juiste plek zetten en hangen. Dus allemaal bedankt voor de kado’s, het is met veel plezier ontvangen.

Categories: Gadgets

Eerste hulp

Ergens in augustus wordt er een ambulance met EHBO’ers gestationeerd op onze afgelegen terminal. Nou moet je altijd op je hoede zijn voor ongelukken, maar zelfs van een ambulance met knipperende lampen en gillende sirene weet ik niet zeker of die voorrang krijgt op de veerpont. In ieder geval is het een aardig lange rit met hindernissen en tot die tijd moest ik een alternatief hebben. Gisteren bekeek ik aandachtig de EHBO kit die mij op verzoek door het ‘hoofdkwartier’ in Port Said was toegestuurd.

Het was een flink boterhamzakje vol… Een rolletje verband dat al aardig vergeeld was, vijf pleisters, twee steriele gaasjes en een flesje jodium. Daarnaast rolde er een flesje oordruppels (?) en drie potjes zalf zonder opschrift over de tafel heen. Uit de binnenzak van de ‘service officier’ verschenen nog een aantal pakjes pillen waarvan ik er slechts een kon identificeren door het opschrift ‘aspirin’.

Verder geen bijsluiters; wel witte en alarmerend kleine pillen, langwerpige capsules met grijs poeder, kogelronde roze pillen en een soort pepermuntjes met daarin een arabisch woord. Hiermee moest ik vijftig potentiele patienten bedienen die inmiddels op het trainingsterrein de meest hachelijke capriolen uithaalden met zware machines. Ik keek maar niet meer naar buiten.

Vandaag had ik in Port said een afspraak met de ‘service officer’ die alle niet-technische bestellingen van het bedrijf voor zijn rekening neemt. Ik had inmiddels begrepen dat een standaard EHBO kist niet te verkrijgen was in de wijde omtrek. Maar we konden wel naar een apotheek, en de opgegeven instrumenten (pincetten en schaar) waren te koop bij een door de overheid gefinancierde speciaalzaak voor dokters.

Het leek wel een slagerij… allemaal angstwekkende instrumenten die door een man met hoog voorhoofd, uitpuilende ogen en een morbide glimlach werden gepresenteerd. ‘For cutting’, zei de man met monotone stem, terwijl hij een set incisiemessen van verschillende lengte toonde. ‘Nee, dank u.’ Ook de service officer trok wat bleek weg toen de man ietwat teleurgesteld een aantal uitgestalde operatieklemmen en tandartshaken in de la veegde en ons slechts een setje roestvrijstalen pincetten en twee scharen kon slijten.

In de apotheek was een veel vrolijker ‘dokter’ Ashraf onze gids. Hij plaatste me in een comfortabele stoel en keerde voor mijn voeten de ene na de andere kartonnen doos vol pleisters, gaasjes, rekverbanden en wattenproppen om over de vloer. Twee assistenten graaiden alles wat ik aanwees uit de berg en na een controle van mij op verloopdatum en kapotte verpakking, verdwenen ze in een vuilniszak. Wonddrukverbanden, snelverbanden, mitella’s en vette watten waren ‘niet nodig’ (lees: niet aanwezig/nooit van gehoord) volgens de dokter.

Uiteindelijk wierp de service officer de zak over zijn rug en schafte ik nog een paar doosjes welbekende paracetamol aan. ‘Nu heb ik alleen nog een kist nodig om alles in te doen’ zei ik in de auto. ‘No problem, mister Robert.’ Ik had iets van een vissersdoos in gedachten, dat moest wel lukken in een vissersplaats. ‘Ín ieder geval iets van plastic, stevig, goed afsluitbaar en met meerdere vakjes’ riep ik de officer nog toe. Met een begrijpende glimlach en iets van een ‘ik snap het wel hoor’ gebaar vertrok hij met de auto.

Terwijl ik in de middag mijn buit van EHBO spullen uitstalde op het bureaublad, arriveerde de service officer op het trainingscentrum. Naast de dagelijkse voorraden bronwater en andere bestellingen, had hij de aangevraagde doos bij zich. ‘The first aid kit, mister.’ Met een smak landde een knalrode stalen gereedschapskist van wel tien kilo op de vloer. Het was afgesloten met een hangslot en tevergeefs zocht de service officier in zijn zakken naar de sleuteltjes. De eerste hulp moest uiteindelijk komen van een Td’er met hamer en beitel. En de kist mocht die als beloning meenemen…

Categories: Gadgets

Woensdagavond sportavond

Vorige week ondernam ik met een paar collega’s de eerste stappen voor de SCCT sportclub. Port Said is een stad waar eigenlijk nooit een of andere bijzondere festiviteit plaatsvind, hoewel, ik ben het eerste jaar nog niet rond om dat met zekerheid te kunnen zeggen. In ieder geval is er weinig georganiseerd vermaak en dus was er de eerste avond, vorige week woensdag, al een goede opkomst. De voetbalavond was gepland in de Mubarak Sporthal in een buitenwijk van de stad. Ik kwam er niet terecht zonder de hulp in te roepen van een van de medewerkers in Marhaba Village, waar ik woon. Deze reed met me mee, wees de weg, en inderdaad, temidden van een vlakte puin stond een prachtige sporthal gesierd met een levensgroot portret van de grote leider van het land.

Dit is de opkomst van de eerste woensdag in de Moebarak sporthal…

Binnen werd inmiddels op een hoog niveau gevoetbald en van alle sporten beheers (?) ik deze wel het minst. Net als vroeger op school eindigde ik in het doel, maar ditmaal door een vrijwillige keuze. Ik was een ware schietschijf en weerde de ballen meer af uit zelfbescherming, dan als een volleerd keeper. Het leverde een hoop hilariteit op bij de Egyptische collega’s en als troostprijs mocht ik aan het einde van de voetbalavond mijn gram halen door de onverdiende en dus ‘geregelde’ strafschop aan de overzijde voor mijn rekening te nemen.

De keeper was een iel mannetje die me recht in de ogen keek om te zien of ik zo dom was om naar de geplande hoek te kijken waar ik de bal wilde plaatsen. Ik keek echter alleen maar naar het complete doel in de hoop dat het resultaat ergens binnen de latten zou eindigen. In een ding ben ik wel goed, en dat is om de bal een enorme peun te geven. En dat lukte me dan ook, hoewel het een wat lullig eind van de eerste avond was. De keeper, een toekomstige scheepsplanner – was dat de reden? – werd na mijn penalty behulpzaam op de been geholpen door zijn collega’s. De volgende dag toonde hij me trots de afdruk van de bal in zijn nek en zei me dat ik toch maar mooi niet gescoord had…

Afgelopen woensdag was de opkomst drie keer zo groot omdat ik inmiddels alle operators en TD’ers van de terminal had uitgenodigd. De plaats van handeling was het sportveld van het Helnan hotel. Personeelszaken maakte van de gelegenheid gebruik om alle aanwezigen (een stuk of vijftig) te voorzien van een SCCT petje en scoorde daarmee goed (eens zien hoelang ze populair blijven…). Er werden zes teams geformeerd die elk een kwartier speelden en tot mijn verbijstering zag ik zelfs collega Willem B. met ferme stappen door het veld hobbelen om tevergeefs een bal te kunnen raken. Gelukkig heeft het Nederlands elftal sinds afgelopen maand voldoende reputatie opgebouwd zodat onze Hollandse voetbal afvaardiging in Port Said enigzins uit de wind bleef.

(collega Rob W. kwam overigens niet verder dan liggen in het gras en genieten van de zon, Willem B. wel, ook al is het aan de foto niet af te zien)

Maar goed, het werd een groot succes en volgende week huren we ook het aangrenzende buitenzwembad af. Ik heb al een aantal collega’s uitgedaagd voor een 100 meter sprint in het water en daarna kunnen we ook de squashbaan naast het voetbalveld gebruiken. Het ziet er allemaal goed uit. Als we in de loop van het jaar naar de honderden collega’s gaan komt er wellicht ook ruimte voor een volleybalteam (wat ik wel graag speel) en nog beter; ik heb een roeivereniging ontdekt in Port Said, dus boten zijn er ook… Nu alleen nog stoppen met roken en wachten tot mijn fiets uit de container komt. Ja ja, de sport- en afvalplannen zijn er weer volop, nu nog zien of ik ze waar maak…

Categories: Gadgets

De airco brigade

De warmte heeft toegeslagen in Port Said en afgelopen week begaven zowel de airco van mijn huis en mijn auto het. Pas dan heb je in de gaten hoe warm het nu werkelijk is. Vies warm dus. De airco in de auto sloeg af zodra er te weinig toeren werden gedraaid en op de ferry (en in de rij daarvoor natuurlijk) overvalt de kleffe hitte je vrijwel direct. Het openen van een raampje verergerd het alleen maar. Van slapen komt maar weinig terecht; het lijkt wel alsof je in een lauwe dweil ligt te maffen…

Daarnaast is het in Marhaba Village hoogseizoen en alle huizen zijn inmiddels bewoond door vakantiegangers uit Cairo en de Delta die een beetje verkoeling (!) aan de kust zoeken. Dat doen ze vooral tot diep in de nacht en ik vermeldde al eerder dat plezier vooral gemeten wordt in de mate van geluid die geproduceerd wordt. Kinderen gillen en radio’s knetteren de laatste Arabische jengelhits uit. Alles wordt overtroefd door de imam die vanaf zijn minaret de oproep tot gebed doet (de eerste start om 04:15 uur dezer dagen). Van slapen kwam dus maar weinig terecht.

Maar vandaag had ik alle airco experts van de wijde omgeving opgetrommeld en nadat de ene in de auto was gemaakt, volgde vanavond de andere koelinstallatie in mijn huis. Terwijl ik een balkon vol collega’s op bezoek had, stampte er een team van maar liefst vier specialisten naar binnen. Airco monteurs zijn graag geziene gasten in de woestijn en dus genieten ze een zekere status en stralen dientengevolge ook een soort van arrogantie uit.

De hoofdmonteur was een grote dikke man die sprak met een hoeveelheid decibels die op het balkon iedereen deed verstillen. De drie anderen bleken assistenten. Een sjouwde zijn koffer met gereedschap en gaf de instrumenten aan. De tweede was de man die een trapje klaarzette, de tafel opzijschoof, de kamer aanveegde (?) en de losgeschroefde onderdelen keurig in volgorde uitstalde. De derde bleek zowaar degene te zijn die alle reparatiehandelingen uitvoerde die hem toegebulderd werden. De hoofdmonteur zat namelijk vanuit een stoel commando’s te geven en voerde tegelijkertijd allerlei telefoongesprekken die hem af en toe deden schateren van het lachen.

Op het balkon bleef het desondanks gezellig en af en toe keek ik of alles in de kamer naar wens verliep. Gelukkig hoefde ik niet over een prijs te onderhandelen, want dit was een onderdeel van het serviceteam van Marhaba Village dat momenteel topdrukte beleefd. De grote dikke man stond op en zei ‘it works again, all okay, no problem, bey bey.’ Hij gaf me een ferme handdruk en stampte met de echte monteur en de tasdrager naar buiten. De veger liep met een papiertje stof de keuken in en gooide dit demonstratief in de prullenbak.

Even keek hij of zijn kameraden al buiten waren en uit het zicht hield hij plots zijn hand op en met het meest droevige gezicht dat hij kon trekken fluisterde hij ‘baksjies?’ (fooi?). Verbaasd keek ik hem aan, want ik wist niet eens waar ik mijn geld had liggen. Het enige in de buurt was de fruitschaal op de tafel en spontaan drukte ik hem een appel in de hand. ‘Sukran’ (bedankt) zei ik en deed vervolgens de deur achter hem dicht. Dat was mooi geregeld. De temperatuur is inmiddels naar normale waarden gedaald en dat allemaal voor nog minder dan… een appel en een ei!

Categories: Gadgets

Blog at WordPress.com.