Author Archives: Robert Tetteroo

Unknown's avatar

About Robert Tetteroo

Schrijver, scenarist, Podcastmaker

Cijfers, statistieken en het laatste nieuws

Voor de cijferfreaks heb ik de volgende uitslagen voor de maand mei:

Woestijn web-log werd gemiddeld door 33 bezoekers per dag bekeken en de vanwege de reacties op de logs (56) kan ik verheugd vaststellen dat ik dat niet zelf geweest ben.

In totaal waren er 1021 pageviews en 350 unieke bezoekers, voor wat dat allemaal ook mag betekenen.

De poll uitslag…

Op gedeelde tweede plaats eindigden Meneer Said en Wat ik eet zoal… beiden net onder de 20%. Maar Sterke verhalen was goed voor meer dan 50% van de stemmers… Geloven jullie me soms niet? Ik zal er in ieder geval rekening mee houden. De poll blijft in juni nog in bestaan, daarna komt er een andere. Suggesties zijn welkom.

En dan nu het programma voor de maand juni. Ik ga op een Europese toernee en land morgennacht al in Barcelona, waarna ik per Fiat Puno naar Zaragoza rijdt en daar ergens rechtsaf sla om een dorp genaamd Lecinena ga bezoeken, zo’n 350 kilometer landinwaarts…

Eenmaal terug in Barcelona vlieg ik naar Schiphol en rij door naar Antwerpen om daar een schip te laden genaamd de Asian Sun met 33 trucks, 2 reachstackers en 2 empty handlers. Daarna – het is een zwaar beroep – terug naar Barcelona om 30 trailers te laden op hetzelfde schip.

Gezien de snelheid van het schip moet ik maar liefst een week vertoeven in deze stad. Ik neem mijn laptop mee, maar of ik nog in de gelegenheid ben voor een aantal verslagen? Dat merken we vanzelf wel.

Nou wellicht dat ik aantal van jullie zie de komende weken, dus zet het bier maar in de koelkast… En nu trek ik de stekkers uit de computer en gooi het hele zaakie in de koffer. Tot gauw!

Categories: Gadgets

de Zwarte Koning

Donderdagmiddag begint hier het weekend en dat wordt hier gevierd met een massaal samenzijn op de straten van Port Said. Overal is het dan een drukte van belang en auto’s vol jongeren met flitsende Arabische rockbeats – op halve tonen, zeg maar dat kattengejank – rijden tientallen rondjes over de ringweg door het centrum. Overal wordt gestopt en gaan deuren open en dicht, worden plaatsen gewisseld en rijdt men weer stapvoets verder naar de volgende menigte.

Ik stond er een tijdje naar te kijken en besloot dat dit het gevolg is als je geen kroegen in je stad hebt. Natuurlijk speelt het aangename klimaat ook een rol… Zelf wandelde ik met een gecombineerd dam-schaak-backgammon spel tussen de mensen door richting de winkelboulevard aan de voorzijde van Marhaba Village. Daar is een eenvoudig theehuis, vlak bij mij appartement, waar ik de droge keel eens wilde lessen en een blik in de zojuist aangeschafte spellendoos wilde werpen.

Naast mij zaten twee mannen driftig de sisha te roken en gooiden versleten dobbelstenen in een eigen backgammon-bak om vervolgens hun stukken luid op de juiste positie te ketsen. Een van de stenen bestond uit een piastermunt (herkenbaar aan een rond gat in het midden) die sinds de enorme inflatie geen enkele waarde meer had. Muntgeld is dan ook in ongebruik geraakt in Egypte…

Ik had het spel van McGreggor gekocht, een donkere Egyptenaar die ook wel eens een halfzwarte Amerikaan zou kunnen zijn, zoals zijn naam deed vermoeden. McGreggor is een wandelende horlogehandelaar en deelt zijn territorium met Said aan de voorzijde van enige biergelegenheid Cicil. Dat zit onder de Koreaan waar men ook een Stella Export tijdens de maaltijd kan bestellen. (en dat is hard nodig ook vanwege het hoge specerijengehalte van meneer Park…)

McGreggor had de waardeloze staat van mijn horloge (bandje gescheurd, wijzerplaatverlichting defect) al twee weken terug geconstateerd en sindsdien was hij niet meer van mijn zijde geweken als ik maar enigzins in de buurt kwam van deze favoriete stek. Ik beloofde hem over niet al te lange tijd een namaak rolex aan te schaffen, maar nu nog niet. Daarna kwam hij met allerlei snuisterijen waaronder de spellendoos, en een schaakspel had ik nu juist nodig…

In het theehuis pakte ik de zaak uit en ontdekte al gauw dat ik de zwarte koning miste. Een van de backgammon-mannen wilde direct weten van wie ik dat spel gekocht had. Na de naam McGreggor uitgesproken te hebben hoorde ik luid twee keer iets wat waarschijnlijk ‘aha’ betekende, (‘aga’ of zoiets). Na wat afkeurend geratel werd een tegen een pilaar leunende jongen de menigte ingestuurd. De mannen gebaarden mij te wachten en speelden verder.

Niet veel later verscheen McGreggor in het kielzog van de jongen en werd er door de heren stevig gemopperd. De horlogehandelaar keek met toegeknepen wenkbrauwen even onder de tafeltjes en haalde zijdelings zijn schouders op. Hij keek nog eens naar het onvolledige schaakspel en meldde toen dat ‘Egypt always one king’ had. Dat was wel waar, Opper- en Neder Egypte werd een paar duizend jaar door een enkele farao geregeerd.

‘But this is a king, no Pharao,’ hielp een van de backgammers mij, terwijl hij wild met de witte koning in het rond zwaaide. Alles gaat hier met wat meer temperament. Ik had me er al bij neergelegd want de stukken kwamen tenslotte allemaal uit verzegelde plastic zakjes. Maar niet de backgammors, ze stuurden McGreggor weer op pad en bliezen hun stoom af in hun waterpijp.

Ondertussen had ik wel een extra dam/backgammon steen in de spellendoos aangetroffen. Tevreden gaf ik deze aan de twee heren en de steen werd meteen met de piaster verwisseld. Ik had het idee om maar weer eens op te stappen, toen daar ineens McGreggor weer verscheen. De backgammors hielden me tegen en keken Mcgreggor streng aan. Deze had ergens een miniatuur Obelisk vandaan gehaald, een zwarte… Het massa-toeristen product torende hoog boven de andere stukken uit maar paste precies in een vierkantje.

Een van de mannen overhandigde McGreggor luid lachend het piasterstuk in ruil voor de obelisk en ik keek – stom als ik was – even op mijn horloge om een reden te hebben er tussen uit te knijpen. Dat gaat hier namelijk altijd nogal moeilijk. Je moet er altijd bijblijven, ook al ken je de mensen niet eens. McGreggor was het niet ontgaan en keek me met glinsterende ogen aan. ‘Next week new watch,’ herrinnerde hij mij. Belofte maakt schuld, en terwijl ik terug wandelde bedacht ik de eerste zet voor de online schaakpartij met Mushraf: E2-E4. En verder vooruit dacht ik nog niet…

Categories: Gadgets

Korte geschiedenis van Port said

En nu eens iets over de stad. Helaas heb ik nog geen digitale camera, dus misschien moet ik de stad maar eens wat beter beschrijven. Port Said ligt aan de Middellandse Zee, aan de ingang van het Suez kanaal en dat is ook de reden van haar bestaan. Toen Fredinand de Lesseps begon met graven, stichtte hij Port Said, vernoemd naar de toenmalige pasja Said, die hem toestemming gaf.

Suez Kanaal omstreeks 1890 te Port Said

Na de opening van het kanaal halverwege de 19e eeuw begon de stad te floreren. Honderden schepen passeerden het kanaal en sloegen nieuwe voorraden in aan de kades van de snel groeiende stad. Na de overheersing van de Fransen kwamen de Engelsen en Port Said werd de mooiste stad van Egypte genoemd. Populairder dan de duizenden jaren oudere steden als Alexandrie en Cairo.

In de jaren vijftig, na de nationalisering van het kanaal, vertrokken de Engelsen en trokken de communisten de stad in om haar van elke westerse grandeur te ontdoen. Volgens een oude (Egyptische) collega was Port said tot die tijd een flitsende stad vol kroegen, barren en ja, zelfs nachtclubs voor de zeelui… sinds die tijd is het bergafwaarts gegaan en kreeg de stad ook nog twee keer toe de Israelis door de straten, die de laatste glans van de stad haalden.

Zoals eerder vermeld stelde Sadat in 1975 de free-zone in zodat de mensen zonder belasting konden handelen en even veerde economie op. Maar nu aan het voorlaatste jaar van de opheffing van de free-zone, is Port Said al niet meer de goedkoopste stad van Egypte. De toeristen uit Cairo en de Delta komen alleen nog maar in de zomervakantie – als betere badplaatsen volgeboekt zijn – voor wat welkome verkoeling te vinden.

Typische straat in Port Said, de 19e eeuwse balkonnen zie je hier nog in verschillende straten

Vandaag de dag is het verval zichtbaar. Tussen half afgebouwde hoogbouw staan nog de 19e eeuwse vervallen flats met houten balkons, waar geen mens zich meer op waagt. Lege etalages gapen verlaten tussen de rijen kledingwinkels zonder klanten. Goedkopere stalletjes zijn op de straten gekomen en alleen de verwaarloosde theehuizen dragen nog herinneringen aan het ooit florerende nachtleven van Port Said. Brede kruispunten vol politieagenten leiden ongeintereseerd een toeterende drukte van auto’s, paardenkarren en scooters over de ringwegen van het centrum.

Gisteren dronk ik voor een habbekrats een beker sugarcan bij een standje waar je allerlei geperste vruchtensappen kunt kopen. Sugarcan wordt ter plaatse gemaakt door meterslange stengels taai suikerruit te vermorzelen in een vierkante machine. De man noemde zich Sami en stond mij in een versleten broek en hemd zonder knopen aan te staren. ‘Do you have a job yes or no?’ vroeg hij een paar keer snel achter elkaar. Of ik een baan voor hem had?

Bedenk bij dit plaatje een straat vol gekleurde auto’s, en er is nog niks veranderd…

Wij zijn bijna de enige buitenlanders in de stad en iedereen weet dat de container terminal er aan komt en daarmee veel werk. Ik kon geen praatjes verkopen. ‘No food’, zei hij gebarend naar zijn mond, en wees daarna beschaamd naar zijn kleding. ‘No money,’ geen geld… Ik betaalde de 50 piaster (nog geen 10 eurocent) en zei eerlijk dat ik hem niet kon helpen aan een baan.

Sami heeft nog wel wat werk en ik beloofde hem vaste klant te worden van zijn sugarcan brouwsels (het is dan ook erg lekker). Maar velen zijn er slechter aan toe. Elke dag als ik op het balkon van het kantoor even de straten in kijk, zie ik talloze kinderen en volwassenen de vuilnisbakken leegroven van plastic, karton, oud papier, bekertjes en weggehooid etenswaar. De grote bak wordt niet eens meer geleegd door de gemeente. Het afval is afkomstig van de kantoren van de Sobh-tower, de kantoor-toren vol banken en bedrijven die huren van meneer Sobh, die naar verluidt meer dan 200 miljoen dollar in zijn kluis heeft zitten.

Zo af en toe meert er een wat gammel passagiersschip uit Oost Europa of Turkije aan. Tientallen toeristen struinen dan door de straten van de stad op zoek naar iets wat op een terrasje of attractie lijkt. Mannen als Said en McGreggor zijn dan niet op hun vaste stek te vinden, maar volgen de toeristen om hun handelswaar te slijten. Bij gebrek aan vermaak trekken ze nog een aardig publiek ook…

Wat je allemaal niet kan vinden op internet… hier dus Ferdinand de Lesseps in betere tijden, omstreeks 1890…

Veel verder dan de lege sokkel van Ferdinand de Lesseps is er dus niet te zien. Ik weet inmiddels dat hij van zijn voetstuk getrokken werd vanwege de duizenden doden die vielen bij de aanleg van het kanaal. De snikhete woestijn werd in tweeen gegraven – waarbij en passant Azie van Afrika gescheiden werd – en de erbarmelijke omstandigheden deed vele arbeiders bezwijken. Maar ik heb geruchten gehoord dat het beeld nog moet bestaan en ergens in een dockyard aan de overzijde van het kanaal moet liggen.

Als ik hopelijk volgende week een digitale camera kan aanschaffen, zal ik alle verhalen waar mogelijk eens opfleuren met wat recenter plaatjes, dat leest dan wat makkelijker dan al deze lappen tekst. Zie je nou Sami, dat zijn de zaken waar ik me druk over maak… de internet verbinding werkt niet snel genoeg en valt er steeds uit … en ik heb nog geen digitaal toestel… en Ferdinand geen voetstuk… en meneer Sobh nog geen standbeeld…

Categories: Gadgets

De eerste taalles?

Tawik maakte van elke opmerking direct werk. Allereerst had ik het Hollandse koffiezetapparaat als ‘part of the deal’ van hem overgenomen. Vervolgens had ik gevraagd of hij nog iemand in Port Said wist die mij Arabisch kon leren. En dat wist hij. Die avond nodigde hij me uit in een ander appartement dat hij bezat in de stad. In de eerste plaats om drie maanden huur vooruit te betalen, ten tweede omdat hij mij aan iemand wilde voorstellen die mij eventueel Arabisch wilde leren.

Na de zakelijke transacties en een praatje over wat er allemaal mis was met Egypte, ging de bel. Een man met een groezelige baard onder de kin en een paar geleerde ogen schreed binnen. Hij was vast niet ouder dan mij, maar duidelijk iemand met een natuurlijk gezag zoals de strenge schoolmeester uit vroeger jaren. Hij heette Mohammed… en was de Imam van de Grote Moskee van port Said, niet ver van Mahaba Village, waar ik die avond zou gaan wonen.

Mohammed sprak drie woorden Engels (Yes, no, shit!) en een paar woorden meer Duits vanwege een studiereis naar onze Oosterburen, vertaalde Tawik. Ik knikte vereerd en de Imam wilde weten welke taal ik wilde leren: klassiek Arabisch of Egyptisch Arabisch. ‘Wat is het verschil?’ vroeg ik verbaasd. Na een flinke monoloog van de Imam, meldde Tawik dat klassiek Arabisch de taal van het geschreven woord is, ofwel het standaard Arabisch dat in elk Arabisch land hetzelfde is en al 15 eeuwen onveranderd. Het Egyptisch was gewoon de spreektaal en zodoende verschilt de Arabische spreektaal van land tot land en van streek tot streek…

Ik besloot te kiezen voor de spreektaal in Egypte, want daar moest ik tenslotte mee aan de slag in de straten van Port Said. De Imam lachte en vond het blijkbaar een goede keuze. Tawik zei dat de Imam bekend stond vanwege zijn prachtige stem en zijn duidelijke uitspraak van Koran teksten. ‘Luister maar,’ zei Tawik, ‘ik zal vragen of hij wat wil voordragen.’
De Imam begon een lage, zeer lange voordracht uit de koran te reciteren. Er kwam geen einde aan, maar eerlijk, het klonk indrukwekkend en deze man had een stem waarmee hij zonder schroom voor de Idol-jury kon verschijnen.

Hij was opgeleid aan de belangrijkste Islamitische universiteit in het Midden Oosten, die van Cairo, en dat was een opleiding die – zo begreep ik – zeer zwaar was. De universiteit levert de belangrijkste geestelijke leiders van de Arabische wereld. Het enige probleem was dat de goede man geen enkele andere taal sprak die ik begreep. We gingen even testen en de Imam koos geen eenvoudige voorwerpen, maar beelde allerlei begrippen uit.

Het ging sneller dan ik dacht. ‘Sukran…’ bedankt. Goedzo, riep Tawik enthousiast. ‘Meesje…’ betekend: is goed… en dat was ook goed. ‘Izmi Mohammed… sprak de imam. Mijn naam is Mohammed, antwoorde ik en vervolgde gelijk: ‘Izmi Robert!’ Meesje, zei de Imam tevreden… Sukran antwoorde ik. De Imam had duidelijk schik in deze conversatie, want hij lachte alsof zijn leven ervan afhing en sloeg trommelend met zijn handen op de knieen. De Imam was een druk bezet man en kon alleen na tien uur ‘s avonds lesgeven. Dat was een tijd waar ik even over na moest denken en ook over taallessen van een Imam…

Tawik gaf me het telefoonnummer van de geestelijke en zei dat ik hem komende week maar eens moest bellen om te zeggen of ik bereid was de Egyptische les te gaan volgen. Ik hield het in het midden en vroeg me af hoe lang ik aan de telefoon zou zitten om duidelijk te maken wanneer, waar en hoe laat ik iets wilde afspreken. ‘Ach, daar komen jullie vast uit,’ zei Tawik schouderophalend, ‘jullie babbelen al aardig met elkaar.

Die ochtend schrok ik om vijf uur wakker van een jammerlijke klaagzang die over de tuinen van Mahaba Village tegen de ramen van mijn nieuwe appartement ketste. Ik herkende die stem… zonder enige twijfel. Misschien dat ik toch maar eens met die meneer moest gaan praten. En daarvoor moet ik eerst de vereiste taallessen volgen…

uitzicht vanuit de woonkamer

Categories: Gadgets

In de bazaar

Meneer Tawik (spreek uit Tauviek) bleek een bijzonder innemende en vriendelijke man van tegen de vijftig. Terwijl de koffie pruttelde binnen, keek ik wederom naar het fantastische uitzicht. De branding was goed te horen en verder verschillende vogels die de tuinen in de Village verkiezen boven de drukte van de stad. De stad… die lag direct aan de andere zijde maar van het getoeter, piepende banden en andere herrie was niets te vernemen. Lekker hoor…

We spraken meer dan een uur over het leven in Egypte en nederland. Tawik woonde al 25 jaar in Nederland en was begonnen als dierenarts en verlegde zijn activiteiten momenteel naar onroerend goed, in beide landen… Hij vermeldde dat hij geen Egyptenaren meer in zijn appartementen wilde omdat deze de boel helemaal uitleven, en zodoende was ik een geschikte kandidaat. Met een mok koffie kwamen we er snel uit: 4000 Egyptische ponden was de prijs inclusief onderhoud, vervanging of reparatie door zijn neef die zonodig ook de boodschappen doet.

Hij beloofde later die dag nog te bellen als hij het contract (Arabisch-Engels) geschreven zou hebben. Zodoende gaven we elkaar de bevestigende en bindende handdruk en tevreden besloot ik eens wat extra kleding en boodschappen in de stad te gaan doen. Een aantal dagen eerder had ik vanuit de auto een ander deel van de stad gezien waar volop taxfree kleding werd verkocht. Met de aanwezige kleding in de boetieks van Port Said kun je zo ongeveer het hele Afrikaanse continent aankleden, dus de kans van slagen was groot.

Ik parkeerde mijn auto in een wat klein steegje aan de rand van de bazaar en nam een kruispeiling van een moskee minaret, een gebouw gehuld in steigers en een uithangbord boven mijn auto met daarop de tekst El Shahid Boutique. Met die gegevens kon ik zonder zorgen op stap door de nauwe straatjes van Port Said’s enorme bazaar, althans, dat dacht ik.

Al gauw werd ik overal aan mijn shirt getrokken door allerlei handelaren die me jeans, leren jassen, sokken, hoge hoeden, schoenen en pyama’s wilden verkopen. Ongeveer alles wat een mens kan aantrekken werd hier verkocht en de opkomende kledingrekken en straatventerkarren verslechterden het zicht al gauw tot minder dan twintig meter.

Inmiddels was ik al meerdere keren met iemand naar een stand meegelopen en uiteindelijk was het een reeks neven, broers en ooms van de El Azzra familie die mij geheel in het nieuw staken. Van de ene winkel door naar de andere, zoals dat hier gaat, was er weinig van mijn orientatie intact gebleven. Ik had twee spijkerbroeken (10 dollar per stuk) slechtzittende Adidas sportschoenen (11 dollar) en twee tassen vol T-shirts, sokken en korte broeken; ook voor weinig.

Vreemd genoeg had ik het idee dat ik nog steeds te veel betaalde, want de steeds groter wordende groep El Azzra’s sloegen me na elke koop enthousiaster op de schouders om vervolgens in een drafje een bezoek aan de volgende verwant te brengen. Toen ik zomaar ineens een witte stropdas met zwarte bolletjes kocht, had ik er genoeg van. De Azzra’s nodigden me uit voor een kopje thee en na een uitgebreid afscheid stond een groepje mannen me uit te zwaaien en verdween ik om een hoek en stond ineens op een vismarkt…

Die had ik tot dusver nog niet gezien en geen van de straatjes kwam me dan ook enigzins bekend voor. Nu is het geen probleem om de wijk uit te lopen, zolang je maar een rechte lijn aanhoud, maar ik had nog een auto om mee te nemen.

Terwijl ik me een paar keer omdraaide voor herkenningspunten, hoorde ik ineens een rauwe kreet. Ik was in de drukte op de tenen van een wat akelig uitziende meneer met slechts een oog gaan staan. Hij liep op een kruk en toe besefte ik dat deze meneer niet alleen een oog miste, maar ook nog op zijn enige voet was gaan staan.

Zijn reactie was ernstig te noemen en hoewel ik geen Arabisch versta, begreep ik de boodschap duidelijk. De mensen op de vismarkt stonden allemaal te kijken en terwijl ik wat verontschuldigende gebaren maakte, haalde de stakker ineens uit. De kruk raakte me onverwachts hard op mijn linkerbil, waarop iedereen heel hard begon te lachen…

Hoewel je in Egypte overal veilig bent, bekroop mij het gevoel dat ik me hier maar beter zo snel mogelijk kon verwijderen. Hoopvol keek ik in het rond op zoek naar mijn vrienden van de Azzra familie, maar die waren in geen velden of wegen te bekennen. Toen de man met de kruk, aangemoedigd door het gelach van de omstanders, vervaarlijk zwaaiend met zijn kruk op mij af hinkte, besloot ik verder geen deining te maken en via een smalle steeg de vismarkt te verlaten. Met vier tassen kleding en twee stokbroden die overal achter bleven haken maakte ik me uit de voeten.

De mobiel ging: Tawik had het huurcontract gereed liggen en of ik even langs kon komen. ‘Een half uurtje heb ik nodig’, zei ik badend in het zweet. Op elk kruispunt zag ik wel een minaret of een gebouw in de steigers, en mijn enige andere aanwijzing was het uithangbord van El Shahid Boutique. En dus vroeg ik daar maar naar.

Een onbekende jongen wist precies wat ik bedoelde en zo belandde ik weer in een winkel van de familie El Azzra. Al gauw waren ze allemaal weer aanwezig. ‘Why El Shahid? No good shops.’ De teleurstelling van de El Azzra’s was groot, dat ik zomaar in zee ging met de El Shahids… maar toen ik duidelijk maakte dat mijn auto daar alleen stond was alles weer goed.

Slechts twee keer de hoek om en ik zag mijn auto staan. Hij was compleet ingebouwd tussen kledingrekken en standjes van El Shahid’s boutique. Zo kon ik met geen mogelijkheid de straat uitkomen. Maar daar wisten de El Azzra’s wel raad mee. De hele zaak werd keurig aan de kant geschoven en ze maakten de hele steeg vrij zodat ik ruim baan achteruit de hoofdstraat weer in kon steken. Luid toeterend vertrok ik uit de bazaar en zag een stuk of tien duimen omhoog steken. Toffe lui die El Azzra’s!

Tawik had nog een verrassing in petto. Over een paar dagen kon ik het appartement al betrekken. De familie was al volop aan het schoonmaken en de overbodige meubels werden in een pick-up geladen. Van de week zie ik hem nog als de contracten op mijn werk zijn goedgekeurd. Eindelijk kan ik het Helnan hotel dan gaan verlaten en dat is inmiddels iets om echt naar uit te kijken.

Categories: Gadgets

De grote onderhandeling

Wanneer je in Egypte belangrijke zaken gaat bespreken doe je dat nooit alleen. Zodoende stonden aan mijn zijde collega Haism als tolk en kenner van redelijke prijzen, collega Rob omdat vier oren meer horen dan twee. Voor de sier kwam Achmed mee, een kennis van Haism. Zijn rol was vaag, maar hij zou in ieder geval een extra stoel op vullen en ja knikken als ik iets goed vond of afkeurende handgebaren maken als ik het ergens niet mee eens was.

De tegenpartij was vijf man sterk en zodoende stonden we zijn negenen driftig handen te schudden in de huiskamer. Een man van rond de vijftig, Terak, bleek de woordvoerder te zijn en met hem besprak ik de bijzonderheden van het appartement. Ik moet eerlijk zijn; dit was het netste huis dat ik tot zover had gezien. In de afgelopen dagen zag ik vervallen keukens, stinkende badkamers en vreselijke potsierlijke meubels, loshangende kroonluchters en toiletpotten die op geleegde vuilnisemmers leken. Hier leek het wel Hollands ingericht.

Het balkon van het huisje op de topfloor (4 hoog) van de flat, keek uit over prachtige villa’s, goed onderhouden tuinen en een azuurblauwe zee, waar de konvooien van en naar het Suez kanaal aan de einder voorbij voeren. Er stond een heerlijke bries die volgens Terak een airco volledig overbodig maakte, zelfs in het heetst van de zomer. Tot nu toe had ik niet anders gehoord, maar eiste toch op zijn minst een airco in de slaapkamer. Dat was geen enkel probleem.

Op het huis viel dus niets aan te merken. Ik was vrij om meubels te verwisselen, en al het onderhoud en toekomstige problemen zouden direct opgelost worden. Na een half uur randvoorwaarden en gekibbel, kwam het dan uiteindelijk aan op de huurprijs per maand. ‘Hoeveel dat ik wilde betalen?’ Het werd helemaal stil… ‘Wat dacht jij te vragen’, was mijn antwoord. Het bleef stil. De aanwezigen keken naar hun nagels, bladerden in notitieboekjes of tikten afwezig op hun mobieltje. Het was nu tussen Tarek en ik.

5500 zei Tarek zonder blikken of blozen, 2000 schermde ik vanuit een comfortabele stoel. Het kippenhok barste los. Alle aanwezigen reageerden verontwaardigd, boos, vol ongeloof en maakten aanstalten om weg te lopen of wierpen de handen in de lucht. Drie talen ratelden plots door elkaar heen. Tarek en ik begonnen nu troeven uit te spelen van voors en tegens. Na een steekspel eindigden we op 3000 – 4250, en lager ging hij niet, ook niet na een serie Arabische argumenten van Haism. En toen pakte Tarek de telefoon en met een dramatisch gebaar melde hij: ‘I ask owner.’

Wat? Ik dacht dat hij de eigenaar was. Ik vreesde dat het hele spel weer opnieuw ging beginnen, want ik had me eerder al voorgenomen om alleen zaken te bespreken met de eigenaar zelf. En wie ben jij dan eigenlijk? Vroeg ik Tarek. ‘I am brother of owner… Ik gebaarde dat ik zelf de telefoon wilde hebben. Hello?

‘Hallo met Tawik, kom je uit Holland?’ Jawel…
Okay, dan kunnen we Nederlands spreken, ik woon al 25 jaar in Utregg… Tarek is mijn broer. Ik zit nu in Cairo en kom vrijdag naar Port Said, zet ik lekker een gezellig Hollands bakje koffie voor je? Wij dan samen praten over het schoonste huis in Muhaba Village en voor een goede prijs ook nog.

Het was wederom stil in de kamer en toen ik ophing keken acht paar ogen me vragend aan. Ik zei dat ik vrijdag zou onderhandelen met meneer Tawik zelf. ‘Alleen met hem en dus niemand erbij,’ meldde ik en nadrukkelijk keek ik iedereen nog eens aan. ‘Niemand dus…van jullie…erbij.’ Ben benieuwd hoe dat gaat verlopen, maar goed, dat gezellige Hollandse bakje koffie heb ik alvast geregeld.

Categories: Gadgets

ff geen tijd…

Tja, het was even een drukke dag, dus een keertje overslaan maar…

Categories: Gadgets

Archeologische nieuwsflits

Archeologen hebben iets gevonden waarvan ze geloven dat het de plaats van de Bibliotheek van Alexandrië is, vaak beschreven als de eerste grote plaats waar men kennis op kon doen.

Een Pools-Egyptisch team heeft delen opgegraven uit de Bruchion regio van de stad aan de Middellandse Zee en ontdekt wat eruit ziet als zalen voor lezingen of auditoria. Twee duizend jaar geleden bevatte de bibliotheek werken van de grootste denkers en schrijvers van de Oudheid. Later werden deze werken van Plato, Socrates en vele anderen door een brand verwoest.


Eigen onderzoek toonde aan dat Oom Dagobert in 1985 al de ware locatie van de bieb ontdekte…

Tijdens een conferentie aan de Universiteit van Californië werd de aankondiging van de ontdekking gedaan door Zahi Hawass, de president van Egypte’s Hoge Raad van Oudheden. Hij zei dat de 13 auditoria die opgegraven waren in totaal 5000 studenten konden bevatten. Een opvallend onderdeel in de kamers was, zei hij, een centraal, verhoogd podium voor de spreker om op te staan.

“Het is de eerste keer dat een dergelijk complex zalen is opgegraven op een Grieks-Romeinse vindplaats in het hele gebied langs de Middellandse Zee”, voegde hij er aan toe. “Het is misschien de oudste Universiteit van de wereld.”

Professor Wileke Wendrich van de Universiteit van Californië vertelde News Online dat de ontdekking ongelooflijk indrukwekkend was. Alexandrië was een van de grootste plaatsen van kennis in de oudheid en wordt door sommige mensen beschouwd als de bakermat van de westerse wetenschap.

Het was een klein visserdorpje aan de Nijldelta, Rhakotis genaamd, toen Alexander de Grote het koos als de plek voor de nieuwe hoofdstad van zijn rijk. Het werd de hoofdstad van Egypte gemaakt in 320 voor Christus en werd al spoedig de machtigste en invloedrijkste stad in de regio. Haar regeerders bouwden een grote vuurtoren te Pharos, één van de Zeven Wereldwonderen uit de Oudheid, en de beroemde bibliotheek van Alexandrië.

Het was in deze bibliotheek dat Archimedes de schroefvormige waterpomp uitvond die vandaag nog steeds gebruikt wordt. Te Alexandrië mat Eratostenes de doorsnede van de Aarde en Euclides ontdekte de regels van de meetkunde. Ptolemeus schreef de Almagesta hier. Het was het meest invloedrijke boek over wetenschap en de natuur van het universum voor 1500 jaar.

De bibliotheek werd later verwoest, mogelijk door Julius Caesar, die deze liet verbranden als onderdeel van zijn campagne om de stad te veroveren.


Boontje komt om zijn loontje…

Categories: Gadgets

Een royale suite

Of mijn huidige hotelkamer wel voldeed? Niet echt, antwoorde ik de baas. Het is een beetje krap aan het worden na twee weken… Vooral sinds mijn laptob met toebehoren de enige tafel van de kamer in beslag neemt. Een telefoontje naar de secretaresse zou dit euvel snel verhelpen. Een grotere kamer met een extra zithoekje zou een welkome luxe zijn. Ik keek er naar uit.

Toen ik mijn sleutel in de lobby ophaalde, kreeg ik van een alleraardigste dame (zonder hoofddoek) te horen dat ik mijn spullen kon pakken om naar de andere kamer te verhuizen. Een uurtje later had ik alles ingepakt en meldde me verwachtingsvol aan de balie. Het bleek een suite te worden! Met een veelbelovende vaart schoot de kruier volgepakt de hoofdingang van het hotel uit…


Helnan Hotel in betere tijden…

Verbaasd volgde ik de gedrongen kruier de tuinen van het hotel in, langs het kale voetbalveld en het groenbruin gekleurde zwembad. De voettocht eindigde bij de tuinappartementen op een flinke afstand van het hotel. Nu zit ik in een kale zaal van ruim 70 vierkante meter met een enkele kast, twee zitbanken en een open keuken met slechts een enkel stopcontact. In de verte staat een teeveetje dat nauwelijks zichtbaar is, een meter of vijf buiten het bereik van de afstandbediening…

Met wat fantasie kon ik alsnog de laptop optuigen met draden die vanuit drie hoeken de spanning, internet en geluid aanvoeren. Als een spin in het web zit ik nu midden in de suite deze tekst te typen. Maar de boxen komen goed tot hun recht nu, met Metallica op 10 en de waterkoker – aangesloten op de scheeraansluiting – zal zo wel gaan borrelen in de badkamer.

Het klinkt allemaal vrij luxe, dit 5 verdiepingen hoge hotel met zwembad, tennisbaan, voetbalveld, restaurants, fitnessruimte en tuinsuites, maar niets is minder waar. Het Helnan hotel is in de loop der jaren langzaam in verval geraakt en het hotelmanagement probeert in het geniep de schijn van alle comfort op te houden. Wie wat beter keer kijkt ziet overal gebreken en tekortkomingen. De gehele tweede verdieping is afgesloten voor publiek en het a la card restaurant is thans in gebruik als meubelopslag afkomstig van in ongebruik geraakte kamers (kun je zien als je even je hoofd tussen de enorme gordijnen steekt…)

Maar goed, morgenavond is het tijd voor de grote onderhandeling. Dan ontmoet ik de eigenaar van het appartement dat ik op het oog heb. Na de auto is dat de volgende grote vooruitgang. Hopelijk kan ik het vanaf de 1e juni in gebruik nemen en een duik nemen in een zwembad zonder beestjes…

Categories: Gadgets

Een nieuw werkpak

Niet zo’n bijster boeiende dag vandaag. Omdat de aankomende planners en dispatchers met Rob voor instructie naar Oman zijn en Haism in Alexandrie is achtergebleven, zat ik de hele dag in een verder verlaten afdeling operations. Alleen Mohammed (zo heten ze vaak hier) van de postkamer/keuken kwam af en toe langs voor thee en plotseling met een hele garderobe kleding.

Het werkpak van de terminal bestaat uit een knalrood T-shirt en een verschrikkelijke donkerblauwe slobberbroek. Of ik even wilde passen voor de juiste maten… Ik weet niet of ik daar echt in wil gaan rondlopen, maar goed, toch maar gedaan en prompt werden er 3 T-shirts en twee slobberbroeken afgeleverd, keurig in het plastic. Als extraatje nog een goudkleurige pin met het bedrijfslogo, voor op je jas… Ik denk niet dat ik hier ooit nog een jas ga dragen, het wordt nu al akelig heet rond het middaguur.

Na een bezoekje aan Mohammed, dit maal de baas van personeelszaken, kon ik naar de benedenburen om een bankpas aan te vragen voor de Piasters die ik lokaal als vergoeding voor huis en auto krijg uitbetaald. Kan ik voortaan pinnen in de stad, want iedereen wil altijd cash betaald worden.

Voor het aanvragen van een bankpas moet je hier aardig de tijd nemen. Zo ongeveer alles wat je in je leven gedaan hebt, moet op een eindeloze reeks formulieren ingevuld worden, waarvan meer dan de helft in het Arabisch is gesteld. Dus dat was puzzelen met de klerk, die de bureaucratie nog hoog in het vaandel had staan.

Na een klein uur namen schrijven in blokletters en handtekeningen zetten, kreeg ik uiteindelijk een rekeningnummer. De 37 pond die het openen van een rekening hier kost, kon helaas niet van de rekening worden afgeschreven, want ja, daar stond nog geen geld op…

Categories: Gadgets

Blog at WordPress.com.