Gadgets

Hebbedingen!

Heen en weer

Al eerder meldde ik dat het een probleem is om de tweede ferry (van Port Fouad naar de terminal zijde) te nemen. Terwijl in Port Said een stuk of zes ferry’s doorlopend aan en af varen, ligt er in het tweede kanaal slechts een enkel exemplaar, dat totaal niet toereikend is voor het groeiend aantal reizigers. Dat leidt tot lange wachttijden en als je de boot mist duurt het minstens een uur voordat die heen en weer is. Maar dat is niet het enige probleem…

De weg waar alle auto’s, minibussen en vrachtwagens zich opstellen is helaas niet de rij waar iedereen gebruik van maakt. Op de tegensgestelde rijbaan komen met de regelmaat van de klok wagens met ‘belangrijke’ figuren voorbij die de hele rij passeren en door de politie en militairen doorgelaten worden. Dus als er een stuk of vijftien ‘voorrang’ wagens gepasseerd zijn, moeten de meeste wagens in de originele rij nog een extra ritje heen en weer wachten.

Dit werkte enigzins op mijn ‘gelijke monikken gelijke kappen’ gevoel in en dus toeterde ik spontaan een paar keer als een wagen met ‘strepen’ of driedeligpak in de andere rijbaan passeerde, wat al snel gevolgd werd door iedereen in de rij wachtenden. Dit was blijkbaar nog niet eerder gebeurd en een aantal chauffeurs liep zelfs naar de roadblock om te protesteren als er weer iemand voorgelaten. Het leidde tot een verbaal opstootje met de uniformen die de slagboom hanteerden en met het spervuur van argumenten wisten ze duidelijk geen raad.

Tot de ferry aanmeerde mochten er zo’n 15 ‘speciale’ wagens door en vanuit de gewone wachtrij niet meer dan 10 auto’s en twee vrachtwagens. Ik strandde net als voorste wagen in de nieuwe wachtrij. Na wat proppen en meten kon ik alsnog door en met de spiegels ingeklapt kon de klep met moeite dicht. En toen ging die weer open… De wagen naast de mijne werd verzocht eraf te rijden en in zijn plaats kwam een nette sedan met een meneer in hagelwit overhemd en een dikke bundel gouden strepen op zijn schouders.

In de verte hoorde ik een kakefonie van getoeter en protesterende kreten uit de officiele wachtrij. Het leek wel een kermis. In plaats van 0800 uur startten we die dag pas om 09:30 uur met de training, omdat de meeste medewerkers een of twee keer de ferry gemist hadden. De volgende ochtend moest iedereen zich melden op kantoor voor een toespraak van het hoofd personeelszaken. Madam Azza vermeldde dat een hoge autoriteit het management had gebeld en geklaagd over het liederlijk gedrag van ons personeel in de legale rij wachtenden.

Met de mededeling vooral geduldig te zijn (er wordt al twee jaar met moeite onderhandeld over een eigen ferry voor onze terminal) en om de reputatie van ons nieuwe bedrijf hoog te houden, vertrokken de minibussen van kantoor geduldig richting de terminal. Opnieuw schoven we netjes aan in de rij wachtenden om ons ontspannen te ergeren aan de belangwekkende passanten die zonder pardon voorrang kregen voor de ferry. Tot ieders verbazing reed daar plots onze eigen directeur – die even toeterde en zwaaide om ons te begroeten – langs de getergde wachtrij. Niemand toeterde terug… en wederom zagen we slechts een kielzog verdwijnen naar de overzijde, waar we allang aan de slag hadden moeten zijn.

Categories: Gadgets

De terminal in aanbouw

Met alle machines veilig op de kade, was de opdracht voltooid naar wens van de directie. Omdat er voor een paar miljoen aan gereedschap staat, was mijn nieuwe missie om te zorgen dat alles heel blijft en de veiligheid van de nieuwe medewerkers van begin af aan gegarandeerd blijft. En dus ben ik nu dagelijks op de terminal en er is een hoop te doen. Vanaf een duintop bekeek ik het slagveld waar over een paar maanden de eerste schepen moeten aanmeren.

In de stack werken zo’n 60 man aan het bestraten en egaliseren van het terrein, de gebouwen (kantoor, kantine, garage) staan nog volop in de steigers en de kade moet nog voorzien worden van powerkabels voor de kranen. Nu al het equipment er staat is het een grote mierenhoop waar allerlei zandwagens, shovels, mobiele kranen en cementmolens door elkaar heen crossen. Zelf hebben we bijna 30 man in opleiding voor de RTG’s en trucks en die worden door instructeur Keith en zijn twee ervaren Omani’s opgeleid.

In het begin van de week plaatsten we alle trucks in lijn om te tanken en daar kwam de tankwagen aanrammelen met 5 man aan boord en op top van de tank, om een laadpijp van 15 centimeter doorsnede in de tank te stoppen. De eerste truck was binnen 3 seconden vol gevolgd door een fontein die de chauffeur en twee TD’ers doordrenkten van gasolie. Direct maar deze operatie afgekapt en weggestuurd die handel om terug te komen met een behoorlijke slang.

Wat verder opvalt is dat het personeel van de aannemers op de meest onverwachte plaatsen kunnen (mogen en durven) te slapen. Ongeveer overal waar schaduw is, en omdat de zon loodrecht boven je staat is de enige schaduw recht onder… een auto, een kraan of een truck, liggen ze te slapen. Overal steken benen en armen van ‘werknemers’ onder vandaan, of gevaarlijker nog: helemaal niks, die een tukkie doen of siesta houden. Bij de standaard controlelijst voor gebruik van een truck staat nu tijdelijk ook een check onder de machine of er geen lichaam ligt te pitten, het is ongelooflijk.

Gisteren startten we met het lossen van de trailers die op elkaar gestapeld staan. De eerste hijs deed een hydraulische leiding van de spreader scheuren en de TD ‘ers die de dag ervoor onder de diesel zaten, maakten nu kennis met hydraulische olie… en douches hebben we nog niet op de site. In ieder geval een goede doop voor de engineers die nu ook echt op TD’ers beginnen te lijken (en te ruiken) hier.

Morgen de laatste trailers lossen en inmiddels worden ook de reachstackers en empty handlers in rap tempo opgebouwd. Dat is ook hard nodig, want overmorgen komen de eerste nieuw aangenomen chauffeurs hiervoor op de terminal, hoewel die zo’n apparaat nog niet eerder gezien hebben. Dus ga ik morgen ook een soort van rijbaan maken van drums en plastic afzetlijnen waardoor de cursisten een mooi parcours kunnen rijden zonder dat ze elkaar kunnen inhalen en toeteren… dat is voorlopig verboden op de terminal.

Categories: Gadgets

De Asian Sun meert af

In de verte zagen we de Asian Sun het kanaal afdraaien en richting de twee kranen van SCCT varen. We stonden allemaal in een file te wachten voor de ferry: een minibus vol kersverse terminal operators die vandaag voor het eerst aan de slag moesten, de Britse instructeur en zijn twee ervaren Omaanse truckchauffeurs, collega Shetty en ik (Shetty komt uit India), helemaal achteraan mijn baas, helemaal vooraan een minibus vol TD´ers die de voorgaande ferry op een haar na miste – maar niet hun managers die een automobilist uitkochten – en daartussen wagens vol kippen en andere levende have, bussen met arbeiders voor de tomatenvelden in de woestijn, militairen, boeren, handelaars en waterverkopers die de wachtende reizigers hielpen tegen de droogte.

Meneer Gharieb, de port captain van Gulf Agency, rende nerveus heen en weer van de kade naar zijn auto. Hij moest zorgen dat het schip op de juiste plek kwam te liggen en stond nu in de verte te turen of het goed ging. De telefoon leek wel aan zijn oor geplakt. Uiteindelijk kwamen we allemaal te laat, maar wel op tijd om de laadklep neer te zien dalen op de kade. Shetty en ik spraken de stuurman en maakten daarna het losplan bij iedereen bekend. Er bleken zo´n 40 personenwagens voor onze machines te staan en ook nog twee ouwe trucks en een soort plaveimachine uit de vorige eeuw. Daarop een briefje met een gebruiksaanwijzing van alle hendels, pedalen, knoppen en de juiste volgorde hoe die te bedienen… Dit apparaat trok uiteraard de interesse van de TD. Ze begonnen aan hun urendurende uitdaging om het tonnenwegende apparaat in beweging te krijgen.

We moesten zelf alle sjoringen losgooien en al gauw bleek dat onze nieuwe medewerkers meer interesse hadden in de auto´s die op de Asian Sun stonden. Het rijden in splinternieuwe auto´s was een stuk boeiender en al gauw reden de autootjes over de hele kade op en neer. Met grote moeite konden we iedereen weer bij de les krijgen. Geduld is een schone zaak in Egypte. Daarna moesten er nog twee ouwe trucks uit de weg; de ene kon niet starten en de andere niet sturen. Uiteindelijk trokken we er een met geblokeerde wielen de laadklep af, tot groot protest van de stuurman.

De andere trokken we met kabels 15 meter opzij om ruimte te maken zodat we eindelijk onze trailers eruit konden halen. De terminal tractors leverden weinig problemen op, maar de drie mafi´s was een echt probleem. Deze stonden een dek lager en onze tractors hadden niet de power om ze omhoog te duwen, dus daar moesten de nodige kabels bij komen. Een hele operatie. De mafi´s waren eigendom van het schip en moesten ter plaatse gelost worden met een RTG kraan, want een mobiele kraan was niet besteld evenmin als hijsgerei waar ik al twee weken eerder om gevraagd had.

Aan de kade stopte een wagen vanwaar uit alle hoeken en gaten rook leek te komen. Het was meneer Magdy met zijn sigaar, de baas van Gulf Agency, en twee van zijn medewerkers stapten ademhappend uit. ‘Hello mister Robert, heb je hulp nodig?’ Hij hield zijn mobieltje in de lucht; hij kon elk moment stuwadoors, sjorders en wat al niet laten aanrukken, tegen een speciale prijs uiteraard. Ik ontliep hem succesvol de rest van de middag.

De drie mafi’s waren inmiddels met grote moeite onder de RTG terecht gekomen. We besloten de zware stukken met sjorkettingen te gaan lossen, wat riskant, maar we beloofden de bazen de lading zo dicht mogelijk bij de grond te houden. Het hield allemaal, maar het duurde een eeuwigheid.

In het ruim van het schip klonk een vreemd geronk en toen gejuich. De TD had de gele plaveimachine gestart en sterker nog, het bewoog. Eerst vooruit, toen achteruit, en toen kon niemand de rem vinden. Er stonden een stuk of vijf TD’ers te rukken aan de hendels, maar het gevaarte kwam onverstoorbaar met een doffe bonk tegen een deur van een toilet/was ruimte van het schip aan. Nadat we de machine weer op zijn plaats hadden moesten de TD’ers nog een half uurtje aan de deur wrikken om hem weer gangbaar te krijgen. Tot grote hilariteit van de Egyptenaren bleek hierachter de stuurman vandaan te komen.

Toen de personenwagens weer eenmaal op hun plaats stonden, hoefden we ze niet eens meer te vast te sjorren. De stuurman deed hetzelf wel met zijn bemanning. Met trillende lip vroeg hij ons het schip te verlaten. En dat deden we graag, want het weekend was zojuist begonnen!

Categories: Gadgets

Mr. Magdy lost alles op…

23 juni

Vandaag stond vooral in het teken van de voorbereidingen van de aankomst van de Asian Sun. Morgenochtend rond 06:00 uur staat mijn wekker en dan moet ik hem zo’n beetje vanaf mijn balkon voorbij zien varen. De schepen voor het tweede konvooi (het eerste verzamelt zich om middernacht) bewegen dan het kanaal in en de Asian Sun zal netjes achter aansluiten en dan naar de kade van SCCT opstomen. Het is het eerste officiele schip dat aanmeert en dus heb ik een groots geschenk bij de administratie kunnen lospeuteren: een T-shirt van SCCT voor de kapitein…

Het agentschap dat de Asian Sun in Port Said vertegenwoordigd heet Gulf Agency en die bleken gehuisvest in een kantoortoren naast de onze. Na een telefoontje kon ik oversteken en achter het immense tropisch hardhouten bureau van mister Magdy plaatsnemen. Mister Magdy had een soort mintgroen fluoriserend overhemd aan en stak na het uitwisselen van de kaartjes een buitensporige sigaar op die hem al gauw in een mistige wolk deed verdwijnen. Een reeks van luide Arabische bevelen liet een bediende naar binnen struikelen die in paniek een order opnam: zwarte koffie. Ik kreeg uiteindelijk een mierzoete lauwe mok vol melk, ik liet het maar zo…

‘De Asian Sun…’ mompelde Magdy voor zich uit. Zijn bureau was nagenoeg leeg en na wat geblader door de enige map (waar Asian Sun op stond) riep hij ineens verrast ‘De Asian Sun! Here it is.’ De aankomsttijd bleek te kloppen en Magdy verwachte haar rond 0800 uur langszij, maar niet op onze terminal. ‘We gaan haar Downtown helpen, dat is veel goedkoper.’ ‘Onmogelijk,’ zei ik, ‘alle spullen zijn voor SCCT en die kunnen niet met de ferry naar de overkant.’ Magdy keek me meewarig aan en nam een teug van zijn sigaar. ‘Nothing is impossible for Gulf Agency…’

Dat geloofde ik graag, maar het zou tevens betekenen dat we belasting over alle machines moesten betalen. Maar dit was allemaal een standaard opening in een zakelijk gesprek. Na het noemen van alle ‘onmogelijkheden’ volgen altijd de ‘alternatieven’ inclusief de financiele gevolgen. ‘De Asian Sun op jullie terminal zal een extra bedrag van…’ meneer Magdy pakte uit een lade een overdreven grote rekenmachine, typte zeer behendig een rekensom en hield het apparaat voor mijn neus, ‘62.500 dollar kosten.’ Magdy gooide het apparaat op zijn bureau, leunde achterover, keek me aan en haalde zijn schouders op; ‘peanuts’ zei hij nonchalant.

Ik wist inmiddels dat er inderdaad meerkosten waren, namelijk 25% extra over het normale bedrag dat een schip voor een passage door het Suez Kanaal maakt. De Suez Canal Company is een van de zuilen waarop de Egyptische economie steunt. Voor een enkele passage van een car carrier als de Asian Sun is een bedrag van 250.000 dollar gemoeid en de 25% extra dit keer was omdat het schip een tweede keer bij een konvooi aansluit. Alweer buiten alle proporties, maar niemand wil rond Afrika varen, dus andere opties zijn er niet. Meneer Magdy meldde bovendien dat hij inmiddels een sjorploeg (voor het losgooien van de vastgesjorde machines) en een stuwadoorsploeg voor de lossing besteld had. En dan hadden we nog niet gesproken over de loods, sleepboten en roeiers gehad. ‘Wij lossen het schip zelf,’ zei ik tegen Magdy en laten we even de kosten voor de rederij afstemmen met het hoofdkantoor in Londen. Meneer Magdy riep me een halt toe door zijn hand in de lucht te steken, ‘wait’ en hij pakte de telefoon en wat volgde was een reeks van telefoontjes in het Arabisch.

‘Ik heb je echt geholpen, mister Robert, luister.’ Meneer Magdy had de met de autoriteiten een unieke deal gesloten en het schip kon op onze eigen terminal geholpen worden (?). Allemaal service van Gulf Agency, helemaal voor niks. De werkelijke redenen van al dit toneel was waarschijnlijk het huidige gevecht van agentschappen voor een lucratief toekomstig contract als vertegenwoordiger voor de schepen die vanaf oktober de terminal gaan aandoen. ‘Ik ben morgen zelf aanwezig met mijn port captains om te zorgen dat alles soepel verloopt. If you have any problem, Gulf Agency lost het op…’ Ik had nog een halve dag om alles voor te bereiden op de terminal en alle te verwachten problemen alvast zelf te ondervangen, want Meneer Magdy had vandaag niet meer dan zijn eigen sigaar opgelost …

Categories: Gadgets

Mister Said is boos

De laatste dag in Barcelona had ik me voorgenomen iets van architect Gaudi te gaan bekijken. De toeristenbus reed met een lekkere snelheid door de straten van de uit vierkanten opgebouwde stad. Elke hoek van de straat lijkt hetzelfde maar de monumentale panden zijn mooi. Duizenden balkonnen en hier en daar een woning die in de vorige eeuw onder handen is genomen door een modernist. Die van Gaudi zijn de mooiste en meest in het oog springende panden. Balkonnen lijken op gehelmde strijders en de ingelegde mozaiek in de muren verhullen vreemde wezens en silhouetten. Ben benieuwdn hoe ze er van binnen uit zien.

Hoofddoel was de kathedraal van Gaudi waar nog steeds grif getimmerd en beton gestort wordt. Ik kwam juist op tijd om een soort minaret op zijn plek gezet te zien worden door een van de vier immense hijskranen die om de kathedraal heen torenen. Het is een bizar bouwwerk en hoewel er al een eeuw aan gebouwd wordt, is het nog steeds niet af. Toen ik de schaalmodellen binnen in het museum zag, bleek het hele bouwwerk nog wel drie eeuwen nodig te hebben; er moeten nog veel meer en twee nog veel hogere torens op het middenschip komen. Een met een kruis en de andere met een knots op de spits, tot bijna 170 meter hoogte.

Het laden van de Asian Sun later die dag ging op zijn Spaans. Wagens en trucks werden toeterend over de ramp (afsluitbare op-en-af-rijklep?) naar de nog vrije dekken gereden. De stuwadoors brachten een niet startende truck met een heftruck aan boord en deze werd tot de schrik van de stuurman in een paar ferme worpen op zijn plek gesmeten. Spiegels braken, de banden hingen scheef onder de assen en nadat de heftruckchauffeur wegscheurde om een diepe stilte achter te laten, knalde de uitlaat met een flinke bonk op het dek aan stukken.

Het leverde een schaderapport op dat de stuurman met een boze agentenblik als een parkeerbon stond uit te schrijven. De voorman nam het honend in ontvangst door het met een nonchalante zwaai uit de handen van de stuurman te grissen. De ramp kon dicht en nadat ik de sjoringen van de trailers voor onze terminal had nagekeken, konden de trossen los. Na nog een enkele stop in Italie zal de Asian Sun aanmeren aan de kade van de terminal in Port Said.

Die kade heb ik vandaag bekeken en kwam erachter dat de bolders nog niet genummerd waren. Een ander probleem is dat er geen mogelijkheid was om een mobiele kraan te huren om de zware stukken van de mafi’s te lossen. Dat doen we nu met een RTG (Rubber Tyred Crane), en als jullie je afvragen waarom dit soot apparaten nog niet op de verklarende foto’s staan: welnu, ik heb de USB kabel in het hotel in Barcelona laten liggen… maar een fax en de vermelding van mijn creditcardnummer zou voldoende moeten zijn om het te laten bezorgen in deze uithoek van Egypte. Dus nog even geduld, mijn camera telt al meer dan 100 foto’s van de afgelopen week, dus eind deze week hoop ik de verhalen te kunnen opfleuren.

Een laatste bijzonder voorval overkwam me gisteren tijdens de lunch. Mister Said, de illegale leverancier van bier en gedisteleerd in deze vrome plaats, greep me vanachter een zuil in de kraag. ‘Where is mister Rob?’ Hij doelde waarschijnlijk op mijn collega naamgenoot. ‘He ordered beer and whiskey, but never paid…’ Said was echt boos en inderdaad, Rob W. moest eerder dan verwacht afreizen deze week. ‘He owes me 240 pounds, can you pay for him right now?’ Ik zag me al zitten op CNN op zo’n video 8 filmpje met een gemaskerde en zwaardenzwaaiende militia achter me …

Uiteindelijk kon ik hem gerust stellen en hem eraan herinneren dat mijn collega hier ook nog 2 jaar werkt, bovendien, zei ik hem, ‘you just want us to be happy…not?’ zoals hij ons altijd zei. ‘Jawel’, was Said’s duidelijke antwoord. ‘Maar dan wel met het geld in mijn portemenee en niet in die van jullie.’ Dat was ongebruikelijke klare taal voor een Egyptenaar. Ik zal Rob maar eens bellen. Eens kijken of ik Said in een betere bui eens op de foto kan zetten…

Categories: Gadgets

De Ganzennek

Dat was vroeg… om 06:00 uur snelde ik over de Antwerpse ringweg richting Hessenatienoord, kaai 1241, om precies te zijn. Net op tijd arriveerde ik om de lading van de eerste van 33 MOL tugmasters te bekijken. Het bleek dat de drie diepladers (mafi´s voor insiders) met de bomen en spreaders van de reach stackers en empty handlers (sorry voor al die vaktermen, maar zo heten ze nu eenmaal) al geladen waren, en daar school een flink probleem in…

Maar ik moest eerst even de kapitein spreken om aan te dringen op speciale en extra zorgzame behandeling van ´onze` lading, want dat werkt altijd, een persoonlijk bezoekje. De Koreaanse captain had duidelijk last van een ochtendhumeur en stoomde ongevraagd de ene na de andere sigaret uit mijn pakje weg, hoestte alarmerend slecht en staarde dan afwezig met uitpuilende ogen naar de ringetjes die hij uitblies. ´Okay` was zijn enige opmerking. Ik vertelde hem nog over de bijzonderheden in Port Said en vermelde terloops dat hij het eerste echte schip aan de kade zou zijn.

´Do you give a party?` veerde hij enthousiast op. ´Zeker weten`, riep ik met gekruiste vingers en de beste man beloofde twee keer per dag de lading voor Port Said na te kijken. Daarop snelde ik naar beneden om het probleem van de dag op te lossen. Drie mavi´s in het ruim achter inmiddels 29 tugmasters maar geen gooseneck… niet op de terminal en ook niet aan boord. Kijk, even uitleggen. Op de terminal in Port Said hebben we niets staan en voor mafi´s heb je een gooseneck nodig. De trailers die in Barcelona worden geladen hebben namelijk vaste ganzenhalzen en weet je wat? Ik plaats binnenkort wel een plaatje, dat zegt wat meer voor degenen die het niet meer volgen…

De enige optie was dus alles restowen (lossen en laden) in Barcelona en met een mobiele kraan alle spreaders en laadbomen op onze eigen trailers overzetten. Deze oplossing bracht de agent van de rederij aardig van zijn stuk. ´Are you f***** out of your mind?´ Niet echt, maar ik moest nu eenmaal wat bedenken; het ging tenslotte ook om mijn baan… Maar de medewerking was noppes en de Antwerpse havenmannen crosten aardig door met heftrucks, shovels, trucks, graafmachines en andere raadselachtige voertuigen. Ik had nog maar vier uur.

Op het internet in het havenkantoor en met wat hulp van een klerk die niet meer deed dan zijn voeten op het bureau houden, kon ik een naburige firma vinden die nog actief was ook dit weekend. Twee uur voor vertrek van de boot reed een vrachtwagen met een splinternieuwe gooseneck de kade op. Ik had hem gehuurd voor drie maanden tegen een zeer schappelijke prijs. Het ding zou na gebruik in Port Said gewoon aan boord blijven en zodoende gewoon weer terugkeren naar de rechtmatige eigenaar in Antwerpen.

Mission Accomplished! En nadat de gooseneck veilig vastzat aan de laatste tugmaster voor Port Said, beloofde ik een biertje aan de redders in nood die net op tijd de boot haalden. Interessanter nog: ik werd uitgenodigd om in café Zurenburger in hartje Antwerpen de aftrap van het EK bij te wonen, dus dat zal een prijzig rondje worden. Maar dat café zit toevallig naast dit internetcafé, en de aftrap is zo ongeveer nu… dus… tot de volgende log!

Categories: Gadgets

Verslag vanuit internetcafé Vlaardingen

Het is ongelooflijk maar waar: hier op de hoek van de Hoogstraat en de Pepersteeg (in Vlaardingen) is een echt internetcafé verrezen en zodoende kan ik na een maand al grote veranderingen in mijn stad constateren. Ik ben hier zo verzeild geraakt omdat mijn laptop nog wel aan te sluiten is in mijn verder nogal lege huis, maar ik had immers zelf de opdracht gegeven om de telefoon af te sluiten… dus vandaar dat ik hier zit met allerlei luidruchtig telefonerende allochtonen. Het is nog net alsof ik in Egypte zit…

Maar het was een drukke week. Nu acht dagen geleden kreeg ik de opdracht hals over kop te vertrekken naar Europa om het transport van 20 trailers, 33 tug-masters, 2 empty handlers en 2 reachstackers te begeleiden en dat alles volgens de juiste documentatie en zonder schade de splinternieuwe terminal zou bereiken. “Don’t fail’ waren de laatste woorden van de grote baas.

Zes uur later landde ik in Barcelona na een onrustige nachtvlucht. De stewardessen van Iberia proberen allerlei taxfree goederen te verkopen en om het half uur deed de piloot een uitgebreid verslag over de weersomstandigheden en de aankomst tijd in Barcelona, en dat allemaal voorafgegaan door een belsignaal zoals je die nog wel eens op een NS station hoort. Uiteindelijk kon ik na een paar uur bijslapen vertrekken in een Seat met airco richting Zaragoza.

En dat ligt 350 kilometer landinwaarts en in de uitlopers van de Pyreneeën bleek het wagentje, bergafwaarts, soms wel eens 180 kilometer op de teller te krijgen. Dat kwam voornamelijk door de muziek op Hitradio Catalunya… In Zaragoza maakte ik kennis met Jose en Carlos, de twee voormannen van de fabriek die de trailers en mafi’s gebouwd hadden. Ze spraken net te weinig engels om echt te begrijpen wat ze bedoelden, maar na heel veel handen en voetentaal werden de documenten eindelijk goed gekeurd en kon ik wat foto’s maken van de trailers.

De volgende dag, na een zeer uitgebreide lunch (eendelever, zo begreep ik na afloop, ansjovis, iets met ham en chorizo en nog iets waarvan ik beslist niet wilde weten wat het was) snelde ik terug naar Barcelona om de rest van de avond te struinen over de Ramblas en zag daar hoe geraffineerd de standbeelden, muzikanten, circusartiesten, portrettekenaars en zakkenrollers te werk gingen. Als klap op de vuurpijl sloegen een paar dronken Engelse toeristische hooligans elkaar door een etalage met gebak en bonbons heen en kon ik deze avond met hoge amusementswaarde afsluiten.

De volgende ochtend vloog ik alweer naar Schiphol en kon ik een snel weekend draaien met familiebezoek, een barbecue, een bezoek aan een Keltisch festival in Leiden en een bezoek aan cafe de Waal. (Ik ga even snel om de afgelopen 10 dagen kort te beschrijven). Op maandag zat ik alweer in Hooglede – West Vlaanderen – om de 33 trucks te bekijken en wederom het papierwerk op orde te krijgen. Daarna kroegbaas en oude kameraad Cees (de knoopjes van zijn overhemd staan nu echt op springen…) bezocht in Oudenaerde waar ik alweer twee jaar niet geweest was. Ik kreeg een kamer aangeboden in zijn riante ‘hotel’ maar maakte er nauwelijks gebruik van.

Met ‘pien in den kop’ weer terug naar Hooglede om de MOL trucks te volgen naar de juiste laadhaven – kaai 1241 – in Antwerpen. Inmiddels was het ongeveer 50 graden in mijn eigen wagen (zonder airco) en werd het hoog tijd om een van de tientallen terrassen in de oude binnenstad te bezoeken. Op weg daar naar toe herkende ik een straat verder van mijn hotel een andere straat waar ik jaren eerder geweest was. En ja, hier woonde nog steeds spellenbrein Kris Burm alias de Don en uitvinder van Gipf, Tamsk, Dvonn, Zertz en nog een spel met zo’n naam die me even ontschoten is.

De volgende avond zat ik met Don en zijn vrouw aan een veel gezelliger terras op een plein waar de echte Antwerpers eten en maakte kennis met zijn jongste telg Max van anderhalf jaar. We vervolgden de weg naar een prima terras voor een pintje na de familie thuis afgezet te hebben. Deze ochtend bedankte ik hem nog snel voor het etentje en schafte mij de laatste twee spellen aan (zie website) om vervolgens de resultaten van zomerschilder Nick in mijn huis te Vlaardingen te bewonderen. Zijn bon met ‘rollers, kwasten, verfbakje en schuurpapier’ markeerde ik met ‘lunch’ (voor de humor hè…en voor de Egyptische administratie) en schoof net op tijd aan bij moeders om de beloofde gehaktballen goed te laten smaken.

Welnu, dat is de zeer beknopte samenvatting van tien dagen in juni, voornamelijk door het feit dat het in Spanje en Belgie moeilijk is om op internet te komen. Maar goed, iedereen is weer op de hoogte. Morgen weer terug naar Antwerpen en ga ik eindelijk sinds mijn vertrek van de Maasvlakte met het lossen en laden van schepen bemoeien. Ik hou jullie op de hoogte…

En oh ja, ik heb mezelf een digitale camera aangeschaft en zal zo spoedig mogelijk deze teksten voorzien van eigen plaatjes… nog ff wachten dus.

Categories: Gadgets

Cijfers, statistieken en het laatste nieuws

Voor de cijferfreaks heb ik de volgende uitslagen voor de maand mei:

Woestijn web-log werd gemiddeld door 33 bezoekers per dag bekeken en de vanwege de reacties op de logs (56) kan ik verheugd vaststellen dat ik dat niet zelf geweest ben.

In totaal waren er 1021 pageviews en 350 unieke bezoekers, voor wat dat allemaal ook mag betekenen.

De poll uitslag…

Op gedeelde tweede plaats eindigden Meneer Said en Wat ik eet zoal… beiden net onder de 20%. Maar Sterke verhalen was goed voor meer dan 50% van de stemmers… Geloven jullie me soms niet? Ik zal er in ieder geval rekening mee houden. De poll blijft in juni nog in bestaan, daarna komt er een andere. Suggesties zijn welkom.

En dan nu het programma voor de maand juni. Ik ga op een Europese toernee en land morgennacht al in Barcelona, waarna ik per Fiat Puno naar Zaragoza rijdt en daar ergens rechtsaf sla om een dorp genaamd Lecinena ga bezoeken, zo’n 350 kilometer landinwaarts…

Eenmaal terug in Barcelona vlieg ik naar Schiphol en rij door naar Antwerpen om daar een schip te laden genaamd de Asian Sun met 33 trucks, 2 reachstackers en 2 empty handlers. Daarna – het is een zwaar beroep – terug naar Barcelona om 30 trailers te laden op hetzelfde schip.

Gezien de snelheid van het schip moet ik maar liefst een week vertoeven in deze stad. Ik neem mijn laptop mee, maar of ik nog in de gelegenheid ben voor een aantal verslagen? Dat merken we vanzelf wel.

Nou wellicht dat ik aantal van jullie zie de komende weken, dus zet het bier maar in de koelkast… En nu trek ik de stekkers uit de computer en gooi het hele zaakie in de koffer. Tot gauw!

Categories: Gadgets

de Zwarte Koning

Donderdagmiddag begint hier het weekend en dat wordt hier gevierd met een massaal samenzijn op de straten van Port Said. Overal is het dan een drukte van belang en auto’s vol jongeren met flitsende Arabische rockbeats – op halve tonen, zeg maar dat kattengejank – rijden tientallen rondjes over de ringweg door het centrum. Overal wordt gestopt en gaan deuren open en dicht, worden plaatsen gewisseld en rijdt men weer stapvoets verder naar de volgende menigte.

Ik stond er een tijdje naar te kijken en besloot dat dit het gevolg is als je geen kroegen in je stad hebt. Natuurlijk speelt het aangename klimaat ook een rol… Zelf wandelde ik met een gecombineerd dam-schaak-backgammon spel tussen de mensen door richting de winkelboulevard aan de voorzijde van Marhaba Village. Daar is een eenvoudig theehuis, vlak bij mij appartement, waar ik de droge keel eens wilde lessen en een blik in de zojuist aangeschafte spellendoos wilde werpen.

Naast mij zaten twee mannen driftig de sisha te roken en gooiden versleten dobbelstenen in een eigen backgammon-bak om vervolgens hun stukken luid op de juiste positie te ketsen. Een van de stenen bestond uit een piastermunt (herkenbaar aan een rond gat in het midden) die sinds de enorme inflatie geen enkele waarde meer had. Muntgeld is dan ook in ongebruik geraakt in Egypte…

Ik had het spel van McGreggor gekocht, een donkere Egyptenaar die ook wel eens een halfzwarte Amerikaan zou kunnen zijn, zoals zijn naam deed vermoeden. McGreggor is een wandelende horlogehandelaar en deelt zijn territorium met Said aan de voorzijde van enige biergelegenheid Cicil. Dat zit onder de Koreaan waar men ook een Stella Export tijdens de maaltijd kan bestellen. (en dat is hard nodig ook vanwege het hoge specerijengehalte van meneer Park…)

McGreggor had de waardeloze staat van mijn horloge (bandje gescheurd, wijzerplaatverlichting defect) al twee weken terug geconstateerd en sindsdien was hij niet meer van mijn zijde geweken als ik maar enigzins in de buurt kwam van deze favoriete stek. Ik beloofde hem over niet al te lange tijd een namaak rolex aan te schaffen, maar nu nog niet. Daarna kwam hij met allerlei snuisterijen waaronder de spellendoos, en een schaakspel had ik nu juist nodig…

In het theehuis pakte ik de zaak uit en ontdekte al gauw dat ik de zwarte koning miste. Een van de backgammon-mannen wilde direct weten van wie ik dat spel gekocht had. Na de naam McGreggor uitgesproken te hebben hoorde ik luid twee keer iets wat waarschijnlijk ‘aha’ betekende, (‘aga’ of zoiets). Na wat afkeurend geratel werd een tegen een pilaar leunende jongen de menigte ingestuurd. De mannen gebaarden mij te wachten en speelden verder.

Niet veel later verscheen McGreggor in het kielzog van de jongen en werd er door de heren stevig gemopperd. De horlogehandelaar keek met toegeknepen wenkbrauwen even onder de tafeltjes en haalde zijdelings zijn schouders op. Hij keek nog eens naar het onvolledige schaakspel en meldde toen dat ‘Egypt always one king’ had. Dat was wel waar, Opper- en Neder Egypte werd een paar duizend jaar door een enkele farao geregeerd.

‘But this is a king, no Pharao,’ hielp een van de backgammers mij, terwijl hij wild met de witte koning in het rond zwaaide. Alles gaat hier met wat meer temperament. Ik had me er al bij neergelegd want de stukken kwamen tenslotte allemaal uit verzegelde plastic zakjes. Maar niet de backgammors, ze stuurden McGreggor weer op pad en bliezen hun stoom af in hun waterpijp.

Ondertussen had ik wel een extra dam/backgammon steen in de spellendoos aangetroffen. Tevreden gaf ik deze aan de twee heren en de steen werd meteen met de piaster verwisseld. Ik had het idee om maar weer eens op te stappen, toen daar ineens McGreggor weer verscheen. De backgammors hielden me tegen en keken Mcgreggor streng aan. Deze had ergens een miniatuur Obelisk vandaan gehaald, een zwarte… Het massa-toeristen product torende hoog boven de andere stukken uit maar paste precies in een vierkantje.

Een van de mannen overhandigde McGreggor luid lachend het piasterstuk in ruil voor de obelisk en ik keek – stom als ik was – even op mijn horloge om een reden te hebben er tussen uit te knijpen. Dat gaat hier namelijk altijd nogal moeilijk. Je moet er altijd bijblijven, ook al ken je de mensen niet eens. McGreggor was het niet ontgaan en keek me met glinsterende ogen aan. ‘Next week new watch,’ herrinnerde hij mij. Belofte maakt schuld, en terwijl ik terug wandelde bedacht ik de eerste zet voor de online schaakpartij met Mushraf: E2-E4. En verder vooruit dacht ik nog niet…

Categories: Gadgets

Korte geschiedenis van Port said

En nu eens iets over de stad. Helaas heb ik nog geen digitale camera, dus misschien moet ik de stad maar eens wat beter beschrijven. Port Said ligt aan de Middellandse Zee, aan de ingang van het Suez kanaal en dat is ook de reden van haar bestaan. Toen Fredinand de Lesseps begon met graven, stichtte hij Port Said, vernoemd naar de toenmalige pasja Said, die hem toestemming gaf.

Suez Kanaal omstreeks 1890 te Port Said

Na de opening van het kanaal halverwege de 19e eeuw begon de stad te floreren. Honderden schepen passeerden het kanaal en sloegen nieuwe voorraden in aan de kades van de snel groeiende stad. Na de overheersing van de Fransen kwamen de Engelsen en Port Said werd de mooiste stad van Egypte genoemd. Populairder dan de duizenden jaren oudere steden als Alexandrie en Cairo.

In de jaren vijftig, na de nationalisering van het kanaal, vertrokken de Engelsen en trokken de communisten de stad in om haar van elke westerse grandeur te ontdoen. Volgens een oude (Egyptische) collega was Port said tot die tijd een flitsende stad vol kroegen, barren en ja, zelfs nachtclubs voor de zeelui… sinds die tijd is het bergafwaarts gegaan en kreeg de stad ook nog twee keer toe de Israelis door de straten, die de laatste glans van de stad haalden.

Zoals eerder vermeld stelde Sadat in 1975 de free-zone in zodat de mensen zonder belasting konden handelen en even veerde economie op. Maar nu aan het voorlaatste jaar van de opheffing van de free-zone, is Port Said al niet meer de goedkoopste stad van Egypte. De toeristen uit Cairo en de Delta komen alleen nog maar in de zomervakantie – als betere badplaatsen volgeboekt zijn – voor wat welkome verkoeling te vinden.

Typische straat in Port Said, de 19e eeuwse balkonnen zie je hier nog in verschillende straten

Vandaag de dag is het verval zichtbaar. Tussen half afgebouwde hoogbouw staan nog de 19e eeuwse vervallen flats met houten balkons, waar geen mens zich meer op waagt. Lege etalages gapen verlaten tussen de rijen kledingwinkels zonder klanten. Goedkopere stalletjes zijn op de straten gekomen en alleen de verwaarloosde theehuizen dragen nog herinneringen aan het ooit florerende nachtleven van Port Said. Brede kruispunten vol politieagenten leiden ongeintereseerd een toeterende drukte van auto’s, paardenkarren en scooters over de ringwegen van het centrum.

Gisteren dronk ik voor een habbekrats een beker sugarcan bij een standje waar je allerlei geperste vruchtensappen kunt kopen. Sugarcan wordt ter plaatse gemaakt door meterslange stengels taai suikerruit te vermorzelen in een vierkante machine. De man noemde zich Sami en stond mij in een versleten broek en hemd zonder knopen aan te staren. ‘Do you have a job yes or no?’ vroeg hij een paar keer snel achter elkaar. Of ik een baan voor hem had?

Bedenk bij dit plaatje een straat vol gekleurde auto’s, en er is nog niks veranderd…

Wij zijn bijna de enige buitenlanders in de stad en iedereen weet dat de container terminal er aan komt en daarmee veel werk. Ik kon geen praatjes verkopen. ‘No food’, zei hij gebarend naar zijn mond, en wees daarna beschaamd naar zijn kleding. ‘No money,’ geen geld… Ik betaalde de 50 piaster (nog geen 10 eurocent) en zei eerlijk dat ik hem niet kon helpen aan een baan.

Sami heeft nog wel wat werk en ik beloofde hem vaste klant te worden van zijn sugarcan brouwsels (het is dan ook erg lekker). Maar velen zijn er slechter aan toe. Elke dag als ik op het balkon van het kantoor even de straten in kijk, zie ik talloze kinderen en volwassenen de vuilnisbakken leegroven van plastic, karton, oud papier, bekertjes en weggehooid etenswaar. De grote bak wordt niet eens meer geleegd door de gemeente. Het afval is afkomstig van de kantoren van de Sobh-tower, de kantoor-toren vol banken en bedrijven die huren van meneer Sobh, die naar verluidt meer dan 200 miljoen dollar in zijn kluis heeft zitten.

Zo af en toe meert er een wat gammel passagiersschip uit Oost Europa of Turkije aan. Tientallen toeristen struinen dan door de straten van de stad op zoek naar iets wat op een terrasje of attractie lijkt. Mannen als Said en McGreggor zijn dan niet op hun vaste stek te vinden, maar volgen de toeristen om hun handelswaar te slijten. Bij gebrek aan vermaak trekken ze nog een aardig publiek ook…

Wat je allemaal niet kan vinden op internet… hier dus Ferdinand de Lesseps in betere tijden, omstreeks 1890…

Veel verder dan de lege sokkel van Ferdinand de Lesseps is er dus niet te zien. Ik weet inmiddels dat hij van zijn voetstuk getrokken werd vanwege de duizenden doden die vielen bij de aanleg van het kanaal. De snikhete woestijn werd in tweeen gegraven – waarbij en passant Azie van Afrika gescheiden werd – en de erbarmelijke omstandigheden deed vele arbeiders bezwijken. Maar ik heb geruchten gehoord dat het beeld nog moet bestaan en ergens in een dockyard aan de overzijde van het kanaal moet liggen.

Als ik hopelijk volgende week een digitale camera kan aanschaffen, zal ik alle verhalen waar mogelijk eens opfleuren met wat recenter plaatjes, dat leest dan wat makkelijker dan al deze lappen tekst. Zie je nou Sami, dat zijn de zaken waar ik me druk over maak… de internet verbinding werkt niet snel genoeg en valt er steeds uit … en ik heb nog geen digitaal toestel… en Ferdinand geen voetstuk… en meneer Sobh nog geen standbeeld…

Categories: Gadgets

Blog at WordPress.com.