@tetroberts

 
 

Ontdek de verborgen geschiedenis van Teddyberen en hun wereldwijde invloed

Na jaren in het buitenland gewoond te hebben, bezocht ik een enorm kleurloos gebouw in een grauw industriegebied in Rotterdam. Op deze plek lagen al die tijd mijn persoonlijke spullen opgeslagen. Ik had alleen een sleutel en een pincode om binnen te komen. En dat was nodig ook, want er was in geen velden of wegen iemand te bekennen. Het leek een 24/7 onbemand, maar streng bewaakt fort. Het was avond en stil.

Eng.

Ik reed door tot aan het hek en voelde me bespied door de vele camera’s. Ergens hield iemand me in de gaten. Op een klein toetsenbord typte ik de code in en waarachtig; het hek verdween langzaam in de muur. Voor me sprong een licht op groen. Ik mocht doorrijden.

Binnen parkeerde ik mijn auto in een centrale plaats.  Elke hoek en zijde zag ik gangen die in de duisternis verdwenen. Voor mij stond een rij in elkaar geschoven karren voor het vervoer van een partij dozen of meubels. Ik pakte er een en ging op weg naar box 215, het nummer dat op mijn sleutel stond. Ik duwde de kar voor me uit door een nauwe, onverlichte gang, waar lampen pas aan knipperden als ik er onder liep, om dan achter mij weer net zo snel te doven. Het was stil.

Onheilspellend stil.

Alle muren waren van beton, de vloerplaten van ijzeren roosters. Elke deur was voorzien van een nummer. Als in een gevangenis. De sleutel paste op deur 215, die luid open klapte. Metaal op metaal echode steeds verder weg door de donkere gangen.

In de kleine opslag stonden mijn verhuisdozen tot aan het plafond opgestapeld. In een hoek stonden nog een fiets, een fitness apparaat en een bureaustoel. Het voelde als een aflevering van Storage Wars, waar de inhoud van opslagruimtes worden geveild omdat de eigenaar de huur niet meer betaald, of spoorloos verdwenen is. De veilingmeester knipt het slot door en de opkopers mogen een zuinige blik naar binnen werpen om een volledig uit de lucht gegrepen schatting van de waarde te maken. De bieders zoeken naar aanwijzingen die duiden op een verborgen schat aan waardevolle artefacten. Hun ogen scannen de dozen als een metaaldetector waarna het onderbuikgevoel ze een maximum bod ingeeft. Meestal komt er alleen maar ouwe rotzooi uit.  

In mijn dozen zaten voornamelijk boeken, uit de tijd geraakte DVD’s en CD’s, decoraties en vergeten dingen uit een ver verleden. Ik had me voorgenomen elke dag een stuk of acht dozen mee te nemen en deze thuis uit te pakken, te beoordelen en vervolgens te verkopen, weg te gooien, of nog langer te bewaren. Ik plaatste de eerste loodzware dozen vol boeken op de kar. De volgende doos was onverwacht licht waardoor ik bijna omtuimelde. Ik opende de flappen en zag een doos vol jeugdherinneringen. Honderden plastic soldaatjes in sigarendozen van een niet langer bestaand merk, een paar zakken knikkers, een stapel schriften, schoolrapporten en fotomapjes.  En daar, tegen de kartonnen wand geklemd, herkende ik hem.

Ted.

Mijn Teddybeer.

Voorzichtig pakte ik hem eruit. Hij was kleiner dan ik dacht, nog geen 15 centimeter groot. De ooit zo zachte goudgele pluchen vacht was nu wat stekelig. Op sommige plekken was de stof versleten. Teds neus en mond waren geborduurd met een zwarte draad, waaruit een stukje rode stof als zijn tong naar buiten stak. Zijn oren waren duidelijk herkenbaar, maar zijn ogen zag ik niet. De bruine kraaltjes hadden losgelaten. Maar al met al had Ted nog steeds die vertrouwde vriendelijke uitstraling. Zijn korte ledematen waren nog steeds flexibel. Hij kon staan en zitten.

‘Zo Ted,’ sprak ik hardop. ‘Hoe gaat het met jou?’

Ted zij niets. Een vreemd gevoel maakte zich van mij meester. Ik keek even de gang in.

Niemand.

‘Sorry dat ik je al die jaren in een oude doos heb laten zitten.’

Het kwam helemaal vanzelf, die zin. En ik meende het. Deze knuffel was mijn eerste bezit. Volgens de overlevering had ik hem gehad van een collega van mijn vader ter gelegenheid van mijn geboorte. Ted was dus net zo oud als ik. Lang was ik er van overtuigd dat hij naar mij vernoemd was, want al mijn buurtvriendjes noemden mij van kinds af aan Tet. Met een T. Dat was mijn bijnaam, afgeleid van mijn achternaam. Inmiddels weet ik beter. Ted was een afgeleide van Teddybeer. Ik had hem zelf dus Ted genoemd.

Maar waar komt de naam Teddybeer eigenlijk vandaan?

Dat zocht ik thuis uit. En het bleek een bijzonder verhaal.

Het begon in het jaar 1902 in Amerika, in de zuidelijke staten Louisiana en Mississippi. Hier was President Theodore Roosevelt stralend middelpunt van een meerdaagse jachtexcursie. Het sjieke gezelschap zat niet zomaar achter wat wild aan. Nee. Roosevelt zocht groot wild in zijn vizier.

Een zwarte beer.

Het verhaal gaat dat de president boos was, omdat het hem niet lukte om met succes een beer te schieten. De reden daarvan wordt nergens specifiek genoemd. Bleven de beren uit de weg van het luide gezelschap, of was de president onhandig en kon hij niet goed overweg met een geweer? Of schoot hij steeds mis omdat hij niet dichterbij durfde te komen? De bronnen reppen er niet over. Maar nadat de laatste en vijfde dag op zijn einde liep, had hij nog steeds geen beer geschoten. En toch had de president wellicht graag een kop van een opgezette beer aan de muur van het Oval Office willen hangen. Met daaronder een foto van hem met één voet dapper op het wilde beest, het geweer losjes in zijn handen en een pijpje puffend in zijn mond.

Zijn jachtgenoten wilden hem blijkbaar niet zonder die trofee weg laten gaan. En dus had de organisatie van de jachtpartij een zwarte beer met een touw aan een boom gebonden. Ze nodigden vervolgens de president uit om de beer op point blank te executeren. Maar dat vond Roosevelt te gortig. Of te laf. Hij gaf opdracht de beer los te laten. Dus die foto, die kwam er nooit. En die trofee ook niet.

Maar het verhaal kreeg een staartje. Waarschijnlijk door razende reporters die – ook toen al – als paparazzi met een bloknootje in de struiken lagen om een glimp van de president op te vangen. Daags na de jacht verscheen in de Washington Post een spotprentvan Cartoonist Clifford Berryman. Hij tekende Roosevelt in een ranger uniform, met zijn geweer leunend op de grond. Achter hem staat een soldaat die met een stuk touw een bange zwarte beer in bedwang houdt. Naast de president staat geschreven: “Drawing the line in Mississippi.” Het werd een beroemde prent in Amerika. En de president kwam er goed mee weg.

Het inspireerde het uit Rusland afkomstige echtpaar Morris en Rose Michtom, die in Brooklyn, New York een snoepwinkeltje runden, om een speelgoedbeer te maken. Morris noemde het Teddy’s Bear, naar de bijnaam van de president. Teddy, kort voor Theodore. Om de hoogste baas van Amerika niet voor het hoofd te stoten, stuurde Morris een persoonlijke brief naar de president om toestemming te vragen. Die vond het een prima idee. En zo ontstond de Teddybeer. De Michtoms konden al snel niet meer tegen de vraag opboksen. Ze gooiden het snoep uit de winkel, en begonnen een naaiatelier. Vanaf dat moment werd er nog maar één product gemaakt.

Teddyberen.

Maar zoals vaker met uitvindingen, vond tegelijkertijd elders in de wereld hetzelfde plaats. In hetzelfde jaar – 1902 – begon Margarete Steiff, een naaister met een klein speelgoedbedrijf in Duitsland, ook met het produceren van speelgoedberen. Samen met de Michtons ontketenden zij een ware knuffelrevolutie dat leidde tot het beroemdste speelgoed ooit. Massaproductie.

Teddyberen werden zachter en schattiger. Het stroeve houtwol vervangen voor flexibele synthetische vullingen. De beren kregen beweegbare ledematen, en werden voorzien van ingebouwde muziekdozen, en later door mini grammofoons waardoor ze ook nog konden praten.Beroemde beren als Winnie de Poeh en Paddington versterkten de rage. Inmiddels eiste elk kind een Teddybeer, want stond dat niet garant voor een zorgeloze jeugd?

Nee. Niet altijd, weet ik uit eigen ervaring. Ik deelde bed, lief en leed met Ted. Ik vertrouwde hem mijn diepste geheimen toe. Maar zorgeloos? Als kind leefde ik vaak op gespannen voet met mijn middelste broer. Die pestte mij. Of ik lokte het uit. Hoe dan ook, de precieze aanleiding weet ik niet meer, maar op een kwade dag kwam mijn broer vertoornt mijn kamer binnen. Hij trok Ted van de beddenkast en draaide voor mijn ogen zijn kop van zijn pluchen lichaam af. Met een sardonische blik gooide hij de beide stukken van Ted voor mijn voeten en vertrok lachend. Ik barste in tranen uit en pakte de overblijfselen van mijn knuffel met trillende handen bijeen. Teddy was niet meer.

Hij was dood.

Of toch niet?

Ik besloot tot een dramatische reddingsactie. Ik stormde de kamer uit en pakte uit de naaimachine van mijn moeder naald en draad. Met grove steken zette ik zijn hoofd terug op zijn romp. En goed ook, want het heeft nooit meer losgelaten. Even leefde de oude vriendschap weer op. We waren weer een team!

Maar naarmate de jaren verstreken, verdween Ted uit beeld. Letterlijk. Ik vergat van zijn bestaan. Tot dat moment in de opslag.

De opmars van de Teddybeer in de 20e eeuw ging onverminderd door. Het speelgoed kreeg een troostende reputatie. Kijk maar bij gedenkplaatsen waar een kind is omgekomen, of waar onschuldige slachtoffers zijn gevallen. Daar worden teddyberen in grote getalen achtergelaten als teken van rouw en medeleven. Na de ramp met de Titanic verkocht Margarete Steiff 600 Teddyberen voor het goede doel. Deze versie staat bekend als de Steiff Titanic Teddy Bear. Onlangs kwam er een onder de hamer en tikte $130,000 af! Reden genoeg om die oude knuffels van je grootvader eens wat nader te bestuderen, want veel speelgoedberen worden van generatie op generatie doorgegeven. Maar het kan nog gekker. In 2000 wisselde een Teddy Bear van Steiff, gemaakt in samenwerking met Louis Vuitton voor $2.1 miljoen van eigenaar. De koper was de bekende Koreaanse verzamelaar Jessie Kim, die het voor zijn Teddy Bear Museum aanschafte. Inmiddels zijn er meer dan tien Teddy Bear Museums in de wereld. Uiteraard een in New York en een in Duitsland, maar ook Rusland, Thailand, Japan, en Maleisië kennen hun eigen knuffelberen museum.

Maar het meest opvallende verschijnsel is zonder twijfel de Teddy Bear Toss. Fans van het ijshockeyteam Hershey Bears – de naam zegt al genoeg – gooien massaal teddyberen op het ijs als hun team het eerste doelpunt scoort bij een thuiswedstrijd. De vaak tienduizenden teddyberen – u leest het goed ja – die zo naar beneden komen, worden verzameld en gedoneerd aan kinderziekenhuizen om troost te bieden. Begin 2024 werd een nieuw wereldrecord gebroken met maar liefst 74,599 knuffels op het ijs. Het heeft de wedstrijd wel enigszins opgehouden, maar goed, het is voor het goede doel. Als je het niet gelooft, bekijk dan de beelden hieronder maar eens.

Ik kon het niet laten om mijn teddybeer toch even door de google image zoeker te halen om te zien of de gever toevallig toch een zeldzaam exemplaar aan mij had gegeven. Maar dat bleek niet zo te zijn. Inmiddels meer dan een halve eeuw oud is Ted wel vintage, net als ik. En dus zitten we weer samen. Ik schrijf wat, hij zit leunend tegen mijn computerscherm. Praten doen we niet, dertig jaar eenzame opsluiting in een schoenendoos doet je wel wat natuurlijk. Maar we begrijpen elkaar wel, zoals dat vaak gaat met oude vrienden.

Categories: @tetroberts, humor, Ontdekkingen, Reizen | Tags: , , , , , , , , , , ,

Boat ride through South Sulawesi’s wild nature

https://youtu.be/ldK89v3o1AA

Where can you expect that? A three day end-of-year trip with your colleagues somewhere on a three hour flight from Jakarta, in a five star hotel full of excursions and activities arranged by an event organizer. I did enjoy it a lot. The first activity, straight from the airport, was this amazing boat ride through a beautiful nature reserve.

IMG_1472

 

Categories: @tetroberts, Indonesia, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , ,

A visit to Indoestri Makerspace, a place for Selfmadepeople

https://youtu.be/cmkvszqP5sg

In the West of Jakarta is a place where you can learn crafts. It is called Indoestri, where the process is seen more important than the end product, something I fully agree with. Like travelling: the road is more important than the destination. And same counts for awesome ice creams: the eating process – including that final bite of a chocolat tip cone – is way more important than finishing your snack.

Categories: @tetroberts, Indonesia, Jakarta, Ontdekkingen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Kung Fu moves in Confucius’ Tempel of Literature

Follow my blog with Bloglovin

In het centrum van Hanoi ligt de Tempel van Literatuur, meer dan 1000 jaar oud en opgedragen aan de wijsgeer Confucius. Een bezoek beloofd op zich al geen avontuurlijke ochtend, maar als een niet aflatende tropische regenbui je gevangen houdt onder een van de omringende pagodes van een pittoresk plein, dan komen de jeugd herinneringen aan Bruce Lee vanzelf bovendrijven.

Met dank aan de twee Koreaanse Bond girls die me aanmoedigden nog hoger te springen dan verantwoord was.

Categories: @tetroberts, Flashback, Reizen, Steden | Tags: , , , , , ,

Snapshot Saigon

Ik rij met een taxi door verrassend brede straten omrand met koloniale Franse gebouwen, vol met auto’s in een snelstromende rivier van toeterende scooters. Druk, maar toch weinig files, voor hoelang nog? De stad heeft vrijwel geen shopping malls, want straten hebben hier nog hun eigen winkels en eethuizen. Weinig hoogbouw, maar wel veel in aanbouw. En koffiehuizen, werkelijk overal zijn koffiehuizen.

Streetfood: Pho noodelsoep, Vietnamese loempia’s (rauw, gestoomd of gefrituurd), en – overblijfsel van de Fransen – de baguette (Bhan mi) maar dan met Aziatisch beleg. Vanuit het oude centrum tot aan de rivier ligt een splinternieuwe boulevard, breder en langer dan Barcelona’s Ramblas. Ho Chi Min, de revolutionaire vader des vaderlands wiens naam nu de naam van de stad draagt, kijkt vanaf het stadshuis over drukke boulevard. De hele metropool ademt de mogelijkheden van een nieuw tijdperk voor een jonge en optimistische bevolking. Saigon is booming.


Ik arriveer bij een restaurant in oud Saigon waar Stefan met vrienden ons opwacht. Vietnamezen eten op straat op stoeltjes waar in Europa kleuters op zitten. Ik schud beleefd handen terwijl voor mijn gevoel mijn hoofd tussen mijn knieen hangt. De tafel vertegenwoordigd Vietnam, Cambodja, Thailand, Filipijnen en Nederland. Naast de schotels die de chef serveert komen er legio handelaren voorbij met snacks en zo groeit de variatie op tafel. Dôôô! En glazen bier klinken na elke zin die iemand in het gezelschap uitspreekt. Zo gaat dat in Vietnam.


Plots is daar een lange jongen die niets verkoopt maar wel luid iets aankondigt. Hij steekt een sigaret op, en duwt het brandende eind langzaam door een plooi in mijn T-shirt. Het filter steekt er nog uit, hij strijkt de plooi weg en de sigaret is verdwenen in een pufje rook! Hij kijkt hij me aan, opent verbaasd zijn mond en schuift met zijn tong de brandende sigaret langzaam naar buiten. Close magic, recht onder mijn neus, en nog meer tovenarij volgt. Amusement zegt iets over de staat van een volk. Landen zonder amusement zijn in oorlog of kampen met permanente rampen, waar amusement opkomt, groeit het vertrouwen en de economie, en waar amusement overslaat in decadentie, is de crisis aangebroken en dat leidt uiteindelijk weer tot oorlog. Het gaat dus goed met Vietnam. 

Categories: @tetroberts, Reizen, Smakelijk eten!, Standbeelden, Steden | Tags: , , , , ,

Grens perikelen Vietnam

Het Vietnemees is een moeilijke taal. In geschrijft zijn woorden nog herkenbaar maar in de helft van de letters vind je wel een dakje, streepje, omgekeerde komma of andere ondefinieerbare kromming die de klank van het woord veranderen. De gesproken taal daarentegen is geheel onnavolgbaar. Dat merk ik aan het visa loket op Saigon airport. Hier lever ik mijn papierwinkel in bij een streng kijkende man in een onberispelijk gifgroen uniform en felrode – veel te grote – epauletten met gouden sterren op de schouders. Hij leest mijn naam uit mijn paspoort en kijkt me vragend aan, ‘mister Bekkie Blok?’ versta ik… en ik knik maar.

In deze hoek van de aankomsthal zitten nog een vijftigtal wereldbewoners te wachten op de afroep. De namen van mensen wiens visa gereed zijn worden nu door een meisje – ook in uniform – uiterst vertwijfeld uitgesproken door een microfoon. Haar collega’s op de achtergrond, die aan de visa’s werken, reageren hier met regelmaat hilarisch op. Alles klinkt komisch voor hen. Namen van Indiers, Australiers, Fransen en Chinezen,komen er gebrekkig uit. En altijd staan er meer mensen op die menen iets van hun naam herkend te hebben. Als iedereen blijft zitten, wordt alleen het land herhaalt. Mister Saus Afrika?

Ik vraag me af waarom er niet gewoon een scherm is dat je naam – overgetyped uit het paspoort – vermeld, of desnoods alleen een nummer zodat er geen misverstand kan zijn. Maar dat zou van deze eenheid van de immigratiedienst natuurlijk een uiterst saaie aangelegenheid maken. En daar duren de dagen op Saigon airport al te lang voor.Het meisje roept weer een naam: Lobetteloo… Ik schrik op. Bekkie Blok, verbeterd een mannenstem snel, en even later sta ik op Vietnamese grond te wachten op een taxi. 

Categories: @tetroberts, Reizen, Steden | Tags: , , , ,

The Big Durian

Continue reading

Categories: @tetroberts, Jakarta, Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , ,

Blog at WordPress.com.