Posts Tagged With: Travel

Corregidor Island – Een Held, een Hippie en de Eer van de Samoerai: Onoda’s lange Oorlog

De skyline van Manila wordt snel kleiner. Ik ben aan boord van een ferry die als een opgevoerde tractor de baai doorploegt. Bestemming: Corrigedor Island, het voormalig fort eiland van de Spanjaarden en sinds 1898 de Amerikanen. De beroemde generaal Douglas MacArthur gebruikte het eiland als geallieerd hoofdkwartier in de Tweede Wereldoorlog. De Amerikanen vertraagden de Japanse opmars maandenlang tot ze op 6 mei 1942 de Slag om Corregidor verloren. Nu is het eiland een openlucht museum over de Pacific War. Het heeft een hotel, maar verder woont er niemand. Het is heilige grond voor de Filippijnen en de Amerikanen na hun overwinning op de Japanners. Aan de Spanjaarden, die er meer dan drie eeuwen de wacht hielden, denkt niemand meer.

Bij aankomst stap ik met J. en de andere passagiers in een wachtende bus. Een vrolijke gids begint uitbundig wetenswaardigheden op te sommen. Ik blijf meteen bij zijn eerste feitje hangen als hij naar het naburige eiland Lubang wijst. “Daar werd in 1974 een Japanse soldaat gevonden die nog in de waan verkeerde dat het oorlog was.”

Zicht op Lubang vanaf Corregidor

Dertig jaar in de jungle…  

Het veroorzaakt een knetterende verbinding tussen een paar geisoleerde hersencellen. Een verre herinnering borrelt op. Als kind zag ik dit op TV. Een oude Japanse soldaat die al jaren een niet bestaande oorlog voert. En hier was het dus gebeurd.

Het verhaal begint in 1970, twee jaar eerder, met de jonge Japanse avonturier, ontdekkingsreiziger en hippie Norio Suzuki. Hij studeert economie maar besluit al gauw iets anders te doen met zijn leven. Hij maakt een wereldreis en als hij terugkeert naar Japan, vindt hij geen rust. Hij wil iets bijzonders doen. Maar wat?

In 1972 leest hij een merkwaardig nieuwsbericht. Twee Japanse keizerlijke soldaten zijn neergeschoten op een Filipijns eiland, nadat ze voedsel stalen en een boerderij in brand staken. Eén is op slag dood, maar de andere, Hiroo Onoda, slaagt er in te ontkomen. De twee hadden in de oorlog deel uitgemaakt van een inlichtingen cel van vier militairen. Een had zich overgegeven in 1949, en in 1954 werd een ander door de lokale politie doodgeschoten.

Suzuki legt de krant terzijde en verkondigt trots aan familie en vrienden dat hij Onoda terug gaat halen naar japan. En dat is niet alles. Daarna zal hij de waarschijnlijk uitgestorven reuzenpanda vinden, om daarna het bestaan van de Verschrikkelijke Sneeuwman te bewijzen.

Wow…  

In 1974 vertrekt hij op zijn 3-traps expeditie. Wat niemand gelukt is, lukt Suzuki in nog geen week tijd. Hij vindt de schuilplaats van de verstokte soldaat, maar ook de loop van zijn geweer. Recht onder zijn neus.

Suzuki laat zich niet zomaar wegjagen. Hij spreekt hem aan in het Japans: “Onoda-san, de keizer en het volk van Japan maken zich zorgen om je.” Later herinnert Onoda zich het voorval nog levendig. “Deze hippiejongen Suzuki kwam naar het eiland om naar de gevoelens van een keizerlijk soldaat te luisteren. Hij vroeg me waarom ik niet terug naar Japan wilde komen. Wel, ik geloofde hem niet. Ik wist zeker dat de oorlog nog gaande was want ik zag regelmatig Amerikaanse bommenwerpers overvliegen.” Maar die bleken actief in andere oorlogen, namelijk de Koreaanse oorlog in de jaren vijftig, en de oorlog in Vietnam in de jaren zestig en zeventig.

Snapshot van Suzuki met Onoda

Onoda weigert zich over te geven. “Ik ben een soldaat en blijf trouw aan mijn plichten.” Onoda stamde uit een Samoerai familie met een sterk eergevoel. Voor vertrek naar het slagveld ontving hij van zijn moeder een dolk om zelfmoord te plegen als hij gevangen werd genomen. Zo ging dat dus in die tijd… Hij bleef waar hij was, maar liet Suzuki toch gaan. Die beloofde terug te komen met bewijs dat de oorlog afgelopen was. 

Suzuki waarschuwt de Japanse ambassadeur, die in Tokyo snel een drietal oude strijdmakkers van Onoda laat optrommelen. Bij de rand van de jungle, waar Suzuki de oude soldaat eerder had ontmoet, zingen de veteranen uit volle borst een aantal strijdliederen. Daarna draaien ze een bandopname af met een smeekbede van Onoda’s inmiddels 86-jarige moeder. „Jongen, kom alsjeblieft thuis nu ik nog leef.”

Maar Onoda blijft in het oerwoud. Hij roept dat alleen zijn officier Taniguchi hem daartoe opdracht kan geven. Deze inmiddels hoogbejaarde majoor wordt opgespoord en gevonden in een stoffige boekhandel. De ex-majoor had inderdaad de toen 21-jarige Onoda, na zijn opleiding op het befaamde Nakano spionageinstituut, met zijn drie inmiddels overleden kameraden naar Lubang gestuurd voor inlichtingen operaties. Taniguchi had ze bevolen hun missie voort te zetten en zich nooit over te geven. Zelfs niet als de Japanse troepen werden verslagen.  

Ook Taniguchi verschijnt met een loudhailer op het strand. Achter hem staat een delegatie waaronder de ambassadeur en een Filipijnse generaal. De oude majoor beveelt Onoda zich te melden bij zijn commandant. Onverwijld! Hiroo hoort het aan vanuit zijn schuilplaats, een tentje van bijeengeraapte rommel. Hij inspecteert zijn Arisaka 99 geweer, trekt zijn laarzen aan en steekt zijn katana aan zijn zijde. In een gescheurd en tot de draad versleten militair tenue marcheert Onoda het strand op en meldt zich af bij zijn meerdere. De majoor maakt aan alle twijfel een einde en neemt zijn geweer in beslag.

De Japanse ambassadeur deelt hem mee dat de oorlog ‘al enige tijd’ ten einde is. In Manilla overhandigt Onoda op plechtige wijze zijn katana zwaard aan President Marcos, die hem toefluistert dat hij hem gratie verleend. De bewoners van Lubang zijn niet gelukkig met deze gang van zaken. De vier Japanse soldaten hebben over de jaren meer dan 30 eilandgenoten gedood. In vredestijd nota bene. Marcos wuift dat weg – de Japans-Filipijnse samenwerking heeft prioriteit – en verleent pardon. De president gaat op de foto met een broederlijke arm over de schouders van Onoda. In Japan stijgt de populariteit van beide heren ongekend.

In Tokyo wordt hij als een oorlogsheld binnengehaald door duizenden landgenoten. Maar het komt niet meer goed tussen Japan en Onoda. Zijn land is veranderd. Hij voelt zich als een beest in de dierentuin. Overal wordt hij aangestaard, aangesproken en soms zelfs uitgelachen. Van een tropisch oerwoud was hij terecht gekomen in een jungle van koud asfalt. Binnen een jaar vertrekt hij naar Brazilië, ondanks dat hij tientallen huwelijksaanzoeken ontvangt.

“Japanners vonden me egoïstisch. Meer dan dertig jaar had ik mijn land gediend, maar sinds 1945 nooit enig salaris of een nabetaling van m’n regering gekregen. Ik had geen geld, geen werk, geen inkomen.” Binnen vijf jaar stampt Onoda een boerderij met vierhonderd koeien uit de Braziliaanse klei. Het klimaat is vergelijkbaar met dat van de Filippijnen. Hier voelt hij zich thuis. Onoda sterft in 2014, op 92-jarige leeftijd, tijdens een bezoek aan Japan. Dat wel.

Maar hoe liep het af met Suzuki?

Nadat hij Onoda had gevonden, ging hij op zijn volgende missie. In een verlaten berggebied in China vindt hij inderdaad de nagenoeg uitgestorven reuzepanda. Maar dat hadden de Chinezen zelf ook al gedaan. Toch streept hij die tevreden van zijn bucketlist. Hij beschouwt het als een opwarmer voor het echte werk: het vinden van de Verschrikkelijke Sneeuwman.

In juli 1975 beweert hij de legendarische yeti van een afstand gezien te hebben tijdens een expeditie in het Dhaulagiri- gebergte. Dan blijft het lange tijd stil. In 1987 komt hij weer in het nieuws. Zijn lichaam is gevonden op een berghelling in de Himalaya. Hij is bedolven onder een lawine tijdens een van zijn vele zoektochten…

De bus arriveert op de verlaten Amerikaanse legerbasis in het centrum van het eiland, waar een handvol vreemde verhalen mij opwachten.

Generaal Douglas MacArthur’s beroemde woorden:
I Shall Return

Categories: Gadgets | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
 
 

Ontdek de verborgen geschiedenis van Teddyberen en hun wereldwijde invloed

Na jaren in het buitenland gewoond te hebben, bezocht ik een enorm kleurloos gebouw in een grauw industriegebied in Rotterdam. Op deze plek lagen al die tijd mijn persoonlijke spullen opgeslagen. Ik had alleen een sleutel en een pincode om binnen te komen. En dat was nodig ook, want er was in geen velden of wegen iemand te bekennen. Het leek een 24/7 onbemand, maar streng bewaakt fort. Het was avond en stil.

Eng.

Ik reed door tot aan het hek en voelde me bespied door de vele camera’s. Ergens hield iemand me in de gaten. Op een klein toetsenbord typte ik de code in en waarachtig; het hek verdween langzaam in de muur. Voor me sprong een licht op groen. Ik mocht doorrijden.

Binnen parkeerde ik mijn auto in een centrale plaats.  Elke hoek en zijde zag ik gangen die in de duisternis verdwenen. Voor mij stond een rij in elkaar geschoven karren voor het vervoer van een partij dozen of meubels. Ik pakte er een en ging op weg naar box 215, het nummer dat op mijn sleutel stond. Ik duwde de kar voor me uit door een nauwe, onverlichte gang, waar lampen pas aan knipperden als ik er onder liep, om dan achter mij weer net zo snel te doven. Het was stil.

Onheilspellend stil.

Alle muren waren van beton, de vloerplaten van ijzeren roosters. Elke deur was voorzien van een nummer. Als in een gevangenis. De sleutel paste op deur 215, die luid open klapte. Metaal op metaal echode steeds verder weg door de donkere gangen.

In de kleine opslag stonden mijn verhuisdozen tot aan het plafond opgestapeld. In een hoek stonden nog een fiets, een fitness apparaat en een bureaustoel. Het voelde als een aflevering van Storage Wars, waar de inhoud van opslagruimtes worden geveild omdat de eigenaar de huur niet meer betaald, of spoorloos verdwenen is. De veilingmeester knipt het slot door en de opkopers mogen een zuinige blik naar binnen werpen om een volledig uit de lucht gegrepen schatting van de waarde te maken. De bieders zoeken naar aanwijzingen die duiden op een verborgen schat aan waardevolle artefacten. Hun ogen scannen de dozen als een metaaldetector waarna het onderbuikgevoel ze een maximum bod ingeeft. Meestal komt er alleen maar ouwe rotzooi uit.  

In mijn dozen zaten voornamelijk boeken, uit de tijd geraakte DVD’s en CD’s, decoraties en vergeten dingen uit een ver verleden. Ik had me voorgenomen elke dag een stuk of acht dozen mee te nemen en deze thuis uit te pakken, te beoordelen en vervolgens te verkopen, weg te gooien, of nog langer te bewaren. Ik plaatste de eerste loodzware dozen vol boeken op de kar. De volgende doos was onverwacht licht waardoor ik bijna omtuimelde. Ik opende de flappen en zag een doos vol jeugdherinneringen. Honderden plastic soldaatjes in sigarendozen van een niet langer bestaand merk, een paar zakken knikkers, een stapel schriften, schoolrapporten en fotomapjes.  En daar, tegen de kartonnen wand geklemd, herkende ik hem.

Ted.

Mijn Teddybeer.

Voorzichtig pakte ik hem eruit. Hij was kleiner dan ik dacht, nog geen 15 centimeter groot. De ooit zo zachte goudgele pluchen vacht was nu wat stekelig. Op sommige plekken was de stof versleten. Teds neus en mond waren geborduurd met een zwarte draad, waaruit een stukje rode stof als zijn tong naar buiten stak. Zijn oren waren duidelijk herkenbaar, maar zijn ogen zag ik niet. De bruine kraaltjes hadden losgelaten. Maar al met al had Ted nog steeds die vertrouwde vriendelijke uitstraling. Zijn korte ledematen waren nog steeds flexibel. Hij kon staan en zitten.

‘Zo Ted,’ sprak ik hardop. ‘Hoe gaat het met jou?’

Ted zij niets. Een vreemd gevoel maakte zich van mij meester. Ik keek even de gang in.

Niemand.

‘Sorry dat ik je al die jaren in een oude doos heb laten zitten.’

Het kwam helemaal vanzelf, die zin. En ik meende het. Deze knuffel was mijn eerste bezit. Volgens de overlevering had ik hem gehad van een collega van mijn vader ter gelegenheid van mijn geboorte. Ted was dus net zo oud als ik. Lang was ik er van overtuigd dat hij naar mij vernoemd was, want al mijn buurtvriendjes noemden mij van kinds af aan Tet. Met een T. Dat was mijn bijnaam, afgeleid van mijn achternaam. Inmiddels weet ik beter. Ted was een afgeleide van Teddybeer. Ik had hem zelf dus Ted genoemd.

Maar waar komt de naam Teddybeer eigenlijk vandaan?

Dat zocht ik thuis uit. En het bleek een bijzonder verhaal.

Het begon in het jaar 1902 in Amerika, in de zuidelijke staten Louisiana en Mississippi. Hier was President Theodore Roosevelt stralend middelpunt van een meerdaagse jachtexcursie. Het sjieke gezelschap zat niet zomaar achter wat wild aan. Nee. Roosevelt zocht groot wild in zijn vizier.

Een zwarte beer.

Het verhaal gaat dat de president boos was, omdat het hem niet lukte om met succes een beer te schieten. De reden daarvan wordt nergens specifiek genoemd. Bleven de beren uit de weg van het luide gezelschap, of was de president onhandig en kon hij niet goed overweg met een geweer? Of schoot hij steeds mis omdat hij niet dichterbij durfde te komen? De bronnen reppen er niet over. Maar nadat de laatste en vijfde dag op zijn einde liep, had hij nog steeds geen beer geschoten. En toch had de president wellicht graag een kop van een opgezette beer aan de muur van het Oval Office willen hangen. Met daaronder een foto van hem met één voet dapper op het wilde beest, het geweer losjes in zijn handen en een pijpje puffend in zijn mond.

Zijn jachtgenoten wilden hem blijkbaar niet zonder die trofee weg laten gaan. En dus had de organisatie van de jachtpartij een zwarte beer met een touw aan een boom gebonden. Ze nodigden vervolgens de president uit om de beer op point blank te executeren. Maar dat vond Roosevelt te gortig. Of te laf. Hij gaf opdracht de beer los te laten. Dus die foto, die kwam er nooit. En die trofee ook niet.

Maar het verhaal kreeg een staartje. Waarschijnlijk door razende reporters die – ook toen al – als paparazzi met een bloknootje in de struiken lagen om een glimp van de president op te vangen. Daags na de jacht verscheen in de Washington Post een spotprentvan Cartoonist Clifford Berryman. Hij tekende Roosevelt in een ranger uniform, met zijn geweer leunend op de grond. Achter hem staat een soldaat die met een stuk touw een bange zwarte beer in bedwang houdt. Naast de president staat geschreven: “Drawing the line in Mississippi.” Het werd een beroemde prent in Amerika. En de president kwam er goed mee weg.

Het inspireerde het uit Rusland afkomstige echtpaar Morris en Rose Michtom, die in Brooklyn, New York een snoepwinkeltje runden, om een speelgoedbeer te maken. Morris noemde het Teddy’s Bear, naar de bijnaam van de president. Teddy, kort voor Theodore. Om de hoogste baas van Amerika niet voor het hoofd te stoten, stuurde Morris een persoonlijke brief naar de president om toestemming te vragen. Die vond het een prima idee. En zo ontstond de Teddybeer. De Michtoms konden al snel niet meer tegen de vraag opboksen. Ze gooiden het snoep uit de winkel, en begonnen een naaiatelier. Vanaf dat moment werd er nog maar één product gemaakt.

Teddyberen.

Maar zoals vaker met uitvindingen, vond tegelijkertijd elders in de wereld hetzelfde plaats. In hetzelfde jaar – 1902 – begon Margarete Steiff, een naaister met een klein speelgoedbedrijf in Duitsland, ook met het produceren van speelgoedberen. Samen met de Michtons ontketenden zij een ware knuffelrevolutie dat leidde tot het beroemdste speelgoed ooit. Massaproductie.

Teddyberen werden zachter en schattiger. Het stroeve houtwol vervangen voor flexibele synthetische vullingen. De beren kregen beweegbare ledematen, en werden voorzien van ingebouwde muziekdozen, en later door mini grammofoons waardoor ze ook nog konden praten.Beroemde beren als Winnie de Poeh en Paddington versterkten de rage. Inmiddels eiste elk kind een Teddybeer, want stond dat niet garant voor een zorgeloze jeugd?

Nee. Niet altijd, weet ik uit eigen ervaring. Ik deelde bed, lief en leed met Ted. Ik vertrouwde hem mijn diepste geheimen toe. Maar zorgeloos? Als kind leefde ik vaak op gespannen voet met mijn middelste broer. Die pestte mij. Of ik lokte het uit. Hoe dan ook, de precieze aanleiding weet ik niet meer, maar op een kwade dag kwam mijn broer vertoornt mijn kamer binnen. Hij trok Ted van de beddenkast en draaide voor mijn ogen zijn kop van zijn pluchen lichaam af. Met een sardonische blik gooide hij de beide stukken van Ted voor mijn voeten en vertrok lachend. Ik barste in tranen uit en pakte de overblijfselen van mijn knuffel met trillende handen bijeen. Teddy was niet meer.

Hij was dood.

Of toch niet?

Ik besloot tot een dramatische reddingsactie. Ik stormde de kamer uit en pakte uit de naaimachine van mijn moeder naald en draad. Met grove steken zette ik zijn hoofd terug op zijn romp. En goed ook, want het heeft nooit meer losgelaten. Even leefde de oude vriendschap weer op. We waren weer een team!

Maar naarmate de jaren verstreken, verdween Ted uit beeld. Letterlijk. Ik vergat van zijn bestaan. Tot dat moment in de opslag.

De opmars van de Teddybeer in de 20e eeuw ging onverminderd door. Het speelgoed kreeg een troostende reputatie. Kijk maar bij gedenkplaatsen waar een kind is omgekomen, of waar onschuldige slachtoffers zijn gevallen. Daar worden teddyberen in grote getalen achtergelaten als teken van rouw en medeleven. Na de ramp met de Titanic verkocht Margarete Steiff 600 Teddyberen voor het goede doel. Deze versie staat bekend als de Steiff Titanic Teddy Bear. Onlangs kwam er een onder de hamer en tikte $130,000 af! Reden genoeg om die oude knuffels van je grootvader eens wat nader te bestuderen, want veel speelgoedberen worden van generatie op generatie doorgegeven. Maar het kan nog gekker. In 2000 wisselde een Teddy Bear van Steiff, gemaakt in samenwerking met Louis Vuitton voor $2.1 miljoen van eigenaar. De koper was de bekende Koreaanse verzamelaar Jessie Kim, die het voor zijn Teddy Bear Museum aanschafte. Inmiddels zijn er meer dan tien Teddy Bear Museums in de wereld. Uiteraard een in New York en een in Duitsland, maar ook Rusland, Thailand, Japan, en Maleisië kennen hun eigen knuffelberen museum.

Maar het meest opvallende verschijnsel is zonder twijfel de Teddy Bear Toss. Fans van het ijshockeyteam Hershey Bears – de naam zegt al genoeg – gooien massaal teddyberen op het ijs als hun team het eerste doelpunt scoort bij een thuiswedstrijd. De vaak tienduizenden teddyberen – u leest het goed ja – die zo naar beneden komen, worden verzameld en gedoneerd aan kinderziekenhuizen om troost te bieden. Begin 2024 werd een nieuw wereldrecord gebroken met maar liefst 74,599 knuffels op het ijs. Het heeft de wedstrijd wel enigszins opgehouden, maar goed, het is voor het goede doel. Als je het niet gelooft, bekijk dan de beelden hieronder maar eens.

Ik kon het niet laten om mijn teddybeer toch even door de google image zoeker te halen om te zien of de gever toevallig toch een zeldzaam exemplaar aan mij had gegeven. Maar dat bleek niet zo te zijn. Inmiddels meer dan een halve eeuw oud is Ted wel vintage, net als ik. En dus zitten we weer samen. Ik schrijf wat, hij zit leunend tegen mijn computerscherm. Praten doen we niet, dertig jaar eenzame opsluiting in een schoenendoos doet je wel wat natuurlijk. Maar we begrijpen elkaar wel, zoals dat vaak gaat met oude vrienden.

Categories: @tetroberts, humor, Ontdekkingen, Reizen | Tags: , , , , , , , , , , ,

Discover Malacca, a rickshaw ride through a world heritage city in the heart of Malaysia

I was more than surprised when I arrived in the old town of Malacca, what a beautiful place this is. The old center of town is roughly divided in three parts: the Portuguese area with an old church and remains of a fortress.  The Dutch part is at the east side of Malacca river, an old townhall, a church and a handful of redbrick buildings around a square. And at the west bank of the river the large Jonker street area, a labyrinth of small colonial streets filled with local shops, galleries and restaurants.

I went there without any expectations, and so the effect on me was great, such great architecture and so much to explore and discover. It reminded me of just a few cities, none of them comparable on how it looks, but they can describe the kind of mood that flows through the alleys: Cartagena des Indes, Cusco, Ubud, Glastonbury and Florence. I mean, the feeling that after each corner something wonderful will show up, and then it actually happens. Got it?

If you also know of such a surprising town or city, let me know in a comment below because I would definitely put it on my bucketlist and visit it!

Categories: Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Discover Kuala Lumpur: twin towers, Chinatown, Central market and Merdeka square

And it was in a far corner of the Central Market where I found myself the perfect souvenir. A yoga sculpture, or at least, that is what I understood from Nathan, the owner of the antique shop, who gave me quite a lecture on the origins of the small statue.

Categories: Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

The lost buildings of the VOC (Dutch East India Company) in Jakarta

It was a long drive on the back of the motorbike of Bram, my city tourguide of the day. But we arrived in Kota Tua and visited the old buildings of the Verenigde Oostindische Compagnie.

Funny, cause after the Maritime museum and the VOC Dockyard, I ended up in the Compagnie.id, a new coffee house in the Old Town. The barista’s invited me inside for a free coffee, as they celebrated their soft opening. Jakarta always surprises.

It is good to see that the city is renovating its heritage buildings, although more can be done and saved. Although I realise money can be only spend only once, and I more urgent causes are in need of support.

Finally I find an orange cap for my coming support of the Formula 1 races in Kuala Lumpur next week. Next will be a shirt and a flag. Really wondering if I will ever find that in time in Jakarta…

 

 

Categories: Indonesia, Jakarta, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Mini Indonesia: visiting 17.000 islands in 1 day

Indonesia in one day! That is the tagline used by ‘Beautiful and Miniature Indonesia’, a cultural park at the outskirts of Jakarta. Here you can explore all diversity the 29 provinces of the archipel in one single park. 

IMG_0059As from the start I already understood this would be a Mission Impossible. The park measures one (1) square kilometer and contains countless traditional and religious houses, museums, parks, and an enormous map of the sea nation in a central lake over which cable cars ride.

IMG_0128My original plan was at least to vist each of the 16 museums. But that was just a plan. Once I walked around I got easily lost and missed several attractions. Secondly I underestimated the heat. A cloudless day in Jakarta gives the sun full opportunity to burn you down including all your plans. All you want is to escape the heat and run somewhere inside. Somehow there were not a lot of visitors in the park and so not a lot of people to interact with.

IMG_0089

It was Benni from the Papua section who made my day. He was super friendly and explained a lot of his own culture, traditions and art. It changed my mind about this far away island in the east and I might visit it one day just to see the vast and wild nature in real life.

Categories: Indonesia, Jakarta, Ontdekkingen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Is hiking fun? Lost at Gunung Kendang…

Gunung Kendang is one of the mountain tops surrounding the vast volcano area of Malabar, directly south of Bandung. In colonial times there was a once world famous radio transmitting station (Hello Bandung!) but only some crumbling stone walls are left. What is still there are valleys filled with tea plantations, as far as the eye can reach.

On the five hour drive from Jakarta to Malabar I started reading The Tea Lords (Heren van de Thee), from Hella Haasse. Its a historic novel of a family emigrating from Deventer to this area to start a kinine and tea plantation. A true life account based on letters from the family archive. Once I was reading further at the veranda of the guest house where once some of the key characters lived, I could dream away in the moody and gorgeous landscape. The last administrator of the plantage was RAK Bosscha, whose tomb is still to be viewed on a stone throw of the guesthouse.

IMG_9860

The hike was great as well, but when descending gunung (mount) Kendang I slipped from the track twice, once because my eyes were filled with sweat and sunscrean and now way to flush it. As I was on the wrong road for a while and there was nobody around, I shared some frustration in the camera. No worries: the next trip is already scheduled!

IMG_9931

Puncak (mountain top) of gunung Kendang.

Categories: Hiking, Indonesia, Ontdekkingen, Reizen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

The Blue Fire Ghosts of Kawah Ijen

The climb of Gunung (mount) Kawah Ijen was steep and cold, very cold. I was not prepared for such an icy wind in the tropical island of Java. After a couple of hours we reached the rim and descended into the crater. Meanwhile miners were passing the hikers upwards. A shame: if I say a fifty hikers for each miner, then I even estimate it low.

The miners carry baskets with at least 50 kilo sulfur each as they are paid by the kilo. The more the better, but not for their health. Once approaching the sulfur mine, the penetrating gases are giving you tears in your eyes. Miners are chopping pieces of sulfur in the middel of blasts of smoke. Right behind them is the blue fire. There are only two vulcano’s in the world with this phenomena, and this is the biggest.

Was it the cold, the anorganic gasses, the fatigue or combination of them all that made me halucinative? Just watch your self what I saw in the blue flames…

Categories: Hiking, Indonesia, Ontdekkingen, Reizen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

‘Together’ in Dubai

Together in Dubai

Together achter de Burj Khalifa

Noem een stad in Nederland waar geen beeld staat van een lokale held, schrijver of politicus. Zo af en toe schijnen er burgemeesters, kunstenaars en historische verenigingen bij elkaar te komen om een prominent die zijn of haar sporen voor de lokale gemeenschap verdiend heeft, in brons te gieten of uit steen te hakken.

Door de eeuwen heen zijn zo pleinen en winkelcentra netjes opgevuld met standbeelden, al dan niet te paard gezeten. En niet alleen in Holland. Het gebeurd in heel Europa, Amerika, Afrika en Azië.

Maar niet in Dubai dus. Ik heb zo ongeveer alle hoeken van de stad gezien maar nooit iemand op een sokkel gevonden. Zelfs niet de vader van de Emiraten, Sheik Zayed. Wel abstracte vormen en gigantische theepotten of olielampen, maar nooit ook maar iets in de vorm van een mens.

Dit is – denk ik – omdat het in de moslim cultuur ‘note done’ is om de Profeet af te beelden, en voor het gemak dus ook maar geen Andere Grote Leiders uitgezonderd dictators als Khadafi en Saddam, die hele steden met hun evenbeeld bezaaid hebben, liefst om elke hoek.

Together in Dubai

Together naast de metro

Ik was dan ook hoogst verbaasd in mijn laatste dagen in de emiraten plots twee imposante beelden te vinden, verscholen tussen de achterzijde van de Dubai Mall, een metro lijn en een dode hoek van de Burj Khalifa.Ik moest dan ook aardig wat moeite doen om er te voet te komen, want parkeren in de nabijheid was geen optie.

Eenmaal ter plaatse reikten ze wel vier meter hoog, gehouwen uit zwart graniet en wit marmer. Op de achterzijde van de gezamenlijke sokkel vond ik een bescheiden plaatje met daarop ‘Together’ genoteerd. De beelden blijken van de hand van ene Lufti Romhmein, uit Syrië. Mooi werk, eerlijk gezegd. Ze passen prima in deze woestijnstad, maar hadden beter tot hun recht gekomen ergens bij de fonteinen van Burj Dubai, waar de vele toeristen ze zouden kunnen bewonderen, en zien dat het met de gelijkheid van man en vrouw in Dubai nog lang niet zo slecht gesteld is.

Categories: Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Standbeelden, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De Koe van Manilla

Ik zit in een taxi met drie aangeschoten Hollanders die ik amper een uur geleden heb leren kennen. Een bakker uit Stampersgat, een dame van de ambassade, en de enige wiens naam die ik onthouden heb; Bert, beroep onbekend. We rijden door Old Manilla, over de Del Pillar street. We zijn op zoek naar een cafe van een Hollander. Als herkenningspunt zou er een koe voor de deur moeten staan. Niemand is er ooit binnen geweest, maar iedereen heeft er van gehoord.

‘Het moet in deze straat zijn’, zegt Bert terwijl hij met kleine oogjes naar de langsschietende kroegen, bordelen en nachtwinkeltjes staart, ‘dat hoorde ik daarnet nog op de Dutch club. De KLM crew drinkt er ook altijd een biertje,’ voegt hij er aan toe. De bakker praat over de vele vakanties die hij samen met zijn vrouw naar de Filipijnen maakte voordat ze zich hier permanent vestigden. ‘…en toen reden we door deze straat en zag ik opeens een koe op de stoep,’ zegt hij hoopvol. ‘Geen echte hoor, van plastic denk ik.’

Niemand weet de naam van de kroeg. De dame van de ambassade spoort de chauffeur aan nog maar een keer te stoppen op een hoek van de straat. waar een groep Filipino’s staat. ‘Ask them about the cow!’ De chauffeur kijkt verbouwereerd en als hij ernaar vraagt lachen ze. Sommigen wijzen ergens heen, maar elk in een andere richting.

Ik ben de enige die in dit deel van de stad woont, erger nog, ik woon zelfs aan het begin van deze straat. Maar ik ben nooit helemaal naar het andere eind gelopen want dat is best ver. Ik ben hier dan ook nooit een koe tegengekomen. ‘Misschien omdat die hem overdag’s binnen zet…’ probeer ik, maar niemand antwoord.

De straat is eenrichtingsverkeer en niemand weet van een kroeg met een Hollandse eigenaar. De chauffeur wil niet meer vragen naar een koe. Iedereen kijkt me vragend aan want ik ben de ‘local’ hier. Wat nu?

Ingang Hobbit House

Ingang Hobbit House

‘Ik weet nog een kroeg met dwergen in deze straat,’ zeg ik. Dit kan de goedkeuring wegdragen. Even later lopen we door een enorme ronde deur van De Hobbit. Een lilliputter rinkelt een belletje en heet ons welkom. Even later worden pullen bier door heel kleine mensen op onze tafel geschoven. Het gezelschap is tevreden. Met zo’n verhaal kun je ook thuiskomen.

Meet the Hobbits

Meet the Hobbits

Categories: Flashback, Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Blog at WordPress.com.