Steden

Wanhoop niet, Jan Pieterszoon Coen

Het zit dus zo. Twintig jaar geleden reisde ik als backpacker van Jakarta naar Bali. Halverwege in Bogor (Buitenzorg) zag ik een wayang poppenspel. Zeg maar de Indonesische versie van Jan Klaassen. Ik leerde toen dat in dit schaduw spel ook een Hollander voorkomt, namelijk JP Coen als een van de ultieme slechteriken. Hij heeft dus indruk gemaakt.Dit weekend bezocht ik het Wayang poppenmuseum in oud Jakarta. Dit gebouw staat nu waar in vroeger tijden de Nederlandse kerk stond, en waar Hollanders van stand werden begraven. 

De grafstenen zijn nu nog in de muren van een binnenplaatsje van het museum te vinden. Dus Coen ligt zich al een paar eeuwen om te draaien in een graf dat zich in een poppenmuseum bevind, waar hij letterlijk nog als een schaduw van zichzelf rondwaart. De ultieme wraak van de Indonesiers?

Categories: Jakarta, Ontdekkingen, Steden | Tags: , , , ,

De Sapa Girls

Sapa ligt ten noordeen van Hanoi in de bergen op een paar steenworpen van de Chinese grens. Een nieuwe rijksweg, een traditioneel bergvolk en pitoreske rijst terrassen rondom het in nevelen gehulde stadje, vormen de ideale combinatie voor een groeistuip naar massa toerisme. De drie hoofdstraten bestaan voornamelijk uit hotels, souvenir winkels, Italiaanse restaurants (!) en massage salons.
Wie uit de bus stapt wordt opgevangen door tientallen Sapa girls, allemaal meisjes in kleurrijke klederdracht, getooid in kniebroeken waar alleen zwarte piet nog in rondloopt. Ze zijn behangen met allerhande geweefde waren voor de verkoop. Zur en Lon en een jonger meisje dat zeer luid spreekt, en waarvan ik de naam maar niet versta, lopen mee tot aan het hotel. Ik beloof dat ik later wat zal kopen, als ik me heb opgefrist en uitgerust ben. 

Als ik nietsvermoedend weer naar buiten kom staan ze nog op dezelfde plaats waar ik ze eerder die dag heb achtergelaten. Het schreeuwende meisje gilt de exacte tijd in uren en minuten dat ze op me hebben staan wachten. De rest van de dag volgen De Sapa girls mij van restaurant tot winkel. Ik besluit een etui en een stalen armband te kopen en daarnee zijn Zur en Lon vertrokken. 

Het schreeuwende meisje heeft dat moment gemist maar geeft niet op. ‘You promised to buy from me,’ buldert ze vanaf een meter of tien. Ik zeg dat ze met zo’n volume nooit aan de man zal komen. Ze antwoord dat ze Sapa Boys maar luie donders vind en Hollanders gierig. Ik zeg dat ik nooit nets van haar zal kopen. Maar dan breekt ze uit in tranen, blijft jammerend achter me aan lopen, en stort steeds een beetje meer drama over me uit. Dan koop ik de duurste sleutelhanger ooit en het schreeuwende meisje verdwijnt geld tellend in een zijstraat. De volgende dag hoor ik ze al van verre. Ze jaagt een ouder en zichtbaar gegeneerd echtpaar voor zich uit. De Sapa girls bezitten de toeristen hier en laten ze pas los als er zaken gedaan zijn.

Categories: Observaties, Reizen, Steden | Tags: , , , , ,

Snapshot Saigon

Ik rij met een taxi door verrassend brede straten omrand met koloniale Franse gebouwen, vol met auto’s in een snelstromende rivier van toeterende scooters. Druk, maar toch weinig files, voor hoelang nog? De stad heeft vrijwel geen shopping malls, want straten hebben hier nog hun eigen winkels en eethuizen. Weinig hoogbouw, maar wel veel in aanbouw. En koffiehuizen, werkelijk overal zijn koffiehuizen.

Streetfood: Pho noodelsoep, Vietnamese loempia’s (rauw, gestoomd of gefrituurd), en – overblijfsel van de Fransen – de baguette (Bhan mi) maar dan met Aziatisch beleg. Vanuit het oude centrum tot aan de rivier ligt een splinternieuwe boulevard, breder en langer dan Barcelona’s Ramblas. Ho Chi Min, de revolutionaire vader des vaderlands wiens naam nu de naam van de stad draagt, kijkt vanaf het stadshuis over drukke boulevard. De hele metropool ademt de mogelijkheden van een nieuw tijdperk voor een jonge en optimistische bevolking. Saigon is booming.


Ik arriveer bij een restaurant in oud Saigon waar Stefan met vrienden ons opwacht. Vietnamezen eten op straat op stoeltjes waar in Europa kleuters op zitten. Ik schud beleefd handen terwijl voor mijn gevoel mijn hoofd tussen mijn knieen hangt. De tafel vertegenwoordigd Vietnam, Cambodja, Thailand, Filipijnen en Nederland. Naast de schotels die de chef serveert komen er legio handelaren voorbij met snacks en zo groeit de variatie op tafel. Dôôô! En glazen bier klinken na elke zin die iemand in het gezelschap uitspreekt. Zo gaat dat in Vietnam.


Plots is daar een lange jongen die niets verkoopt maar wel luid iets aankondigt. Hij steekt een sigaret op, en duwt het brandende eind langzaam door een plooi in mijn T-shirt. Het filter steekt er nog uit, hij strijkt de plooi weg en de sigaret is verdwenen in een pufje rook! Hij kijkt hij me aan, opent verbaasd zijn mond en schuift met zijn tong de brandende sigaret langzaam naar buiten. Close magic, recht onder mijn neus, en nog meer tovenarij volgt. Amusement zegt iets over de staat van een volk. Landen zonder amusement zijn in oorlog of kampen met permanente rampen, waar amusement opkomt, groeit het vertrouwen en de economie, en waar amusement overslaat in decadentie, is de crisis aangebroken en dat leidt uiteindelijk weer tot oorlog. Het gaat dus goed met Vietnam. 

Categories: @tetroberts, Reizen, Smakelijk eten!, Standbeelden, Steden | Tags: , , , , ,

Grens perikelen Vietnam

Het Vietnemees is een moeilijke taal. In geschrijft zijn woorden nog herkenbaar maar in de helft van de letters vind je wel een dakje, streepje, omgekeerde komma of andere ondefinieerbare kromming die de klank van het woord veranderen. De gesproken taal daarentegen is geheel onnavolgbaar. Dat merk ik aan het visa loket op Saigon airport. Hier lever ik mijn papierwinkel in bij een streng kijkende man in een onberispelijk gifgroen uniform en felrode – veel te grote – epauletten met gouden sterren op de schouders. Hij leest mijn naam uit mijn paspoort en kijkt me vragend aan, ‘mister Bekkie Blok?’ versta ik… en ik knik maar.

In deze hoek van de aankomsthal zitten nog een vijftigtal wereldbewoners te wachten op de afroep. De namen van mensen wiens visa gereed zijn worden nu door een meisje – ook in uniform – uiterst vertwijfeld uitgesproken door een microfoon. Haar collega’s op de achtergrond, die aan de visa’s werken, reageren hier met regelmaat hilarisch op. Alles klinkt komisch voor hen. Namen van Indiers, Australiers, Fransen en Chinezen,komen er gebrekkig uit. En altijd staan er meer mensen op die menen iets van hun naam herkend te hebben. Als iedereen blijft zitten, wordt alleen het land herhaalt. Mister Saus Afrika?

Ik vraag me af waarom er niet gewoon een scherm is dat je naam – overgetyped uit het paspoort – vermeld, of desnoods alleen een nummer zodat er geen misverstand kan zijn. Maar dat zou van deze eenheid van de immigratiedienst natuurlijk een uiterst saaie aangelegenheid maken. En daar duren de dagen op Saigon airport al te lang voor.Het meisje roept weer een naam: Lobetteloo… Ik schrik op. Bekkie Blok, verbeterd een mannenstem snel, en even later sta ik op Vietnamese grond te wachten op een taxi. 

Categories: @tetroberts, Reizen, Steden | Tags: , , , ,

The Big Durian

Continue reading

Categories: @tetroberts, Jakarta, Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , ,

‘Together’ in Dubai

Together in Dubai

Together achter de Burj Khalifa

Noem een stad in Nederland waar geen beeld staat van een lokale held, schrijver of politicus. Zo af en toe schijnen er burgemeesters, kunstenaars en historische verenigingen bij elkaar te komen om een prominent die zijn of haar sporen voor de lokale gemeenschap verdiend heeft, in brons te gieten of uit steen te hakken.

Door de eeuwen heen zijn zo pleinen en winkelcentra netjes opgevuld met standbeelden, al dan niet te paard gezeten. En niet alleen in Holland. Het gebeurd in heel Europa, Amerika, Afrika en Azië.

Maar niet in Dubai dus. Ik heb zo ongeveer alle hoeken van de stad gezien maar nooit iemand op een sokkel gevonden. Zelfs niet de vader van de Emiraten, Sheik Zayed. Wel abstracte vormen en gigantische theepotten of olielampen, maar nooit ook maar iets in de vorm van een mens.

Dit is – denk ik – omdat het in de moslim cultuur ‘note done’ is om de Profeet af te beelden, en voor het gemak dus ook maar geen Andere Grote Leiders uitgezonderd dictators als Khadafi en Saddam, die hele steden met hun evenbeeld bezaaid hebben, liefst om elke hoek.

Together in Dubai

Together naast de metro

Ik was dan ook hoogst verbaasd in mijn laatste dagen in de emiraten plots twee imposante beelden te vinden, verscholen tussen de achterzijde van de Dubai Mall, een metro lijn en een dode hoek van de Burj Khalifa.Ik moest dan ook aardig wat moeite doen om er te voet te komen, want parkeren in de nabijheid was geen optie.

Eenmaal ter plaatse reikten ze wel vier meter hoog, gehouwen uit zwart graniet en wit marmer. Op de achterzijde van de gezamenlijke sokkel vond ik een bescheiden plaatje met daarop ‘Together’ genoteerd. De beelden blijken van de hand van ene Lufti Romhmein, uit Syrië. Mooi werk, eerlijk gezegd. Ze passen prima in deze woestijnstad, maar hadden beter tot hun recht gekomen ergens bij de fonteinen van Burj Dubai, waar de vele toeristen ze zouden kunnen bewonderen, en zien dat het met de gelijkheid van man en vrouw in Dubai nog lang niet zo slecht gesteld is.

Categories: Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Standbeelden, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Taxi Manilla

Taxi of Jeepney?

Taxi of Jeepney?

Tientallen taxi’s zoeven voorbij over Kalaw street, maar geen enkele taxi lijkt vrij. Het is niet gemakkelijk in Manilla een taxi te scoren tijdens de avondspits. Ik krijg bijna kramp in mijn schouder van het zwaaien als er een taxi stopt. Ik stap in maar de chauffeur rijd niet weg. ‘Where to?’

‘Makati,’ antwoord ik.  ‘Sorry too far sir, I can’t go there.’

De aanhouder wint ditmaal niet en even later sta ik weer op straat. Het duurt even voor een tweede taxi stopt, ik spreek de chauffeur eerst maar door het zijraam aan.

‘Makati?’ lacht de chauffeur. ‘Too much traffic, sir, dat duurt me te lang.’

Met een Jeepney weet ik niet hoe daar te komen. Een derde taxi stopt na een poosje wachten. Ik neem gelijk het initiatief.

‘Ik weet dat het ver is en dat het druk is, Kuya, maar ik betaal je goed hoor. Zet je meter maar vast uit dan maken we een prijs,’ zeg ik met mijn portemonnee in mijn hand. ‘Ik moet naar Makati.’

De taxi chauffeur kijkt me nonchalant aan.

‘Makati?, vraagt hij met opgetrokken wenkbrauwen. ‘Man, daar heb ik even helemaal geen zin in.’

Verbaasd blijf ik achter. Vanavond blijf ik maar gewoon thuis, om een blog te schrijven ofzo…

images

 

Categories: Observaties, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , ,

De Wereldbol

Image

Ik ben een groot liefhebber van atlassen en alles waarop wegen, eilanden en onuitspreekbare plaatsen staan aangegeven. De wereld is groot, en ik moet nog vele wegen volgen.

In Manilla ben ik al enige tijd op zoek naar een geschikte wereldbol. Die laat ik graag draaien in mijn hand, dat geeft iets van overzicht. Ineens zie ik ze staan. In een vitrine van Jade’s bookstore staat onze planeet aarde in verschillende soorten en maten: geografisch, staatkundig, met of zonder zeestromen. ‘Mag ik die even zien,’ vraag ik het meisje dat me besluit te helpen. Op haar naamplaatje staat Jam. ‘U ziet hem toch sir,’ antwoord ze bijdehand.

‘Maar ik moet weten of die goed ronddraait.’ Ik zeg er niet bij dat ik dan ineens stevig mijn vinger tegen de draaiende bol duw om te zien waar ik beland ben. Dat doe ik graag. Dan bedenk ik me hoe het daar zou zijn. Zelf op de Stille Oceaan stuit je altijd wel op een eilandje. Daar wil ik dan ineens naar toe.

De vitrine blijkt op slot. Jam gaat op zoek naar het sleuteltje maar van de sleutelbos waar ze mee terugkomt past er geen een. Dan komt de chef. Op zijn naambordje staat Beethoven. Ik vind dat een typische naam. Hij probeert het hele sleutelbosje nogmaals uit, maar kan Jam niet verbeteren.

‘In Nederland bewaren ze vitrine sleutels in de kassa,’ zeg ik. Beethoven en Jam controleren dat beide, maar het leidt tot niets. Ik heb inmiddels besloten dat ik de wereldbol wil hebben. Dat heb ik altijd als iets onbereikbaar wordt. ‘Wat kost die eigenlijk?’ vraag ik. ‘Dat staat aan de onderkant,’ zegt Jam.

Ik verlaat Jade’s Bookstore met lege handen terwijl Beethoven alle  medewerkers aan het zoeken zet.

Een paar weken later loop ik met twee boodschappen tassen voorbij als ineens Jam me op straat aanroept. ‘We hebben de sleutel gevonden!’ zegt ze met een lach. ‘Hij lag bovenop de vitrine.’ Dat ik daar niet aan gedacht heb. Ik koop de globe en een medewerker van Jade’s bookstore loopt met de wereld achter me aan tot ik thuis ben.

Even later zit ik op de bank met de globe op mijn schoot. Ik geef er een enorme draai aan en kijk verwonderd naar hoe de wereld in mijn handen rondtolt. Dan stop ik hem abrupt met mijn vinger. Volgend jaar ga ik  naar Nederland!

Categories: Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , ,

De Koe van Manilla

Ik zit in een taxi met drie aangeschoten Hollanders die ik amper een uur geleden heb leren kennen. Een bakker uit Stampersgat, een dame van de ambassade, en de enige wiens naam die ik onthouden heb; Bert, beroep onbekend. We rijden door Old Manilla, over de Del Pillar street. We zijn op zoek naar een cafe van een Hollander. Als herkenningspunt zou er een koe voor de deur moeten staan. Niemand is er ooit binnen geweest, maar iedereen heeft er van gehoord.

‘Het moet in deze straat zijn’, zegt Bert terwijl hij met kleine oogjes naar de langsschietende kroegen, bordelen en nachtwinkeltjes staart, ‘dat hoorde ik daarnet nog op de Dutch club. De KLM crew drinkt er ook altijd een biertje,’ voegt hij er aan toe. De bakker praat over de vele vakanties die hij samen met zijn vrouw naar de Filipijnen maakte voordat ze zich hier permanent vestigden. ‘…en toen reden we door deze straat en zag ik opeens een koe op de stoep,’ zegt hij hoopvol. ‘Geen echte hoor, van plastic denk ik.’

Niemand weet de naam van de kroeg. De dame van de ambassade spoort de chauffeur aan nog maar een keer te stoppen op een hoek van de straat. waar een groep Filipino’s staat. ‘Ask them about the cow!’ De chauffeur kijkt verbouwereerd en als hij ernaar vraagt lachen ze. Sommigen wijzen ergens heen, maar elk in een andere richting.

Ik ben de enige die in dit deel van de stad woont, erger nog, ik woon zelfs aan het begin van deze straat. Maar ik ben nooit helemaal naar het andere eind gelopen want dat is best ver. Ik ben hier dan ook nooit een koe tegengekomen. ‘Misschien omdat die hem overdag’s binnen zet…’ probeer ik, maar niemand antwoord.

De straat is eenrichtingsverkeer en niemand weet van een kroeg met een Hollandse eigenaar. De chauffeur wil niet meer vragen naar een koe. Iedereen kijkt me vragend aan want ik ben de ‘local’ hier. Wat nu?

Ingang Hobbit House

Ingang Hobbit House

‘Ik weet nog een kroeg met dwergen in deze straat,’ zeg ik. Dit kan de goedkeuring wegdragen. Even later lopen we door een enorme ronde deur van De Hobbit. Een lilliputter rinkelt een belletje en heet ons welkom. Even later worden pullen bier door heel kleine mensen op onze tafel geschoven. Het gezelschap is tevreden. Met zo’n verhaal kun je ook thuiskomen.

Meet the Hobbits

Meet the Hobbits

Categories: Flashback, Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De Jeepney

New York heeft het Vrijheidsbeeld, Parijs de Eiffeltoren en Rotterdam de Euromast. Wereldberoemde steden hebben zo hun eigen iconen. Maar wat heeft Manilla? Ik wandel door de drukke straten van downtown Manilla en dan opeens zie ik het. Het symbool van Manilla is geen beeld of een toren. Het is de Jeepney, het karakteristieke vervoermiddel waar elke dag miljoenen Filipijnen zich door laten vervoeren.

Jeepney

Jeepney

Van de krottenwijk Tondo, tot de wolkenkrabbers in zakenwijk Makati, ze rijden overal. De Jeepney twee lange banken inlengterichting en een open achterzijde die als in- en uitgang dient. Ik spring in de eerste die voorbijkomt. Iedereen zit heug aan meug en ik wring me tussen de reizigers. De banken zijn laag, dus mijn knieën steken wat ongemakkelijk omhoog.

Ik geef tien pesos (15 cent) door aan de dame naast mij, die het op haar beurt weer doorgeeft tot het geld de chauffeur bereikt. Die zit aan het stuur met waaiers bankbiljetten tussen zijn vingers die over de rug van zijn hand flapperen. ‘Aardige vol,’ mompel ik tegen de dame.

‘Als het niet past, is het geen Jeepney, sir’, antwoord ze lachend.

Jeepney chauffeurs zijn berucht want ze rijden uitermate wild en luid toeterend over de weg. Overstekende mensen springen uit de weg als kippen op een erf. Personenauto’s houden veilige afstand om krassen of erger te voorkomen. Brommers proberen uit de rokende walmen van de uitlaat te blijven.

Jeepney

De Jeepney is een overblijfsel van de Amerikanen die na de oorlog het land verlieten en duizenden oude jeeps achterlieten. De Filippino’s gebruikten ze voor openbaar vervoer en na vijftig jaar is het typische jeepachtige uiterlijk nog steeds zichtbaar. Trotse eigenaars geven hun Jeepneys namen, dossen de buitenkant op met chromen platen en slogans en bestemmingen.

Ik kijk uit het open raam en besef dat ik helemaal geen idee heb van waar ik naar toe rij. Ik vraag het maar krijg een antwoord waar ik niet veel mee kan: ‘San Andreas via Padre Freiro’. Daarom zie je maar weinig toeristen in Jeepneys, want niemand begrijpt het systeem.

Ik wil eruit, maar hoe stop ik de Jeepney? De dame naast me ziet wat ik wil en tikt met haar ring een paar keer hard tegen het plafond. ‘Sa tabi lang po’ (stoppen alstublieft) roept ze. De Jeepney stopt abrupt en blokkeert al het verkeer. Ik spring er uit en wandel verder.

IMG_6631

Categories: Ontdekkingen, Steden | Tags: , , , , , , ,

Blog at WordPress.com.