Posts Tagged With: Voetnoot

Corregidor Island – Een Held, een Hippie en de Eer van de Samoerai: Onoda’s lange Oorlog

De skyline van Manila wordt snel kleiner. Ik ben aan boord van een ferry die als een opgevoerde tractor de baai doorploegt. Bestemming: Corrigedor Island, het voormalig fort eiland van de Spanjaarden en sinds 1898 de Amerikanen. De beroemde generaal Douglas MacArthur gebruikte het eiland als geallieerd hoofdkwartier in de Tweede Wereldoorlog. De Amerikanen vertraagden de Japanse opmars maandenlang tot ze op 6 mei 1942 de Slag om Corregidor verloren. Nu is het eiland een openlucht museum over de Pacific War. Het heeft een hotel, maar verder woont er niemand. Het is heilige grond voor de Filippijnen en de Amerikanen na hun overwinning op de Japanners. Aan de Spanjaarden, die er meer dan drie eeuwen de wacht hielden, denkt niemand meer.

Bij aankomst stap ik met J. en de andere passagiers in een wachtende bus. Een vrolijke gids begint uitbundig wetenswaardigheden op te sommen. Ik blijf meteen bij zijn eerste feitje hangen als hij naar het naburige eiland Lubang wijst. “Daar werd in 1974 een Japanse soldaat gevonden die nog in de waan verkeerde dat het oorlog was.”

Zicht op Lubang vanaf Corregidor

Dertig jaar in de jungle…  

Het veroorzaakt een knetterende verbinding tussen een paar geisoleerde hersencellen. Een verre herinnering borrelt op. Als kind zag ik dit op TV. Een oude Japanse soldaat die al jaren een niet bestaande oorlog voert. En hier was het dus gebeurd.

Het verhaal begint in 1970, twee jaar eerder, met de jonge Japanse avonturier, ontdekkingsreiziger en hippie Norio Suzuki. Hij studeert economie maar besluit al gauw iets anders te doen met zijn leven. Hij maakt een wereldreis en als hij terugkeert naar Japan, vindt hij geen rust. Hij wil iets bijzonders doen. Maar wat?

In 1972 leest hij een merkwaardig nieuwsbericht. Twee Japanse keizerlijke soldaten zijn neergeschoten op een Filipijns eiland, nadat ze voedsel stalen en een boerderij in brand staken. Eén is op slag dood, maar de andere, Hiroo Onoda, slaagt er in te ontkomen. De twee hadden in de oorlog deel uitgemaakt van een inlichtingen cel van vier militairen. Een had zich overgegeven in 1949, en in 1954 werd een ander door de lokale politie doodgeschoten.

Suzuki legt de krant terzijde en verkondigt trots aan familie en vrienden dat hij Onoda terug gaat halen naar japan. En dat is niet alles. Daarna zal hij de waarschijnlijk uitgestorven reuzenpanda vinden, om daarna het bestaan van de Verschrikkelijke Sneeuwman te bewijzen.

Wow…  

In 1974 vertrekt hij op zijn 3-traps expeditie. Wat niemand gelukt is, lukt Suzuki in nog geen week tijd. Hij vindt de schuilplaats van de verstokte soldaat, maar ook de loop van zijn geweer. Recht onder zijn neus.

Suzuki laat zich niet zomaar wegjagen. Hij spreekt hem aan in het Japans: “Onoda-san, de keizer en het volk van Japan maken zich zorgen om je.” Later herinnert Onoda zich het voorval nog levendig. “Deze hippiejongen Suzuki kwam naar het eiland om naar de gevoelens van een keizerlijk soldaat te luisteren. Hij vroeg me waarom ik niet terug naar Japan wilde komen. Wel, ik geloofde hem niet. Ik wist zeker dat de oorlog nog gaande was want ik zag regelmatig Amerikaanse bommenwerpers overvliegen.” Maar die bleken actief in andere oorlogen, namelijk de Koreaanse oorlog in de jaren vijftig, en de oorlog in Vietnam in de jaren zestig en zeventig.

Snapshot van Suzuki met Onoda

Onoda weigert zich over te geven. “Ik ben een soldaat en blijf trouw aan mijn plichten.” Onoda stamde uit een Samoerai familie met een sterk eergevoel. Voor vertrek naar het slagveld ontving hij van zijn moeder een dolk om zelfmoord te plegen als hij gevangen werd genomen. Zo ging dat dus in die tijd… Hij bleef waar hij was, maar liet Suzuki toch gaan. Die beloofde terug te komen met bewijs dat de oorlog afgelopen was. 

Suzuki waarschuwt de Japanse ambassadeur, die in Tokyo snel een drietal oude strijdmakkers van Onoda laat optrommelen. Bij de rand van de jungle, waar Suzuki de oude soldaat eerder had ontmoet, zingen de veteranen uit volle borst een aantal strijdliederen. Daarna draaien ze een bandopname af met een smeekbede van Onoda’s inmiddels 86-jarige moeder. „Jongen, kom alsjeblieft thuis nu ik nog leef.”

Maar Onoda blijft in het oerwoud. Hij roept dat alleen zijn officier Taniguchi hem daartoe opdracht kan geven. Deze inmiddels hoogbejaarde majoor wordt opgespoord en gevonden in een stoffige boekhandel. De ex-majoor had inderdaad de toen 21-jarige Onoda, na zijn opleiding op het befaamde Nakano spionageinstituut, met zijn drie inmiddels overleden kameraden naar Lubang gestuurd voor inlichtingen operaties. Taniguchi had ze bevolen hun missie voort te zetten en zich nooit over te geven. Zelfs niet als de Japanse troepen werden verslagen.  

Ook Taniguchi verschijnt met een loudhailer op het strand. Achter hem staat een delegatie waaronder de ambassadeur en een Filipijnse generaal. De oude majoor beveelt Onoda zich te melden bij zijn commandant. Onverwijld! Hiroo hoort het aan vanuit zijn schuilplaats, een tentje van bijeengeraapte rommel. Hij inspecteert zijn Arisaka 99 geweer, trekt zijn laarzen aan en steekt zijn katana aan zijn zijde. In een gescheurd en tot de draad versleten militair tenue marcheert Onoda het strand op en meldt zich af bij zijn meerdere. De majoor maakt aan alle twijfel een einde en neemt zijn geweer in beslag.

De Japanse ambassadeur deelt hem mee dat de oorlog ‘al enige tijd’ ten einde is. In Manilla overhandigt Onoda op plechtige wijze zijn katana zwaard aan President Marcos, die hem toefluistert dat hij hem gratie verleend. De bewoners van Lubang zijn niet gelukkig met deze gang van zaken. De vier Japanse soldaten hebben over de jaren meer dan 30 eilandgenoten gedood. In vredestijd nota bene. Marcos wuift dat weg – de Japans-Filipijnse samenwerking heeft prioriteit – en verleent pardon. De president gaat op de foto met een broederlijke arm over de schouders van Onoda. In Japan stijgt de populariteit van beide heren ongekend.

In Tokyo wordt hij als een oorlogsheld binnengehaald door duizenden landgenoten. Maar het komt niet meer goed tussen Japan en Onoda. Zijn land is veranderd. Hij voelt zich als een beest in de dierentuin. Overal wordt hij aangestaard, aangesproken en soms zelfs uitgelachen. Van een tropisch oerwoud was hij terecht gekomen in een jungle van koud asfalt. Binnen een jaar vertrekt hij naar Brazilië, ondanks dat hij tientallen huwelijksaanzoeken ontvangt.

“Japanners vonden me egoïstisch. Meer dan dertig jaar had ik mijn land gediend, maar sinds 1945 nooit enig salaris of een nabetaling van m’n regering gekregen. Ik had geen geld, geen werk, geen inkomen.” Binnen vijf jaar stampt Onoda een boerderij met vierhonderd koeien uit de Braziliaanse klei. Het klimaat is vergelijkbaar met dat van de Filippijnen. Hier voelt hij zich thuis. Onoda sterft in 2014, op 92-jarige leeftijd, tijdens een bezoek aan Japan. Dat wel.

Maar hoe liep het af met Suzuki?

Nadat hij Onoda had gevonden, ging hij op zijn volgende missie. In een verlaten berggebied in China vindt hij inderdaad de nagenoeg uitgestorven reuzepanda. Maar dat hadden de Chinezen zelf ook al gedaan. Toch streept hij die tevreden van zijn bucketlist. Hij beschouwt het als een opwarmer voor het echte werk: het vinden van de Verschrikkelijke Sneeuwman.

In juli 1975 beweert hij de legendarische yeti van een afstand gezien te hebben tijdens een expeditie in het Dhaulagiri- gebergte. Dan blijft het lange tijd stil. In 1987 komt hij weer in het nieuws. Zijn lichaam is gevonden op een berghelling in de Himalaya. Hij is bedolven onder een lawine tijdens een van zijn vele zoektochten…

De bus arriveert op de verlaten Amerikaanse legerbasis in het centrum van het eiland, waar een handvol vreemde verhalen mij opwachten.

Generaal Douglas MacArthur’s beroemde woorden:
I Shall Return

Categories: Gadgets | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
 
 

Ontdek de verborgen geschiedenis van Teddyberen en hun wereldwijde invloed

Na jaren in het buitenland gewoond te hebben, bezocht ik een enorm kleurloos gebouw in een grauw industriegebied in Rotterdam. Op deze plek lagen al die tijd mijn persoonlijke spullen opgeslagen. Ik had alleen een sleutel en een pincode om binnen te komen. En dat was nodig ook, want er was in geen velden of wegen iemand te bekennen. Het leek een 24/7 onbemand, maar streng bewaakt fort. Het was avond en stil.

Eng.

Ik reed door tot aan het hek en voelde me bespied door de vele camera’s. Ergens hield iemand me in de gaten. Op een klein toetsenbord typte ik de code in en waarachtig; het hek verdween langzaam in de muur. Voor me sprong een licht op groen. Ik mocht doorrijden.

Binnen parkeerde ik mijn auto in een centrale plaats.  Elke hoek en zijde zag ik gangen die in de duisternis verdwenen. Voor mij stond een rij in elkaar geschoven karren voor het vervoer van een partij dozen of meubels. Ik pakte er een en ging op weg naar box 215, het nummer dat op mijn sleutel stond. Ik duwde de kar voor me uit door een nauwe, onverlichte gang, waar lampen pas aan knipperden als ik er onder liep, om dan achter mij weer net zo snel te doven. Het was stil.

Onheilspellend stil.

Alle muren waren van beton, de vloerplaten van ijzeren roosters. Elke deur was voorzien van een nummer. Als in een gevangenis. De sleutel paste op deur 215, die luid open klapte. Metaal op metaal echode steeds verder weg door de donkere gangen.

In de kleine opslag stonden mijn verhuisdozen tot aan het plafond opgestapeld. In een hoek stonden nog een fiets, een fitness apparaat en een bureaustoel. Het voelde als een aflevering van Storage Wars, waar de inhoud van opslagruimtes worden geveild omdat de eigenaar de huur niet meer betaald, of spoorloos verdwenen is. De veilingmeester knipt het slot door en de opkopers mogen een zuinige blik naar binnen werpen om een volledig uit de lucht gegrepen schatting van de waarde te maken. De bieders zoeken naar aanwijzingen die duiden op een verborgen schat aan waardevolle artefacten. Hun ogen scannen de dozen als een metaaldetector waarna het onderbuikgevoel ze een maximum bod ingeeft. Meestal komt er alleen maar ouwe rotzooi uit.  

In mijn dozen zaten voornamelijk boeken, uit de tijd geraakte DVD’s en CD’s, decoraties en vergeten dingen uit een ver verleden. Ik had me voorgenomen elke dag een stuk of acht dozen mee te nemen en deze thuis uit te pakken, te beoordelen en vervolgens te verkopen, weg te gooien, of nog langer te bewaren. Ik plaatste de eerste loodzware dozen vol boeken op de kar. De volgende doos was onverwacht licht waardoor ik bijna omtuimelde. Ik opende de flappen en zag een doos vol jeugdherinneringen. Honderden plastic soldaatjes in sigarendozen van een niet langer bestaand merk, een paar zakken knikkers, een stapel schriften, schoolrapporten en fotomapjes.  En daar, tegen de kartonnen wand geklemd, herkende ik hem.

Ted.

Mijn Teddybeer.

Voorzichtig pakte ik hem eruit. Hij was kleiner dan ik dacht, nog geen 15 centimeter groot. De ooit zo zachte goudgele pluchen vacht was nu wat stekelig. Op sommige plekken was de stof versleten. Teds neus en mond waren geborduurd met een zwarte draad, waaruit een stukje rode stof als zijn tong naar buiten stak. Zijn oren waren duidelijk herkenbaar, maar zijn ogen zag ik niet. De bruine kraaltjes hadden losgelaten. Maar al met al had Ted nog steeds die vertrouwde vriendelijke uitstraling. Zijn korte ledematen waren nog steeds flexibel. Hij kon staan en zitten.

‘Zo Ted,’ sprak ik hardop. ‘Hoe gaat het met jou?’

Ted zij niets. Een vreemd gevoel maakte zich van mij meester. Ik keek even de gang in.

Niemand.

‘Sorry dat ik je al die jaren in een oude doos heb laten zitten.’

Het kwam helemaal vanzelf, die zin. En ik meende het. Deze knuffel was mijn eerste bezit. Volgens de overlevering had ik hem gehad van een collega van mijn vader ter gelegenheid van mijn geboorte. Ted was dus net zo oud als ik. Lang was ik er van overtuigd dat hij naar mij vernoemd was, want al mijn buurtvriendjes noemden mij van kinds af aan Tet. Met een T. Dat was mijn bijnaam, afgeleid van mijn achternaam. Inmiddels weet ik beter. Ted was een afgeleide van Teddybeer. Ik had hem zelf dus Ted genoemd.

Maar waar komt de naam Teddybeer eigenlijk vandaan?

Dat zocht ik thuis uit. En het bleek een bijzonder verhaal.

Het begon in het jaar 1902 in Amerika, in de zuidelijke staten Louisiana en Mississippi. Hier was President Theodore Roosevelt stralend middelpunt van een meerdaagse jachtexcursie. Het sjieke gezelschap zat niet zomaar achter wat wild aan. Nee. Roosevelt zocht groot wild in zijn vizier.

Een zwarte beer.

Het verhaal gaat dat de president boos was, omdat het hem niet lukte om met succes een beer te schieten. De reden daarvan wordt nergens specifiek genoemd. Bleven de beren uit de weg van het luide gezelschap, of was de president onhandig en kon hij niet goed overweg met een geweer? Of schoot hij steeds mis omdat hij niet dichterbij durfde te komen? De bronnen reppen er niet over. Maar nadat de laatste en vijfde dag op zijn einde liep, had hij nog steeds geen beer geschoten. En toch had de president wellicht graag een kop van een opgezette beer aan de muur van het Oval Office willen hangen. Met daaronder een foto van hem met één voet dapper op het wilde beest, het geweer losjes in zijn handen en een pijpje puffend in zijn mond.

Zijn jachtgenoten wilden hem blijkbaar niet zonder die trofee weg laten gaan. En dus had de organisatie van de jachtpartij een zwarte beer met een touw aan een boom gebonden. Ze nodigden vervolgens de president uit om de beer op point blank te executeren. Maar dat vond Roosevelt te gortig. Of te laf. Hij gaf opdracht de beer los te laten. Dus die foto, die kwam er nooit. En die trofee ook niet.

Maar het verhaal kreeg een staartje. Waarschijnlijk door razende reporters die – ook toen al – als paparazzi met een bloknootje in de struiken lagen om een glimp van de president op te vangen. Daags na de jacht verscheen in de Washington Post een spotprentvan Cartoonist Clifford Berryman. Hij tekende Roosevelt in een ranger uniform, met zijn geweer leunend op de grond. Achter hem staat een soldaat die met een stuk touw een bange zwarte beer in bedwang houdt. Naast de president staat geschreven: “Drawing the line in Mississippi.” Het werd een beroemde prent in Amerika. En de president kwam er goed mee weg.

Het inspireerde het uit Rusland afkomstige echtpaar Morris en Rose Michtom, die in Brooklyn, New York een snoepwinkeltje runden, om een speelgoedbeer te maken. Morris noemde het Teddy’s Bear, naar de bijnaam van de president. Teddy, kort voor Theodore. Om de hoogste baas van Amerika niet voor het hoofd te stoten, stuurde Morris een persoonlijke brief naar de president om toestemming te vragen. Die vond het een prima idee. En zo ontstond de Teddybeer. De Michtoms konden al snel niet meer tegen de vraag opboksen. Ze gooiden het snoep uit de winkel, en begonnen een naaiatelier. Vanaf dat moment werd er nog maar één product gemaakt.

Teddyberen.

Maar zoals vaker met uitvindingen, vond tegelijkertijd elders in de wereld hetzelfde plaats. In hetzelfde jaar – 1902 – begon Margarete Steiff, een naaister met een klein speelgoedbedrijf in Duitsland, ook met het produceren van speelgoedberen. Samen met de Michtons ontketenden zij een ware knuffelrevolutie dat leidde tot het beroemdste speelgoed ooit. Massaproductie.

Teddyberen werden zachter en schattiger. Het stroeve houtwol vervangen voor flexibele synthetische vullingen. De beren kregen beweegbare ledematen, en werden voorzien van ingebouwde muziekdozen, en later door mini grammofoons waardoor ze ook nog konden praten.Beroemde beren als Winnie de Poeh en Paddington versterkten de rage. Inmiddels eiste elk kind een Teddybeer, want stond dat niet garant voor een zorgeloze jeugd?

Nee. Niet altijd, weet ik uit eigen ervaring. Ik deelde bed, lief en leed met Ted. Ik vertrouwde hem mijn diepste geheimen toe. Maar zorgeloos? Als kind leefde ik vaak op gespannen voet met mijn middelste broer. Die pestte mij. Of ik lokte het uit. Hoe dan ook, de precieze aanleiding weet ik niet meer, maar op een kwade dag kwam mijn broer vertoornt mijn kamer binnen. Hij trok Ted van de beddenkast en draaide voor mijn ogen zijn kop van zijn pluchen lichaam af. Met een sardonische blik gooide hij de beide stukken van Ted voor mijn voeten en vertrok lachend. Ik barste in tranen uit en pakte de overblijfselen van mijn knuffel met trillende handen bijeen. Teddy was niet meer.

Hij was dood.

Of toch niet?

Ik besloot tot een dramatische reddingsactie. Ik stormde de kamer uit en pakte uit de naaimachine van mijn moeder naald en draad. Met grove steken zette ik zijn hoofd terug op zijn romp. En goed ook, want het heeft nooit meer losgelaten. Even leefde de oude vriendschap weer op. We waren weer een team!

Maar naarmate de jaren verstreken, verdween Ted uit beeld. Letterlijk. Ik vergat van zijn bestaan. Tot dat moment in de opslag.

De opmars van de Teddybeer in de 20e eeuw ging onverminderd door. Het speelgoed kreeg een troostende reputatie. Kijk maar bij gedenkplaatsen waar een kind is omgekomen, of waar onschuldige slachtoffers zijn gevallen. Daar worden teddyberen in grote getalen achtergelaten als teken van rouw en medeleven. Na de ramp met de Titanic verkocht Margarete Steiff 600 Teddyberen voor het goede doel. Deze versie staat bekend als de Steiff Titanic Teddy Bear. Onlangs kwam er een onder de hamer en tikte $130,000 af! Reden genoeg om die oude knuffels van je grootvader eens wat nader te bestuderen, want veel speelgoedberen worden van generatie op generatie doorgegeven. Maar het kan nog gekker. In 2000 wisselde een Teddy Bear van Steiff, gemaakt in samenwerking met Louis Vuitton voor $2.1 miljoen van eigenaar. De koper was de bekende Koreaanse verzamelaar Jessie Kim, die het voor zijn Teddy Bear Museum aanschafte. Inmiddels zijn er meer dan tien Teddy Bear Museums in de wereld. Uiteraard een in New York en een in Duitsland, maar ook Rusland, Thailand, Japan, en Maleisië kennen hun eigen knuffelberen museum.

Maar het meest opvallende verschijnsel is zonder twijfel de Teddy Bear Toss. Fans van het ijshockeyteam Hershey Bears – de naam zegt al genoeg – gooien massaal teddyberen op het ijs als hun team het eerste doelpunt scoort bij een thuiswedstrijd. De vaak tienduizenden teddyberen – u leest het goed ja – die zo naar beneden komen, worden verzameld en gedoneerd aan kinderziekenhuizen om troost te bieden. Begin 2024 werd een nieuw wereldrecord gebroken met maar liefst 74,599 knuffels op het ijs. Het heeft de wedstrijd wel enigszins opgehouden, maar goed, het is voor het goede doel. Als je het niet gelooft, bekijk dan de beelden hieronder maar eens.

Ik kon het niet laten om mijn teddybeer toch even door de google image zoeker te halen om te zien of de gever toevallig toch een zeldzaam exemplaar aan mij had gegeven. Maar dat bleek niet zo te zijn. Inmiddels meer dan een halve eeuw oud is Ted wel vintage, net als ik. En dus zitten we weer samen. Ik schrijf wat, hij zit leunend tegen mijn computerscherm. Praten doen we niet, dertig jaar eenzame opsluiting in een schoenendoos doet je wel wat natuurlijk. Maar we begrijpen elkaar wel, zoals dat vaak gaat met oude vrienden.

Categories: @tetroberts, humor, Ontdekkingen, Reizen | Tags: , , , , , , , , , , ,

The Big Durian

Continue reading

Categories: @tetroberts, Jakarta, Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , ,

‘Together’ in Dubai

Together in Dubai

Together achter de Burj Khalifa

Noem een stad in Nederland waar geen beeld staat van een lokale held, schrijver of politicus. Zo af en toe schijnen er burgemeesters, kunstenaars en historische verenigingen bij elkaar te komen om een prominent die zijn of haar sporen voor de lokale gemeenschap verdiend heeft, in brons te gieten of uit steen te hakken.

Door de eeuwen heen zijn zo pleinen en winkelcentra netjes opgevuld met standbeelden, al dan niet te paard gezeten. En niet alleen in Holland. Het gebeurd in heel Europa, Amerika, Afrika en Azië.

Maar niet in Dubai dus. Ik heb zo ongeveer alle hoeken van de stad gezien maar nooit iemand op een sokkel gevonden. Zelfs niet de vader van de Emiraten, Sheik Zayed. Wel abstracte vormen en gigantische theepotten of olielampen, maar nooit ook maar iets in de vorm van een mens.

Dit is – denk ik – omdat het in de moslim cultuur ‘note done’ is om de Profeet af te beelden, en voor het gemak dus ook maar geen Andere Grote Leiders uitgezonderd dictators als Khadafi en Saddam, die hele steden met hun evenbeeld bezaaid hebben, liefst om elke hoek.

Together in Dubai

Together naast de metro

Ik was dan ook hoogst verbaasd in mijn laatste dagen in de emiraten plots twee imposante beelden te vinden, verscholen tussen de achterzijde van de Dubai Mall, een metro lijn en een dode hoek van de Burj Khalifa.Ik moest dan ook aardig wat moeite doen om er te voet te komen, want parkeren in de nabijheid was geen optie.

Eenmaal ter plaatse reikten ze wel vier meter hoog, gehouwen uit zwart graniet en wit marmer. Op de achterzijde van de gezamenlijke sokkel vond ik een bescheiden plaatje met daarop ‘Together’ genoteerd. De beelden blijken van de hand van ene Lufti Romhmein, uit Syrië. Mooi werk, eerlijk gezegd. Ze passen prima in deze woestijnstad, maar hadden beter tot hun recht gekomen ergens bij de fonteinen van Burj Dubai, waar de vele toeristen ze zouden kunnen bewonderen, en zien dat het met de gelijkheid van man en vrouw in Dubai nog lang niet zo slecht gesteld is.

Categories: Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Standbeelden, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Taxi Manilla

Taxi of Jeepney?

Taxi of Jeepney?

Tientallen taxi’s zoeven voorbij over Kalaw street, maar geen enkele taxi lijkt vrij. Het is niet gemakkelijk in Manilla een taxi te scoren tijdens de avondspits. Ik krijg bijna kramp in mijn schouder van het zwaaien als er een taxi stopt. Ik stap in maar de chauffeur rijd niet weg. ‘Where to?’

‘Makati,’ antwoord ik.  ‘Sorry too far sir, I can’t go there.’

De aanhouder wint ditmaal niet en even later sta ik weer op straat. Het duurt even voor een tweede taxi stopt, ik spreek de chauffeur eerst maar door het zijraam aan.

‘Makati?’ lacht de chauffeur. ‘Too much traffic, sir, dat duurt me te lang.’

Met een Jeepney weet ik niet hoe daar te komen. Een derde taxi stopt na een poosje wachten. Ik neem gelijk het initiatief.

‘Ik weet dat het ver is en dat het druk is, Kuya, maar ik betaal je goed hoor. Zet je meter maar vast uit dan maken we een prijs,’ zeg ik met mijn portemonnee in mijn hand. ‘Ik moet naar Makati.’

De taxi chauffeur kijkt me nonchalant aan.

‘Makati?, vraagt hij met opgetrokken wenkbrauwen. ‘Man, daar heb ik even helemaal geen zin in.’

Verbaasd blijf ik achter. Vanavond blijf ik maar gewoon thuis, om een blog te schrijven ofzo…

images

 

Categories: Observaties, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , ,

De Wereldbol

Image

Ik ben een groot liefhebber van atlassen en alles waarop wegen, eilanden en onuitspreekbare plaatsen staan aangegeven. De wereld is groot, en ik moet nog vele wegen volgen.

In Manilla ben ik al enige tijd op zoek naar een geschikte wereldbol. Die laat ik graag draaien in mijn hand, dat geeft iets van overzicht. Ineens zie ik ze staan. In een vitrine van Jade’s bookstore staat onze planeet aarde in verschillende soorten en maten: geografisch, staatkundig, met of zonder zeestromen. ‘Mag ik die even zien,’ vraag ik het meisje dat me besluit te helpen. Op haar naamplaatje staat Jam. ‘U ziet hem toch sir,’ antwoord ze bijdehand.

‘Maar ik moet weten of die goed ronddraait.’ Ik zeg er niet bij dat ik dan ineens stevig mijn vinger tegen de draaiende bol duw om te zien waar ik beland ben. Dat doe ik graag. Dan bedenk ik me hoe het daar zou zijn. Zelf op de Stille Oceaan stuit je altijd wel op een eilandje. Daar wil ik dan ineens naar toe.

De vitrine blijkt op slot. Jam gaat op zoek naar het sleuteltje maar van de sleutelbos waar ze mee terugkomt past er geen een. Dan komt de chef. Op zijn naambordje staat Beethoven. Ik vind dat een typische naam. Hij probeert het hele sleutelbosje nogmaals uit, maar kan Jam niet verbeteren.

‘In Nederland bewaren ze vitrine sleutels in de kassa,’ zeg ik. Beethoven en Jam controleren dat beide, maar het leidt tot niets. Ik heb inmiddels besloten dat ik de wereldbol wil hebben. Dat heb ik altijd als iets onbereikbaar wordt. ‘Wat kost die eigenlijk?’ vraag ik. ‘Dat staat aan de onderkant,’ zegt Jam.

Ik verlaat Jade’s Bookstore met lege handen terwijl Beethoven alle  medewerkers aan het zoeken zet.

Een paar weken later loop ik met twee boodschappen tassen voorbij als ineens Jam me op straat aanroept. ‘We hebben de sleutel gevonden!’ zegt ze met een lach. ‘Hij lag bovenop de vitrine.’ Dat ik daar niet aan gedacht heb. Ik koop de globe en een medewerker van Jade’s bookstore loopt met de wereld achter me aan tot ik thuis ben.

Even later zit ik op de bank met de globe op mijn schoot. Ik geef er een enorme draai aan en kijk verwonderd naar hoe de wereld in mijn handen rondtolt. Dan stop ik hem abrupt met mijn vinger. Volgend jaar ga ik  naar Nederland!

Categories: Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , ,

De Koe van Manilla

Ik zit in een taxi met drie aangeschoten Hollanders die ik amper een uur geleden heb leren kennen. Een bakker uit Stampersgat, een dame van de ambassade, en de enige wiens naam die ik onthouden heb; Bert, beroep onbekend. We rijden door Old Manilla, over de Del Pillar street. We zijn op zoek naar een cafe van een Hollander. Als herkenningspunt zou er een koe voor de deur moeten staan. Niemand is er ooit binnen geweest, maar iedereen heeft er van gehoord.

‘Het moet in deze straat zijn’, zegt Bert terwijl hij met kleine oogjes naar de langsschietende kroegen, bordelen en nachtwinkeltjes staart, ‘dat hoorde ik daarnet nog op de Dutch club. De KLM crew drinkt er ook altijd een biertje,’ voegt hij er aan toe. De bakker praat over de vele vakanties die hij samen met zijn vrouw naar de Filipijnen maakte voordat ze zich hier permanent vestigden. ‘…en toen reden we door deze straat en zag ik opeens een koe op de stoep,’ zegt hij hoopvol. ‘Geen echte hoor, van plastic denk ik.’

Niemand weet de naam van de kroeg. De dame van de ambassade spoort de chauffeur aan nog maar een keer te stoppen op een hoek van de straat. waar een groep Filipino’s staat. ‘Ask them about the cow!’ De chauffeur kijkt verbouwereerd en als hij ernaar vraagt lachen ze. Sommigen wijzen ergens heen, maar elk in een andere richting.

Ik ben de enige die in dit deel van de stad woont, erger nog, ik woon zelfs aan het begin van deze straat. Maar ik ben nooit helemaal naar het andere eind gelopen want dat is best ver. Ik ben hier dan ook nooit een koe tegengekomen. ‘Misschien omdat die hem overdag’s binnen zet…’ probeer ik, maar niemand antwoord.

De straat is eenrichtingsverkeer en niemand weet van een kroeg met een Hollandse eigenaar. De chauffeur wil niet meer vragen naar een koe. Iedereen kijkt me vragend aan want ik ben de ‘local’ hier. Wat nu?

Ingang Hobbit House

Ingang Hobbit House

‘Ik weet nog een kroeg met dwergen in deze straat,’ zeg ik. Dit kan de goedkeuring wegdragen. Even later lopen we door een enorme ronde deur van De Hobbit. Een lilliputter rinkelt een belletje en heet ons welkom. Even later worden pullen bier door heel kleine mensen op onze tafel geschoven. Het gezelschap is tevreden. Met zo’n verhaal kun je ook thuiskomen.

Meet the Hobbits

Meet the Hobbits

Categories: Flashback, Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De Jeepney

New York heeft het Vrijheidsbeeld, Parijs de Eiffeltoren en Rotterdam de Euromast. Wereldberoemde steden hebben zo hun eigen iconen. Maar wat heeft Manilla? Ik wandel door de drukke straten van downtown Manilla en dan opeens zie ik het. Het symbool van Manilla is geen beeld of een toren. Het is de Jeepney, het karakteristieke vervoermiddel waar elke dag miljoenen Filipijnen zich door laten vervoeren.

Jeepney

Jeepney

Van de krottenwijk Tondo, tot de wolkenkrabbers in zakenwijk Makati, ze rijden overal. De Jeepney twee lange banken inlengterichting en een open achterzijde die als in- en uitgang dient. Ik spring in de eerste die voorbijkomt. Iedereen zit heug aan meug en ik wring me tussen de reizigers. De banken zijn laag, dus mijn knieën steken wat ongemakkelijk omhoog.

Ik geef tien pesos (15 cent) door aan de dame naast mij, die het op haar beurt weer doorgeeft tot het geld de chauffeur bereikt. Die zit aan het stuur met waaiers bankbiljetten tussen zijn vingers die over de rug van zijn hand flapperen. ‘Aardige vol,’ mompel ik tegen de dame.

‘Als het niet past, is het geen Jeepney, sir’, antwoord ze lachend.

Jeepney chauffeurs zijn berucht want ze rijden uitermate wild en luid toeterend over de weg. Overstekende mensen springen uit de weg als kippen op een erf. Personenauto’s houden veilige afstand om krassen of erger te voorkomen. Brommers proberen uit de rokende walmen van de uitlaat te blijven.

Jeepney

De Jeepney is een overblijfsel van de Amerikanen die na de oorlog het land verlieten en duizenden oude jeeps achterlieten. De Filippino’s gebruikten ze voor openbaar vervoer en na vijftig jaar is het typische jeepachtige uiterlijk nog steeds zichtbaar. Trotse eigenaars geven hun Jeepneys namen, dossen de buitenkant op met chromen platen en slogans en bestemmingen.

Ik kijk uit het open raam en besef dat ik helemaal geen idee heb van waar ik naar toe rij. Ik vraag het maar krijg een antwoord waar ik niet veel mee kan: ‘San Andreas via Padre Freiro’. Daarom zie je maar weinig toeristen in Jeepneys, want niemand begrijpt het systeem.

Ik wil eruit, maar hoe stop ik de Jeepney? De dame naast me ziet wat ik wil en tikt met haar ring een paar keer hard tegen het plafond. ‘Sa tabi lang po’ (stoppen alstublieft) roept ze. De Jeepney stopt abrupt en blokkeert al het verkeer. Ik spring er uit en wandel verder.

IMG_6631

Categories: Ontdekkingen, Steden | Tags: , , , , , , ,

Falcon City of Wonders

Vandaag wandelde ik door de decadent grote Mall of  Emirates langs een muur van ruggen en molenwiekende armen. Dit trok uiteraard mijn aandacht. Een groep omstanders verdrong elkaar rondom een enorme maquette van het nieuwste project dat in Dubai in volle gang is. Falcon City. 

Een sales dame in strakke zwarte jurk, hoge hakken en een clipboard in de aanslag vroeg me of ik geintereseerd was in Falcon City properties. ‘Jazeker,’ antwoorde ik naar alle eerlijkheid. Hier zat tenslotte een voetnootje in.

Image

Ze bracht me naar een voor potentiële klanten vrijgehouden verhoogde zijde van de maquette. In een riante stoel met een kopje koffie zat ik als een Romeinse keizer te staren naar de wonderen van dit 3,7 miljoen vierkante meter grote stadsdeel in de vorm van een valk. Ik besefte dat de financiële crisis in dit deel van de wereld definitief over was. 

De dame somde met de geforceerde lach van een schoonzwemster de ‘special features’ van het project op. Zo te horen had ze dat al een paar honderd keer gedaan. 

‘Helemaal centraal ziet u de Dubai Eiffeltoren, hoger dan het origineel! En daar het colosseum, waarin autoraces en sport evenementen worden gehouden, overigens met twee keer zoveel zitplaatsen dan die in Rome. Het ligt naast een stukje Venetië inclusief kanalen die leiden naar de Taj Arabia, een exacte kopie van de Taj Mahal. Dat wordt een hotel van 1 miljard dollar meneer, en ook nog eens vier keer groter dan het origineel’.

Ze pauzeerde even zodat ik dit allemaal kon verwerken. 

Image

‘Ziet u hier de drie nieuwe piramiden  van Dubai?. Ik voelde hem aankomen. ‘Hoger dan in Egypte. En daar zijn de Hangende tuinen van Babylon. Niemand weet hoe ze er echt uitgezien hebben, meneer, dus hier heeft de project ontwikkelaar zijn eigen fantasie gebruikt.’ Ze keek me indringend aan. ‘Ongelooflijk,’ zei ik, doelend op die laatste mededeling. 

Nu begon de dame een selectie mappen van vila’s en appartementen op tafel te leggen. Ik liet mijn blik over Falcon City glijden en spotte de Big Ben, de Toren van Pisa, ‘schever?!’ en tot slot nog een werkende vulkaan, de vuurtoren van Alexandrië en een stukje Chinese muur van slechts 2 kilometer om overheen te joggen.

Image

‘Zo’, zei de dame met de zwarte jurk, ‘heeft u nog vragen voor ik u de huizen laat zien?’ Ik bleef even staren over de maquette en vroeg haar ‘…en waar is de Euromast?’ Terwijl de dame begon te bladeren in een enorme map, wandelde ik verder door de mall, dagdromend van hoe het zou zijn om rond te wandelen in Falcon City, het Madurodam van de wereld, maar dan in een veel grotere schaal dan de originele bouwwerken. 

http://www.youtube.com/watch?v=_6dnyGv0TVY

Categories: Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

Wandeling door Fort Jesus, Kenya

Naast ‘havenman’ ben ik ook een groot bewonderaar van kastelen, forten en vestingen. Dat komt vooral uit mijn jeugd waar ik niets mooier vond dan het bouwen van (zand)kastelen, Playmobiel en Lego kastelen en ‘s nachts in mijn bed vooral ook luchtkastelen. Als ik in de gelegenheid ben om kastelen te bezoeken laat ik dat niet na, en vooral in Afrika liggen ze er vaak fantastisch bij. Zo ook Fort Jesus in Mombasa, Kenya.

Voetballen voor de kasteel muren van Fort jesus

Voetballen voor de kasteel muren van Fort jesus

Tegenwoordig bouwen we een kade, zetten een paar kranen neer en lossen en laden maar. In vroeger tijden was het verstandiger eerst een fort te bouwen, en dan pas een paar pakhuizen te bouwen binnen kanonschot afstand. Dit kasteel is het meest volledige en best bewaarde 16e eeuwse Portugese fort buiten Portugal zelf.

Mombassa is sinds oudsher een van de belangrijkste handelssteden van Oost Afrika

Mombassa is sinds oudsher een van de belangrijkste handelssteden van Oost Afrika

Ik kan uren ronddwalen door een fort van deze omvang en mijn gedachten laten gaan. Maar ik was met een klein internationaal gezelschap uit Holland, Jordanië, Liberia, Zuid Afrika en Tunesië… Doorlopen dus.

Ahmed, Johan, Anthony, ik, Soumaya en Zayd

Ahmed, Johan, Anthony, ik, Soumaya en Zayd

Ondertussen vond ik een winkeltje naast de binnenplaats en ditmaal was ik steevast van plan om iets te kopen. Mombasa is eenplaats waar veel geschilderd wordt en dus een schilderij zou het zijn. Tot mijn verbazing geen onderhandelen hier, de verkoper bleef volhouden aan de vaste prijs die de kunstenaar vastgesteld had – zelfs toen ik wegliep. Dat was wat lullig, want ik stond zelfs even om de hoek te wachten met het laatste bod cash in handen… waiting in vain… Vrolijk kwam ik terug de winkel in. ‘Ik heb het bij elkaar geschraapt, hoor’.

Verkocht! - een drieluik van de schilder T.Kim'z

Verkocht! – een drieluik van de schilder T.Kim’z

Even zoeken naar de wandelgenoten – die hadden inmiddels het kleine museum op de binnenplaats al bezocht met de gids, wiens interessante anekdotes allemaal moest missen, maar Johan praatte me bij… “Het fort is in de vorm van een menselijk lichaam gebouwd, de Omaanse sultan veroverde het op de Portugezen, en verloren het weer aan de Britten, die het uiteindelijk weer overdroegen aan de Kenyanen zelf, het is sinds vorig jaar een beschermede UNESCO site”.

Boeg van een oorlogsschip...

Boeg van een oorlogsschip…

“Dat? dat is een houten boeg hier in de erker, dat was zo gevormd zodat ze konden herkennen dat het een vriendschappelijk of vijandelijk schip was…”  Ik geloof er geen bal van, zeg ik, allereerst is het veel te klein om van grote afstand te zien, en je kunt dan toch ook gewoon zien of er bekenden in de boot zitten? “ja, ehhh, vraag het me dan niet!”.   

Ik kon het niet nalaten om een Keniaas bankbiljet in deze box te posten...

Wat klopt hier niet? *

Fort Jesus ligt in een prachtige omgeving aan de baai. We naderen de uitgang aan de zeezijde, waar de sloepen aan wal gingen om lading te lossen en laden voor de zeeschepen. Nu is het tijd om de naastliggende oude stad van Mombasa zelf een bezoek te brengen.

Binnenplaats van Fort Jesus

Binnenplaats van Fort Jesus

Zeepoort van het fort

Zeepoort van het fort

Uitzicht op de zijzijde van Fort Jesus

Uitzicht op de zijzijde van Fort Jesus

*Voetnoot – er zit geen opening in de Anti Corruption Suggestion Box…

Categories: Fotografie, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , , , , ,

Blog at WordPress.com.