Wanhoop niet, Jan Pieterszoon Coen

Het zit dus zo. Twintig jaar geleden reisde ik als backpacker van Jakarta naar Bali. Halverwege in Bogor (Buitenzorg) zag ik een wayang poppenspel. Zeg maar de Indonesische versie van Jan Klaassen. Ik leerde toen dat in dit schaduw spel ook een Hollander voorkomt, namelijk JP Coen als een van de ultieme slechteriken. Hij heeft dus indruk gemaakt.Dit weekend bezocht ik het Wayang poppenmuseum in oud Jakarta. Dit gebouw staat nu waar in vroeger tijden de Nederlandse kerk stond, en waar Hollanders van stand werden begraven. 

De grafstenen zijn nu nog in de muren van een binnenplaatsje van het museum te vinden. Dus Coen ligt zich al een paar eeuwen om te draaien in een graf dat zich in een poppenmuseum bevind, waar hij letterlijk nog als een schaduw van zichzelf rondwaart. De ultieme wraak van de Indonesiers?

Categories: Jakarta, Ontdekkingen, Steden | Tags: , , , ,

Van fatness naar fitness, en van banaan tot superman

Na twee weken vakantie en drie keer uit eten op een dag is het weer tijd voor de gym. Ik heb een personal trainer, want zonder strikte begeleiding zwerf ik maar wat doelloos rond in zo’n enorme zaal met machines. Ik heb dat eerder gedaan, pak hier en daar eens een gewicht en word gecorrigeerd als ik achterstevoren op een apparaat ben gaan zitten en niet weet of ik moet trekken of duwen… Ik viel toen ook geen kilo af.Thuis werkt het ook niet. Ik heb een ongebruikt cross fit apparaat waar mijn was op hangt te drogen. Ik ben nu lid van Fitness First, een keten met filialen over de hele wereld. Hier kun je zeer flitsende programma’s volgen zoals body combat, X-blast en Dynamic Body Range. Dat laatste doe ik dus, het uitvoeren van een steeds complexere serie bewegingen die zoveel mogelijk spiergroepen tegelijkertijd activeren. Zo moest ik me laatst opdrukken met mijn voeten hangend in slings, en mijn handen balancerend op een bal. Je moet er wat voorover hebben. Maar er zijn grenzen…

Een paar jaar geleden in Dubai ben ik gestopt na een oefening zo belachelijk, dat ik er regelmatig aan terug denk. Ik probeer het bij deze van me af te schrijven.
Trainer: “ga liggen op je buik, breng je armen en benen omhoog. Goed zo, net als superman! Draai je nu op je rug zonder je armen of benen te gebruiken.” (Ik rol me met grote moeite om).
‘Goed zo, hou armen en benen in de lucht, nu ben je een banaan! (ik was te verbijsterd om te stoppen). En nu gaan we heen en terug. Superman, banaan, superman, banaan!!!”

Ik voelde me net een schildpad die wat hulpeloos in de lucht grabbelde. Direct na deze traumatische ervaring ben ik gestopt en naar Nederland verhuist. Toen ik hier in Jakarta weer lid werd, vroeg de fitness manager: “is er iets dat je niet mag of kunt?”
“Superman – Banana,” antwoordde ik in volle ernst. Hij knikte met een boosaardige grijns van ‘daar vinden we wel wat anders op.’

Categories: Flashback, humor, Jakarta | Tags: , , , , ,

Buffalo taxi

Vroeg in de ochtend start ik de hike die ik online geboekt heb bij Sapa Sisters. Ik verschijn in een van de meest geavanceerde wandel outfits die onze beschaving heeft voortgebracht: bergschoenen, dry-fit T-shirt, een linker- en rechtersok en een lichtgewicht regenjack dat in een luciferdoosje past. Lang, mijn gids voor de dag, is in klederdracht, draagt een baby op haar rug en heeft een paraplu bij zich: ‘tegen de regen of de zon’, zegt ze met een knipoog.

Als eerste volgt een eindeloze beklimming van een naamloze berg. Terwijl ik hijgend volg, babbelt Lang over de verschillende stammen van de Hmong, hun gewoonten en problemen. ‘Wij volgen het sjamanisme, elk dorp heeft zijn eigen sjamaan. Je gaat niet dood, maar je ziel keert terug in een levend wezen, kan van alles zijn.’ Ik ontwijk zorgvuldig een rij marcherende mieren. We passeren een hempveld waar vrouwen de planten afsnijden. Tijdens de wandeling zie ik alle verdere stappen van het proces (drogen, wassen, raspen, garen spinnen, wassen, weven en, Lang trekt aan haar vest, kleding. ‘Opium is een nieuw probleem voor onze jeugd. Het wordt vanuit China over de grens gesmokkeld en jongens raken verslaafd.’ Ik vraag wat de mannen eigenlijk doen sinds ik alleen maar Hmong vrouwen zie werken. ‘Gokken en drinken,’ zegt Lang cynisch.

Op de heuveltop, voorbij de hemp, slangenbonen, chili, groene thee en maïs, genieten we van het uitzicht. Ik zie een groot gebouw in het dal en vraag wat het is. Lang geeft haar kind de borst. ’Mijn broer was heel erg verdrietig, ken je die ziekte?’ vraagt ze. ‘Very, very sad’. Ik knik. ‘Hij dronk een fles pesticide leeg en daar wist zelfs de sjamaan geen raad mee. Toen gingen we naar dat ziekenhuis, ze knikt naar het gebouw. Het is goed, na drie dagen was hij beter.’Dan begint de steile en modderige afdaling naar het dal met rijstvelden. Ik glij uit en breek bijna een been. Ik vraag me hardop af wat ze dan zou doen op dit verlaten bergpad sinds ik twee keer zo groot ben als haar. ‘Then I call the buffalo taxi’, antwoord ze, en ik vertrouw haar volledig. In de rijstvelden lopen we over de randen van de terrassen. Mijn benen zijn zuur maar ik houd miraculeus balans tot we de rivier bereiken en steen voor steen naar het dorp springen. De tocht zit erop. Ik bedank Lang voor een geweldige tocht en alle openheid over goede en slechte tijden in de Hmong stam.

Categories: Hiking, Reizen | Tags: , , , , , ,

De Sapa Girls

Sapa ligt ten noordeen van Hanoi in de bergen op een paar steenworpen van de Chinese grens. Een nieuwe rijksweg, een traditioneel bergvolk en pitoreske rijst terrassen rondom het in nevelen gehulde stadje, vormen de ideale combinatie voor een groeistuip naar massa toerisme. De drie hoofdstraten bestaan voornamelijk uit hotels, souvenir winkels, Italiaanse restaurants (!) en massage salons.
Wie uit de bus stapt wordt opgevangen door tientallen Sapa girls, allemaal meisjes in kleurrijke klederdracht, getooid in kniebroeken waar alleen zwarte piet nog in rondloopt. Ze zijn behangen met allerhande geweefde waren voor de verkoop. Zur en Lon en een jonger meisje dat zeer luid spreekt, en waarvan ik de naam maar niet versta, lopen mee tot aan het hotel. Ik beloof dat ik later wat zal kopen, als ik me heb opgefrist en uitgerust ben. 

Als ik nietsvermoedend weer naar buiten kom staan ze nog op dezelfde plaats waar ik ze eerder die dag heb achtergelaten. Het schreeuwende meisje gilt de exacte tijd in uren en minuten dat ze op me hebben staan wachten. De rest van de dag volgen De Sapa girls mij van restaurant tot winkel. Ik besluit een etui en een stalen armband te kopen en daarnee zijn Zur en Lon vertrokken. 

Het schreeuwende meisje heeft dat moment gemist maar geeft niet op. ‘You promised to buy from me,’ buldert ze vanaf een meter of tien. Ik zeg dat ze met zo’n volume nooit aan de man zal komen. Ze antwoord dat ze Sapa Boys maar luie donders vind en Hollanders gierig. Ik zeg dat ik nooit nets van haar zal kopen. Maar dan breekt ze uit in tranen, blijft jammerend achter me aan lopen, en stort steeds een beetje meer drama over me uit. Dan koop ik de duurste sleutelhanger ooit en het schreeuwende meisje verdwijnt geld tellend in een zijstraat. De volgende dag hoor ik ze al van verre. Ze jaagt een ouder en zichtbaar gegeneerd echtpaar voor zich uit. De Sapa girls bezitten de toeristen hier en laten ze pas los als er zaken gedaan zijn.

Categories: Observaties, Reizen, Steden | Tags: , , , , ,

Snapshot Saigon

Ik rij met een taxi door verrassend brede straten omrand met koloniale Franse gebouwen, vol met auto’s in een snelstromende rivier van toeterende scooters. Druk, maar toch weinig files, voor hoelang nog? De stad heeft vrijwel geen shopping malls, want straten hebben hier nog hun eigen winkels en eethuizen. Weinig hoogbouw, maar wel veel in aanbouw. En koffiehuizen, werkelijk overal zijn koffiehuizen.

Streetfood: Pho noodelsoep, Vietnamese loempia’s (rauw, gestoomd of gefrituurd), en – overblijfsel van de Fransen – de baguette (Bhan mi) maar dan met Aziatisch beleg. Vanuit het oude centrum tot aan de rivier ligt een splinternieuwe boulevard, breder en langer dan Barcelona’s Ramblas. Ho Chi Min, de revolutionaire vader des vaderlands wiens naam nu de naam van de stad draagt, kijkt vanaf het stadshuis over drukke boulevard. De hele metropool ademt de mogelijkheden van een nieuw tijdperk voor een jonge en optimistische bevolking. Saigon is booming.


Ik arriveer bij een restaurant in oud Saigon waar Stefan met vrienden ons opwacht. Vietnamezen eten op straat op stoeltjes waar in Europa kleuters op zitten. Ik schud beleefd handen terwijl voor mijn gevoel mijn hoofd tussen mijn knieen hangt. De tafel vertegenwoordigd Vietnam, Cambodja, Thailand, Filipijnen en Nederland. Naast de schotels die de chef serveert komen er legio handelaren voorbij met snacks en zo groeit de variatie op tafel. Dôôô! En glazen bier klinken na elke zin die iemand in het gezelschap uitspreekt. Zo gaat dat in Vietnam.


Plots is daar een lange jongen die niets verkoopt maar wel luid iets aankondigt. Hij steekt een sigaret op, en duwt het brandende eind langzaam door een plooi in mijn T-shirt. Het filter steekt er nog uit, hij strijkt de plooi weg en de sigaret is verdwenen in een pufje rook! Hij kijkt hij me aan, opent verbaasd zijn mond en schuift met zijn tong de brandende sigaret langzaam naar buiten. Close magic, recht onder mijn neus, en nog meer tovenarij volgt. Amusement zegt iets over de staat van een volk. Landen zonder amusement zijn in oorlog of kampen met permanente rampen, waar amusement opkomt, groeit het vertrouwen en de economie, en waar amusement overslaat in decadentie, is de crisis aangebroken en dat leidt uiteindelijk weer tot oorlog. Het gaat dus goed met Vietnam. 

Categories: @tetroberts, Reizen, Smakelijk eten!, Standbeelden, Steden | Tags: , , , , ,

Reis ongemakken


In de vroege ochtend word ik wakker van een zware donder. Ik bevind me in een hut van het schip Paradise Luxury dat ten anker ligt in Halong Bay. Een tropische onweersbui doet de eilanden verdwijnen achter een sluier van stortbuien. Vanuit mijn comfortabele bed kijk ik naar een vaag silhouet van bergen in het water die afsteken tegen een oneindig bleek niets. Dit moet het reisgevoel zijn geweest in de hoogtijdagen van de Victoriaanse tijd… Al tijdens deze gedachte start een eveneens tropische lekkage boven het voeteneinde van mijn bed. Snel dep ik het water met een badhanddoek en zet een kopje onder de kleine waterstraal maar er helpt geen lieve moeder aan. Ik bel room service en even later is een matroos met een rol tape en een schaar aan de slag. Drijfnat en zonder succes verlaat hij met neergeslagen gezicht de hut waar de lekkage onverminderd doorgaat. ​

​Ik wandel naar de dining room op het bovenliggende dek voor een kopje thee en blader nog eens door Alain de Botton’s ‘de kunst van het reizen’ in de hoop een goede raad te vinden tijdens dit soort ongemakken. Zijn boek staat er vol van. (Lees: vol van ongemakken) 

Op blz 99 citeert hij de schrijver Gustave Flaubert die Frankrijk om zijn saaiheid ontvluchtte met een groot verlangen naar exotische reizen in de Orient. Maar na een paar weken vermeld Flaubert: ‘de Egyptische tempels hangen me nu al de keel uit…’


Omdat ik toch altijd omsla bij het kayakken en we dus sowieso nat zullen worden besluiten J en ik gewoon door de  stortbui heen te roeien naar de eilanden. We liggen nabij een groot eiland waar je onder laaghangende grotten kunt peddelen om te eindigen in een binnenmeer, waar langs de begroeide rotsen gele apen schijnen te wonen. Als we de het verborgen binnenmeer oppeddelen is alles om ons heen in een grijze nevelsluier verborgen. Het enige dat we horen naast de peddels die het water raken is het eindeloos geplens van miljoenen druppels in het water en dat zich weerkaatst tegen de onzichtbare rotsen om ons heen. Dit is het gotische landschap waarin mensen doorgaans spoorloos verdwijnen en dus roeien we zo snel mogelijk terug door de grotten zonder ook maar een teken van leven te hebben gezien. Achter ons in de verte klinkt iets van een gesmoorde gil. We kijken niet om en houden zwijgend de vaart erin.


Als we terug komen wacht ons goed nieuws. Door de ongemakken van de afgelopen ochtend krijgen we een superior suite aangeboden op het vlaggenschip Paradise Peak. Reizen is helemaal geen kunst. Plan zo min mogelijk, verwacht niet te veel en je reis vult zich vanzelf met verrassingen.

Categories: humor, Observaties, Reizen | Tags: , , , , , , , , , ,

Grens perikelen Vietnam

Het Vietnemees is een moeilijke taal. In geschrijft zijn woorden nog herkenbaar maar in de helft van de letters vind je wel een dakje, streepje, omgekeerde komma of andere ondefinieerbare kromming die de klank van het woord veranderen. De gesproken taal daarentegen is geheel onnavolgbaar. Dat merk ik aan het visa loket op Saigon airport. Hier lever ik mijn papierwinkel in bij een streng kijkende man in een onberispelijk gifgroen uniform en felrode – veel te grote – epauletten met gouden sterren op de schouders. Hij leest mijn naam uit mijn paspoort en kijkt me vragend aan, ‘mister Bekkie Blok?’ versta ik… en ik knik maar.

In deze hoek van de aankomsthal zitten nog een vijftigtal wereldbewoners te wachten op de afroep. De namen van mensen wiens visa gereed zijn worden nu door een meisje – ook in uniform – uiterst vertwijfeld uitgesproken door een microfoon. Haar collega’s op de achtergrond, die aan de visa’s werken, reageren hier met regelmaat hilarisch op. Alles klinkt komisch voor hen. Namen van Indiers, Australiers, Fransen en Chinezen,komen er gebrekkig uit. En altijd staan er meer mensen op die menen iets van hun naam herkend te hebben. Als iedereen blijft zitten, wordt alleen het land herhaalt. Mister Saus Afrika?

Ik vraag me af waarom er niet gewoon een scherm is dat je naam – overgetyped uit het paspoort – vermeld, of desnoods alleen een nummer zodat er geen misverstand kan zijn. Maar dat zou van deze eenheid van de immigratiedienst natuurlijk een uiterst saaie aangelegenheid maken. En daar duren de dagen op Saigon airport al te lang voor.Het meisje roept weer een naam: Lobetteloo… Ik schrik op. Bekkie Blok, verbeterd een mannenstem snel, en even later sta ik op Vietnamese grond te wachten op een taxi. 

Categories: @tetroberts, Reizen, Steden | Tags: , , , ,

The Big Durian

Continue reading

Categories: @tetroberts, Jakarta, Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Steden | Tags: , , , , , , , ,

The Stranger

This year my reading challenge of 33 books should contain a handful of literary classics. I found The Stranger by nobel prize winner Albert Camus in the form of a forty year old yellowed and worn pocket at a market stall somewhere in Manila. Another reason to read this book was to understand the mysterious pop song ‘Killing an Arab’ by The Cure, which is based on this novel.

The stranger is indeed strange. After the funeral of his mother the French office clerk (its early 40’s, and Algeria still a colony of French) travels back to Algiers. Although het gets there all opportunities in life (a job offer in Paris, a marriage proposal of his girl friend) he maintains his sober daily life feeling more and more helpless.

Although he rarely talks, he makes some friends and spent a weekend at the beach, where he after an argument with two Arabs returns and shoot one of them dead without any reason, other then being overwhelmed by the heat, the sun and the sea.

 

The Cure with young frontman Robert Smith

Standing on the beach with a gun in my hand / Staring at the sky, staring at the sand / Staring down the barrel at the Arab on the ground / See his open mouth but I hear no sound / I’m alive / I’m dead / I’m the stranger / Killing an Arab

 

Categories: Boeken, Media

‘Together’ in Dubai

Together in Dubai

Together achter de Burj Khalifa

Noem een stad in Nederland waar geen beeld staat van een lokale held, schrijver of politicus. Zo af en toe schijnen er burgemeesters, kunstenaars en historische verenigingen bij elkaar te komen om een prominent die zijn of haar sporen voor de lokale gemeenschap verdiend heeft, in brons te gieten of uit steen te hakken.

Door de eeuwen heen zijn zo pleinen en winkelcentra netjes opgevuld met standbeelden, al dan niet te paard gezeten. En niet alleen in Holland. Het gebeurd in heel Europa, Amerika, Afrika en Azië.

Maar niet in Dubai dus. Ik heb zo ongeveer alle hoeken van de stad gezien maar nooit iemand op een sokkel gevonden. Zelfs niet de vader van de Emiraten, Sheik Zayed. Wel abstracte vormen en gigantische theepotten of olielampen, maar nooit ook maar iets in de vorm van een mens.

Dit is – denk ik – omdat het in de moslim cultuur ‘note done’ is om de Profeet af te beelden, en voor het gemak dus ook maar geen Andere Grote Leiders uitgezonderd dictators als Khadafi en Saddam, die hele steden met hun evenbeeld bezaaid hebben, liefst om elke hoek.

Together in Dubai

Together naast de metro

Ik was dan ook hoogst verbaasd in mijn laatste dagen in de emiraten plots twee imposante beelden te vinden, verscholen tussen de achterzijde van de Dubai Mall, een metro lijn en een dode hoek van de Burj Khalifa.Ik moest dan ook aardig wat moeite doen om er te voet te komen, want parkeren in de nabijheid was geen optie.

Eenmaal ter plaatse reikten ze wel vier meter hoog, gehouwen uit zwart graniet en wit marmer. Op de achterzijde van de gezamenlijke sokkel vond ik een bescheiden plaatje met daarop ‘Together’ genoteerd. De beelden blijken van de hand van ene Lufti Romhmein, uit Syrië. Mooi werk, eerlijk gezegd. Ze passen prima in deze woestijnstad, maar hadden beter tot hun recht gekomen ergens bij de fonteinen van Burj Dubai, waar de vele toeristen ze zouden kunnen bewonderen, en zien dat het met de gelijkheid van man en vrouw in Dubai nog lang niet zo slecht gesteld is.

Categories: Observaties, Ontdekkingen, Reizen, Standbeelden, Steden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Blog at WordPress.com.